In 2003 werd voor het eerst in de geschiedenis van het Verenigd Koninkrijk te Londen een tentoonstelling met werken van de grote, Italiaanse renaissanceschilder Titiaan (ca 1480-1576) gehouden. Met zijn vlammend koloriet, theatrale composities en nieuwe behandeling van het verfoppervlak heeft Titiaan de taal van de schilderkunst voorgoed diepgaand beïnvloed.

Titiaan zelfportret 1566

Toen G. Vasari, de schilder en schrijven van de Vite ('De Levens van de grootste schilders, beeldhouwers en architecten', 1568) in 1566 een bezoek aan Venetië bracht, ging hij ook bij Titiaan langs. De ongeveer 86-jarige schilder woonde in een prachtig palazzo, waarvan de tuinen tot aan zee afliepen. Vasari schreef: 'Titiaan is altijd kerngezond geweest en heeft meer voorspoed gekend dan wie ook, en van de hemel heeft hij nooit anders dan gunsten en geluk ontvangen. Zijn huis in Venetië werd bezocht door alle vorsten, geleerden en edele heren. Hij was namelijk niet alleen een voortreffelijk kunstenaar maar ook een bijzonder vriendelijk persoon, zeer welopgevoed en buitengewoon welgemanierd.' Vasari had blijkbaar een verzwakte grijsaard in een leunstoel verwacht maar: '..ondanks diens zeer hoge leeftijd trof hij Titiaan aan terwijl hij stond te schilderen, met de penselen in de hand.'
Titiaan leefde in de overtreffende trap; hij was de oudste, de grootste, best betaalde, meest gevraagde en meest veelzijdige Venetiaanse kunstenaar. Acht jaar na het bezoek overleed Vasari maar Titiaan schilderde voort. Pas in de zomer van 1576 bezweek 'de prins der schilders' op ca 96-jarige leeftijd tijdens een pestepidemie. Hij liet een oeuvre na, dat vitaliteit en koloriet over de eeuwen heen uitstraalt.

Vroeg werk

We zijn vrij goed geïnformeerd over de levensloop van de schilder en dat hebben we voor een groot deel te danken aan de ijverige Vasari maar ook aan Titiaans briefwisselingen. Titiaan Vecelli werd volgens Vasari in 1480 in Pieve di Cadore geboren. Zijn geboortehuis in het dorpje aan de voet van de besneeuwde Alpen bleef bewaard. Vader Gregorio Vecelli - een militair - en zijn vrouw Lucia voedden er vijf kinderen op. De oudste twee, Francesco en Titiaan, werden rond hun tiende jaar door hem aan de hand mee genomen naar een oom in Venetië om hun opleiding te voltooien. Venetië was een bloeiende metropool, die in 1509 al 115.000 inwoners telde. Voor de schatrijke kooplui was het verwerven van kostbare kunstwerken een middel om hun status te benadrukken en propaganda te maken voor La Serenissima Republica Veneta. Het tijdperk was gezegend met giganten uit de schilderkunst: in Florence en Rome werkten Leonardo da' Vinci, Michelangelo en Rafaël. Venetië was beroemd om de gebroeders Gentile en Giovanni Bellini - beiden bewonderaars en navolgers van hun zwager Mantegna - en de virtuoze Giorgione, leider van de moderne schilderkunst. Op topniveau scheen geen plaats meer voor een nieuw talent. Maar de jonge Titiaan stapte ambitieus en leergierig de bottega of werkplaats van Giovanni Bellini in. Hoewel Giorgione zijn grote voorbeeld was, leerde hij bij Bellini de grondbeginselen van het ambacht: het zuiveren van oliën, het gronden van linnen en panelen en het wrijven van pigmenten zoals het frisse Venetiaans rood en heldere, azuriet - blauw. Toen Titiaan van zijn meester eenmaal mocht gaan schilderen kwam zijn virtuositeit aan het licht. Spoedig beheerste hij de techniek zo volmaakt, dat zijn werk nauwelijks van dat van Giorgione te onderscheiden was.
Op de tentoonstelling in Londen is een vroeg werk te zien 'De Heilige Familie en een herder' (ca 1510) waarin zowel de kleuren van Bellini als de compositie van Giorgione herkenbaar zijn. Maar in 1512 heeft Titiaan zichzelf gevonden in het realistische 'Portret van een man' - vroeger hield men hem voor de schrijver Ariosto - die zijn blauwe, gewatteerde mouw in al zijn rijke stofuitdrukking naar ons toe keert. Arrogant, met even ingehouden adem, beheerst hij de donkere ruimte.
Het is dit portret waarop de 34-jarige Rembrandt vol bewondering zijn 'Zelfportret' (1640) baseerde. Omdat Rembrandt nooit Italië heeft bezocht, werkte hij naar een gravure en bleef het Venetiaans blauw van de mouw hem onthouden.

