Enkele hoofdpersonen uit het boek:

mariec

Marie Cornelie van Wassenaer Obdam (1799-1850)

Marie Cornélie verloor haar moeder toen ze pas drie jaar was. Haar vader hertrouwde met Sophia van Heeckeren van Kell, hofdame aan het Oranjehof. Na zijn dood voedde de stiefmoeder de schatrijke erfdochter van het geslacht van Wassenaer als haar eigen kind op en nam haar mee naar St. Petersburg.

Tsaar Paul I Romanov (1754-1801)

De krankzinnige vader van Anna Pavlovna was een zoon van tsarina Catharina de Grote. Hij had als kind geen liefde gekregen. Nadat zijn eerste vrouw in haar kraambed was gestorven trouwde hij met Maria Fjodorovna, die hem tien kinderen schonk. Anna Pavlovna was de jongste dochter. Paul werd in 1801 vermoord en opgevolgd door zijn zoon: Alexander I.

Maria Fjororovna (1795-1828)

Moeder van Anna Pavlovna en gemalin van Paul I. Ze was de spil van het grote gezin van Paul I en bleef hem onvoorwaardelijke trouw, ook toen hij haar bedroog en bedreigde. Toen hij door een groep samenzweerders was vermoord bleek ze ontroostbaar.

tsaaralexander1

Tsaar Alexander I (1777-1825)

Alexander, 'De Engel' geroemd om zijn prachtige benen was oudste broer van Anna Pavlovna. Hij besteeg de troon in 1801. Omdat hij medeplichtig was aan de samenzwering tegen zijn eigen vader, sleepte hij levenslang een schuldgevoel met zich mee. Hij was op vijftienjarige leeftijd gehuwd met Elisabeth Fjodorovna. Ze baarde hem twee dochters die beide overleden.

Anna Pavlovna (1795-1865)

Groothertogin Anna Pavlovna (=dochter van Paul) was nog maar een kleuter toen haar vader in 1801 werd vermoord. Keizer Napoleon dong naar haar hand, wat door Maria Fjodorovna verontwaardigd werd afgewezen. In 1816 trouwde ze in Sint-Petersburg met kroonprins Willem van Oranje Nassau en reisde met hem naar Den Haag. Ze kregen vier zonen Willem (de latere koning Willem III), Alexander, de jong overleden Ernst Casimir, Hendrik en een dochter: Sophie.

Willem Frederik van Oranje Nassau (1792-1849)

Willem, voorbestemd om zijn vader Willem I koning van Nederland, België en Luxemburg, op te volgen, was een geschikte partij voor de tsarendochter. Hij werd vooral uitverkoren omdat hij zo'n heldhaftige rol had gespeeld in de strijd tegen Napoleon bij Waterloo. Hij was zeer goed bevriend met tsaar Alexander en diens broers de groothertogen Constantijn, Nikolaas en Michael.

Sophia douairière Van Wassenaer Obdam geboren van Heeckeren van Kell 1772-1847)

Toen Marie Cornélie eenendertig jaar oud was, arrangeerde Sophia een huwelijk met Charles van Heeckeren van Kell, oudste zoon van haar broer Willem. Charles was tien jaar jonger dan zijn bruid Marie Cornélie en erfde haar hele vermogen.

De reis

In 1823 vernam de vierentwintigjarige Marie Cornélie van Wassenaer Obdam dat haar en haar stiefmoeder Sophia douairière van Wassenaer Obdam, een grote eer ten deel was gevallen; ze mochten Anna Pavlovna en kroonprins Willem Frederik van Oranje Nassau begeleiden op een verre reis naar het hof van de roemruchte tsaar Alexander I te Sint-Petersburg.

Een jaar voor het vertrek werden er al hofjaponnen - met sleep en z.g. ronde japonnen - , tiara's en mantels in reismanden naar Rusland gestuurd. Aan het Oranjehof was de opwinding nog groter: Anna Pavlovna had haar geliefde moeder Maria Fjodorovna al sinds jaren niet meer gezien. Ze werd verscheurd door heimwee en had er alles voor over om naar haar geliefde vaderland terug te keren.

De freule Van Wassenaer Obdam was de enige die zich niet verheugde op de reis. Ze hield van Kasteel Twickel en ze wilde haar piano- en tekenlessen niet missen, die ze 's winters in haar stadspaleis aan het Lange Voorhout kreeg. Marie Cornélie had een hekel aan het hofleven, ze zat niet graag opgeprikt in salons en liet zich niet imponeren door kronen en diamanten.

