Alle mensen hebben kleuren om zich heen. Maar ik heb het nergens zo duidelijk gezien, gevoeld, gehoord als in huize Hermans. Eerst stierf Rietje. Tien jaar later stierf Toon. Zijn ze weg? Hun kleuren blijven.

rietjezonnestoel

Toon Hermans verraste de bezoekers van het Singermuseum in Laren dit jaar postuum met een tentoonstelling van zijn schilderijen. Ik heb er vooral zonnegeel, hemelsblauw en grasgroen van onthouden. Verse kleuren, zo uit de tube, laaiend van geestdrift aangebracht. 'Wat vind je ervan, Rietje?' vroeg Toon als het klaar was. En zei Rietje: 'Mooi,' dan was het goed. Zo ging het ook met zijn liedjes, zijn teksten, zijn shows. Zonder haar goedkeuring had niets een bestaansrecht in de wereld van Toon.
Nooit heb ik zachte, gemengde tinten op zijn schilderijen gezien. Maar toen ik - ruim tien jaar geleden - voor het eerst in hun huis kwam, zag ik daar teer getinte pastels, nevelig als een lentemorgen. Kon Toon dat dan ook?

Er hing meteen een lacherige stemming in de keuken want we gingen met z'n allen uit eten: Toon, Rietje, hun zoon Maurice met zijn vrouw Mary, Toons vriend en uitgever Wim Hazeu en diens vrouw: ikke. We dronken eerst champagne aan de keukentafel en daarna begaven we ons naar restaurant De Kersentuin. Toen we binnen kwamen stond op de prachtig gedekte tafel bij elk bord een stijf in een punt gevouwen servet. Toon liet zijn blik er over dwalen en zei prompt: 'Ze maken hier overal een punt van.' Ik heb nog nooit een gezin zo veelvuldig het werkwoord lachen zien vervoegen!

Rietje was bij het licht van de dinerkaarsen in haar goudkleurige jurk heel mooi. Ze sprak een beetje gedempt alsof ze met haar woorden Toon niet voor de voeten wilde lopen. Zorgzaam keek ze of iedereen het aan tafel naar zijn zin had. Met haar schoondochter Mary vormde ze bijna een zusterpaar. Toen ik Rietje in een opwelling vroeg of ze zelf wel eens schreef of schilderde zei ze: 'Oh ja, ik heb de sprookjes die ik mijn kinderen vertelde opgeschreven in schriften.' Ze herinnerde zich niet waar ze gebleven waren, in huize Hermans raakte altijd alles zoek. 'En ik maak pastels.' voegde ze er nog zachter aan toe.

Het is herfst 2001. Ik wandel met Mary Hermans, die ook schildert, over de brug en kijk naar de Maas die glinstert onder de blauwe hemel. Maastricht heeft iets prikkelends, het is nog wel Nederland maar je voelt het buitenland aan alle kanten. 'Rietje heeft volgens mij haar mooiste jaren in deze stad gehad,' zegt Mary, 'ze had wel dertig verhuizingen achter de rug toen ze hier kwam wonen en nergens was ze zo gelukkig.' We volgen kromme straatjes, gaan over pleinen en bereiken de Stokstraat. In de oude panden zijn nu de duurste kledingzaken gevestigd. Dat was ooit anders. Mary wijst naar het huis waarin Maurice en zij na hun bruiloft hun intrek namen. Het is nu een galerie. Schuin aan de overkant op nummer 51 woonden Rietje en Toon in een mooi, van oorsprong middeleeuws huis dat In den Hollandse Tuyn heet. 'Vroeger vormde het huis met die bloemenwinkel links één pand,' vertelt Mary. Ze loopt voorzichtig - alsof ze de herinnering niet wil verstoren - door de winkel. 'Als het carnaval was stond deze deur drie dagen lang open en liep iedereen gewoon in en uit. Hier was de keuken, je herkent het nu niet meer. Rietje had dan een grote pan erwtensoep op het fornuis staan en er lag haring bij. Wie wilde nam wat en ging weer doorfeesten, café in en uit. Er is hier in de buurt een café Knijnspiep, daar dansten we op de tafel. Rietje kon geweldig carnaval vieren! Ik herinner me dat zij en haar vriendin een hele hoge, lichtpaarse toeter op hun hoofd hadden, ze staken boven iedereen uit. Toon zette een masker op en stortte zich onherkenbaar in de massa.'

We lopen langs de romaanse absis van de oude OLV-basiliek, waarin Rietje en Toon 's zondags de mis bijwoonden. We betreden het portaal van de kapel waar honderden kaarsvlammetjes flakkeren onder een zwart beroet gewelf. Ze steekt een kaars op en zet hem voor de beeltenis van OLV Sterre der Zee: 'Een dag voor zijn dood vroeg Toon me of ik hier een kaarsje voor hem wilde branden. De Madonna speelde een grote rol in het leven van Rietje en Toon.'

In hun flat aan de Maas vertelt Maurice me 's middags het levensverhaal van zijn moeder: Rita Weyboer kwam op 16 januari 1925 in de Amsterdamse Pijp ter wereld. Haar ouders leefden volgens Maurice 'in totale armoede' en konden hun kinderen, twee meisjes en een jongen, niet meer verzorgen. De kleine Rietje met haar witblonde haren en helderblauw ogen werd in een weeshuis ondergebracht. Na een paar jaar ontfermde haar Tante Marie zich over het meisje. Zo bracht ze haar kinderjaren door op een verdieping boven de firma Nooy in de Ferdinand Bolstraat. Haar moeder heeft ze nooit teruggezien.