Primeur

Wie nu Venetië bezoekt, kan niet om Titiaan heen. In 1518 schilderde hij voor het hoogaltaar van de Santa Maria Gloriosa dei Frari een meesterwerk: 'Maria Hemelvaart'. Hier barst het vermogen van de schilder in alle hevigheid los: de apostelen kijken in verbijstering en verering omhoog waar Maria in een rood gewaad ten hemel stijgt. Titiaans penseel vliegt de ruimte aan: zijn apostelen zweten, hun ogen glanzen, hun handen gebaren en Maria is met haar hart al bij het hogere licht.
In dezelfde Venetiaanse kerk hangt een verstilde Madonna met Kind van Bellini, die het verschil tussen de kunstenaars uitdrukt. Waar Bellini verfijnde wezens schilderde, het bleke gelaat onberoerd als van een ikoon, zette Titiaan echte mensen vol emoties op het doek.
Hij kon sindsdien rekenen op de beste opdrachten en hij schilderde zo snel en zo veel dat Vasari in 1566 al verzuchtte, dat het onmogelijk is al het werk van Titaan te beschrijven.
De tentoonstelling van de National Gallery kan dan ook geen overzichttentoonstelling zijn. De kern wordt gevormd door de elf schilderijen uit eigen bezit, aangevuld met hoogtepunten uit Titiaans werk en diens medewerkers, die door musea uit vele landen in bruikleen werden gegeven. Londen biedt ook een primeur: voor het eerst sinds de zestiende eeuw is een serie mythologische schilderijen die Titaan in opdracht van de hertog van Ferrara maakte, bij elkaar te zien.
In 1516 werd de meester door Alphonso d'Este benaderd om diens Camerino d'Alabastro, een privévertrek in het hertogelijk paleis, op te sieren. Hoe groot de eer was blijkt wel uit het feit dat Giovanni Bellini en Dosso Dossi al bijdragen hadden geleverd en dat zelfs Michelangelo en Rafaël daarvoor waren gevraagd. Tussen 1518 en 1524 schilderde Titiaan 'Bacchus en Ariadne' (in bruikleen van het Prado, Madrid), 'Het Offer aan Venus' (idem) en 'Het Bacchanaal' (eigendom National Gallery), die in 2003 herenigd zijn.
Op 'Bacchus en Ariadne' wordt het oog getrokken naar de bijna naakte wijngod, die in een vlaag van verliefdheid uit het doek lijkt te springen. Op 'Het Bacchanaal' is het een glazen kan met rode wijn, die in de hand van een beschonken Bacchant in het midden van het doek balanceert. Vasari schrijft over '.. een slapende, naakte vrouw die zo mooi is dat ze lijkt te leven.' De hertog van Ferrara waardeerde de vele putti figuurtjes: '..een van de fraaiste details is hoe zo'n putto in een rivier staat te plassen en in het water zichzelf weerspiegeld ziet..'

Vorstelijk schilder

In 1530 trok keizer Karel V met zijn gevolg naar Bologna, om zich daar door paus Clemens VII tot keizer te laten kronen. Het was de schrijver Ariosto die zijn vriend Titiaan aan de keizer voorstelde. Het eerste portret dat de Venetiaan van Karel maakte viel zo in de smaak, dat er nog vele opdrachten volgden en de keizer uiteindelijk alleen nog voor Titiaan wilde poseren. Het niet al te flatteuze portret dat Titiaan van diens zoon kroonprins Philips schilderde, is voor de tentoonstelling van Madrid naar Londen overgevlogen. Het is niet de eerste keer dat dit schilderij de overtocht naar Engeland maakte. In 1553 toen de oude keizer Mary Tudor, koningin van Engeland had gevraagd met zijn zoon Philips te trouwen, aarzelde de vorstin al te lang. Daarop zond Maria van Hongarije diens portret door Titiaan naar Whitehall Palace in Londen. De koningin zette een stoel voor het schilderij en bekeek het op afstand, zoals haar was geadviseerd. Toen ze na een tijdje opstond verklaarde ze met een zucht dat ze met Philips wilde trouwen.