Niettemin stapte ze gehoorzaam in de reiskoets en begon aan de verre, avontuurlijke tocht naar het rijk der Romanovs. Als troost had ze haar dagboek waarin ze elke avond de belevenissen opschreef en een tekenalbum om onderweg de mooiste plekjes te vereeuwigen.

In Brussel voegden ze zich bij het kroonprinselijk paar. De hofstoet van Anna Pavlovna en kroonprins Willem Frederik bestond - behalve uit hofdame Sophia met Marie Cornélie - uit de Belgische hofdame Pauline d'Oultremont, lakeien, knechten, koetsiers en postiljons, een lijfarts, een hoffunctionaris, dienstmeisjes, wasmeisjes en een kok met zijn keukenwagen. Op 9 september zette de stoet zich in beweging en trok richting Rusland. Marie Cornélie en Pauline, die vriendschap hadden gesloten, zaten altijd samen in een koets en doorstonden vele ontberingen.

Op dinsdag 21 september 1824 overnachtten ze in Leipzig:

'Om vier uur 's morgens begaven Pauline en ik ons op weg. De sterren straalden nog volop aan het firmament. Een poosje was de weg nog aardig goed maar weldra kwamen we in verschrikkelijk mul zand. (..) Algauw bevonden we ons in een dicht sparrenbos, waar ik nooit meer uit tevoorschijn dacht te komen. Om het mulle zand te vermijden kozen de postiljons zijpaden over de boomwortels, die ons op een onwaardige manier op en neer lieten hobbelen.'

Op 24 september bereikten ze het stadje Deutsche Krone, waar ze in een door zwarte vliegen bevolkte kamer van de plaatselijke postmeester de nacht doorbrachten. Kroonprins Willem bewaarde onder alle omstandigheden een goed humeur en zorgde er in elke rustplaats voor dat ze de nodige lichaamsbeweging kregen;

'Na de maaltijd stelde hij voor een wandeling te maken. We liepen door de straten onder escorte van al het rapaille, dat niet gewend was een dergelijk gezelschap over straat te zien wandelen. Alle joden, die gezeten voor hun deuren de sabbat vierden, sloegen ons gade. De prins leidde ons naar de velden, langs het meer en naar de grote weg. We smaakten het genoegen om tegelijk met de ganzen in de stad terug te keren, waarbij we zo ingesloten werden dat we bijna niet vooruit konden komen.'

Herbergen vol vlooien en luizen trotserend bereikten ze de grens van Polen. Dezelfde avond - 3 oktober - reden ze Rusland binnen. Daar zagen ze de eerste wolven in het veld en maakte Marie Cornélie geschokt melding van de wreedheid van de Russische koetsier, die zijn paarden en horigen ongenadig afranselde. Via Litouwen kwamen ze in Koerland. Soms zaten ze vierentwintig uur lang in de koets: 'We hadden alleen een restje brood en wat koud vlees in het rijtuig dat we nog deelden met onze bediende. Dit was alles dat we te eten kregen.'

Eindelijk ratelde de reiskoets met Marie Cornélie en Pauline op zondag 10 oktober 1824 om half zes 's morgen de binnenplaats van Paleis Gatsjina op. De beide hofdames wachtten vol ongeduld om Maria Fjodorovna, moeder van Anna Pavlovna te leren kennen. Maar ze waren doodop van de reis:

'Na het ontbijt kropen we gauw weer in bed om nog wat uit te rusten. Maar het daglicht hield me uit mijn slaap. Na een uur, toen ik net begon te dommelen, werd ik met een aangenaam bericht gewekt. We moesten ons zo snel mogelijk kleden in een japon met sleep en diamanten om na de mis voorgesteld te worden aan de weduwe van de overleden tsaar; Maria Fjodorovna'. De hofdames stonden die ochtend wat verlegen tegenover de gehele schitterende hofhouding, waarvan Maria Fjodorovna het middelpunt vormde: 'Na enkele ogenblikken schreed de tsarina op ons toe. Zij is een grote vrouw met voor haar lengte een goed postuur. Dankzij duizend kleine schoonheidsgeheimpjes is zij voor haar 65 jaar zeer goed geconserveerd. Zij draagt onder andere een korset, dat zo strak zit, dat zij alleen hele kleine pasjes kan nemen. Bukken lukt niet en ze kan zelfs haar armen niet ver genoeg naar voren steken om haar lange handschoenen aan te trekken. Dit doet ze door haar ene hand op haar rug te houden. Ze straalt veel waardigheid uit en heeft tegelijkertijd beminnelijke omgangsvormen.'