Rietje groeide op tot een ranke, Amsterdamse schoonheid. Nadat ze een tijdje als modinette op een atelier haar brood had verdiend, werd ze schoonheidsspecialiste in de salon van Hotel Americain op het Leidseplein. Op een dag had haar vriendin een afspraakje met een artiest, die in het pauzeprogramma van City optrad. Toen de beide meisjes de jonge Toon Hermans op een terras ontmoetten, had hij geen oog meer voor de vriendin maar werd op slag verliefd op Rietje. Ze trouwden op 5 december 1946. Hij in een gehuurd jacquet, zij in een 'vreemd mantelpak met een raar hoedje op'. Diezelfde avond stond de bruidegom in de Ahoyhal op de planken want the show must go on en ze konden elke cent gebruiken. Toon was de man aan wie Rietje haar hele leven opofferde. Ze stimuleerde, begeleidde, bewonderde, verzorgde Toon. Hun zonen Michel, Maurice en tenslotte Gaby werden geboren. Rietje stond alleen voor hun opvoeding want vader was nooit thuis; hij repeteerde, hij trad op en maakte carrière. Zijn genie ontplooide zich en in overvolle theaters klaterde het applaus over hem heen. Nooit meer hoefde Rietje de eindjes aan elkaar te knopen: ze woonde in villa' s en reed in dure auto's. Toen Broadway de Hollandse entertainer ontdekte, besloot Toon zich terug te trekken uit de drukke Randstad. In Maastricht kon hij zichzelf zijn, schilderen en schrijven aan zijn Amerikaanse show. Aan de feestjaren kwam een eind toen de rusteloze artiest de zoveelste verhuizing aankondigde: terug naar het westen van het land. Rietje richtte een Hilversumse villa in en de pers stond direct op de stoep. 'Zodra er fotografen kwamen trok Rietje zich terug,' vertelt Mary, 'ze was heel bescheiden en verlegen. Op een keer toen Toon een jubileum vierde wilde hij haar naast zich op het toneel hebben. Ze wou niet. Johnny, de toneelmeester, heeft haar er bijna op moeten duwen.'

Ik denk aan Rietje, hoe ze praatte en lachte, een lach die Toon voedde elke minuut van zijn leven. 'Na haar dood in november 1990 was het afgelopen met papa,' vertelt Maurice me, 'Er was nog geen tien procent van hem over. Voor de buitenwereld kon hij zijn verdriet verbergen; hij sprak er zelden over. Maar dat lachen was weg, dat lachen tot de tranen over je wangen liepen.' De ziel van Rietje was bij hem gebleven, daar twijfelde Toon niet aan. Hij keek vaak naar het schilderij dat hij voor haar maakte: Rietje in blauw witte zonnestoel onder een bloeiende boom.Op de eerste paasdag van het jaar 2000 ging bij ons thuis de telefoon. Toen mijn man zich na een kort gesprek omkeerde wist ik het al; Toon is dood. We gingen afscheid van hem nemen in zijn villa in Bosch en Duin. In de hal stond zijn lege hometrainer onder Rietjes schilderij. In de keuken leek het of Rietje de regie had: de koffie geurde, de bezoekers kregen zoetigheid, de kopjes stonden op het kanten tafelkleed.

Toon lag roerloos in de zonnige tuinkamer. Hij droeg een gele trui en een blauwe weekenddas. Boven hem hing zijn schilderij met roze rozen, een rode appel en een geelgroene appel op een blauwe lap. En ook een tekening van een van zijn kleinkinderen: 'Voor mijn liefen opa.'
Het is najaar 2001. Weer is de familie Hermans vrolijk: in galerie Bel-Etage op de Prinsengracht wordt een expositie van Raphaël Hermans geopend. Er wordt piano gespeeld, gezongen, gedronken en Raphaëls zoontje Silas rent onvermoeibaar rond. Aan de wanden hangen de kleurige schilderijen van Toon en Rietjes kleinzoon. Houdt het dan nooit op met die kleuren? Raphaël plakt alweer een rood plakkertje bij een verkocht schilderij. Het is of ergens Rietje glimlacht: Nee, het houdt niet op.

toonbruidspaartje

Rietje
Zij is mijn nu, mijn toen
Zij is mijn leven
Zij is mijn denken en mijn doen
Zij is mijn lied,
Ik weet haast zeker, Heer,
U hebt mij haar gegeven
Want zoiets liefs,
Dat geven mensen niet.
Uit: 'Alles is heimwee' 1979

Rietje
Mijn vrouw voert mussen op 't terras
Ik zie ze gulzig pikken,
Een nogal iele damesmus
En een brutale dikke.
Ze zitten op de tafelrand
Zijn helemaal niet bang.
Ze zegt: ze eten uit mijn hand
(dat doe ik al zo lang).
Uit: 'Ik heb het leven lief' 1981

Rietje
Zij stierf in november
Nu ik dit schrijf is het zomer.
Het is dus nog maar kort geleden.
Maar er is geen kort meer en geen lang.
Ze is nog geen uur dood geweest.
Nu ik haar handen niet meer aan kan
Raken en haar ogen niet meer kan zien,
Zijn we nog meer dan ooit twee zielen
en één gedachte.
Uit: 'Dan heb je geluk' 1989

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top