Titiaan privé

madonnametkonijntje


Van 1513 tot 1531 had Titiaan zijn bottega in Casa del Duco aan het Canal Grande waar hij woonde met zijn vrouw Cecilia en hun drie kinderen. De herkomst en achternaam van Cecilia is niet bekend maar waarschijnlijk stond ze model voor zijn vele mollige, blonde mythologische en religieuze schoonheden. Heel mooi is haar verschijning als de Heilige Catharina op het schilderij 'De Madonna met konijntje' dat hij vlak na haar dood in 1531 schilderde. Het was bestemd voor Federico II Gonzaga hertog van Mantua, die veel van de natuur hield. Titiaan wist hem met dit doek te bekoren door zijn Maria in een liefelijk landschap te plaatsen omringd door allerlei herkenbare bloemen en planten. Het goddelijk Kind zit op de arm van de H. Catharina en strekt zijn handjes uit naar het witte konijn - symbool van de Onbevlekte Ontvangenis. Catharina's door blonde vlechten omwonden hoofd is overschaduwd, alsof ze tot een andere wereld behoort.
Een van Titiaans meest erotische werken is de 'Danaë' die zo vermaard werd, dat hij er op verzoek verschillende replica's van maakte. Op de tentoonstelling in Londen is niet de versie te zien uit het Prado, waarop de naakte Danaë vergezeld door haar oude voedster Zeus in de gedaante van gouden regen ontvangt. De National Gallery koos voor de Danaë - met een doekje over haar rechter dij - uit de Gallerie Nazionali di Capidomonte te Napels, waarop ze in gezelschap van de gevleugelde liefdesgod verkeert. Het zijn deze sensuele taferelen en composities die als Tizianismo in alle volgende eeuwen invloed uitoefenden op werken van Tintoretto, Veronese, Rembrandt, Poussin, Van Dyck, Rubens, Delacroix, Goya en zelfs Renoir en Manet.

Gerijpt kunstenaar

Als gerijpt kunstenaar schilderde Titiaan omstreeks 1570 een indringend, drievoudig mansportret 'De Allegorie van Prudentie'. Wie het eenmaal gezien heeft vergeet het nooit meer: een jonge man, een man in de bloei van zijn leven en een grijsaard zijn als één wezen geportretteerd met de bij hen behorende dieren: hond, leeuw en wolf. Het is of de kunstenaar geleerd heeft boven het leven te staan en de fases in de ontwikkeling van de mens overziet.
In zijn laatste werken was hij zozeer meester van zijn materialen, dat hij zelfs met zijn vingertoppen schilderde. Vasari schreef: '.. zijn eerste werken zijn namelijk ongelooflijk verfijnd en nauwkeurig uitgevoerd, om zowel van dichtbij alsook van een afstand te worden gezien; maar deze laatste zijn gedaan in forse, brede streken en met kleurvlekken, zodat men van nabij niet veel ziet, terwijl ze van een afstand volmaakt blijken te zijn.'

Wie de ca 48 schilderijen van Titiaan in Londen ziet, zal vergeten hoeveel gravures, fresco's, schilderijen en beroemde altaarstukken er van zijn oeuvre ontbreken. Elk werk is compleet in zijn schoonheid en vraagt meer aandacht en tijd dan je er in een enkel museumbezoek aan kunt besteden.

De Vlaamse Titiaan

De faam van Titiaan was zo groot, dat menigeen zich met hem wilde meten. De Utrechtse schilder Antonius Mor (1517/1520-1576) schilderde vaak personages, die eerder voor Titiaan hadden geposeerd.
Bisschop Granvelle, de hertog van Alva, kroonprins Philips en Karels broer aartshertog Ferdinand vergeleken diens werk graag met dat van de Ventiaanse meester. Het leverde Mor de erenaam 'De Vlaamse Titiaan' op. Mor waagde zich in 1553 zelfs aan een pastiche van Titiaans beroemde portret van 'Karel V met Ulmse dog'. Tot vermaak van bisschop Granvelle schilderde hij diens hofdwerg naast net zo'n reusachtige hond, wat een potsierlijk effect opleverde.
De getalenteerde Mor wachtte tot hij de plaats van de bejaarde, vorstelijke hofschilder Titiaan kon innemen. 'De Vlaamse Titiaan' wachtte tevergeefs; hij overleed in 1576, hetzelfde jaar waarin de stokoude Venetiaan aan zijn einde kwam.

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Museumtijdschrift Vitrine, 2003

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top