De verafgode Tsaar Alexander I, die door zijn volk De Gezegende of De Engel werd genoemd, maakte op dat ogenblik nog een rondreis door zijn rijk en zou pas later naar Gatsjina komen. Marie Cornélie kreeg de kans om eerst wat aan de omgeving te wennen. Ze hield een verkenningstocht door het grote paleis: 'We gingen op zoek naar de hofdames, die in de vieste en meest onwelriekende gangen wonen die ik ooit in mijn leven gezien heb. Geen daglicht en geen frisse lucht komen hier ooit binnen. De kamers zijn klein en laag en worden zo sterk verwarmd, dat je kans loopt er flauw te vallen. De meeste dames ontvingen ons niet. Zij waren bezig zich te kleden. (..) Na afloop restte ons maar een ogenblikje rust voor het diner. Dit vindt plaats om drie uur. Pauline en ik gingen naar het 'Arsenaal', een grote overwelfde zaal (..). In het ene gedeelte staan; een tafel, die na de maaltijd wordt verwijderd, dressoirs en een schommel. De andere is bestemd voor nog meer ontspanning. Hier bevindt zich een theatertje, een piano, een rad van avontuur, een houten glijbaan, een biljart, een bilboquet, veertjes, rackets, dobbelbekers etc. etc. De aanwezigheid van de tsarina verhindert geenszins, dat men zich aan deze spelletjes waagt. Zij moedigt dit zelfs aan en speelt zelf soms een partijtje pluimbal.'

Al gauw verveelde de freule Van Wassenaer zich onder volwassen hovelingen, die zich 's avonds vermaakten met naar haar smaak onnozele spelletjes als van de roetsjbaan glijden. Gelukkig kwam begin november tsaar Alexander I aan, de held van Europa die Napoleon had verslagen. Het veroorzaakte grote opwinding aan het hof: 'De tsaar arriveerde die dag in Gatsjina. Hij was twee dagen tevoren in Tsarskoje Selo teruggekeerd van een grote reis door het binnenland van zijn rijk. Al vanaf elf uur 's ochtends waren we gekleed om aan Zijne Majesteit te worden voorgesteld, maar deze kwam pas om zeven uur 's avonds aan (..) Het voorstellen aan de tsaar vond plaats bij de prinses van Oranje. De prins introduceerde ons. De grote man leek me niet zo mooi en zo groot als ik had gedacht. Het was trouwens donker in de kamer en zijn uniformjas zag er niet erg verzorgd uit. Hij vroeg Pauline naar mensen die hij kende van zijn verblijf in Brussel. Hij zei iets over het weinig gunstige klimaat van St. Petersburg, over de reis die hij had gemaakt en over de mooie streken, die hij in de Oeral had doorkruist. De tsaar is erg doof, wat het gesprek met hem bemoeilijkt. Hij drukt zich overigens heel gemakkelijk uit en heeft een aangename stem (..) Als hij spreekt heeft hij een aardige gelaatsuitdrukking. Hij heeft de gewoonte om zich te parfumeren, zodat zijn sporen overal te volgen zijn. De prins van Oranje verhief zijn stem als hij tegen hem sprak op een vreselijke manier. Ze hebben een heel intieme band met elkaar.'

De hovelingen waren er aan gewend het hele jaar door van het ene paleis naar het andere te trekken en in november maakte iedereen zich gereed voor het vertrek naar het beroemde Winterpaleis te Sint-Petersburg.

Ondanks haar heimwee en ironische visie was Marie Cornélie betoverd door de eerste aanblik van Sint-Petersburg, de stad die honderdvijfentwintig jaar geleden door tsaar Peter de Grote in de moerassen aan de Neva was gebouwd: 'Toen we over een stenen brug waren gereden, werden we getroffen door de schoonheid van het panorama dat zich voor onze ogen ontvouwde: een mooi kanaal begrensd door twee stenen kaden en een ijzeren balustrade, brede en helemaal rechte straten, prachtige trottoirs zonder onderbrekingen en zeer grote, hoewel over het algemeen lage huizen. Dit alles vormde een schitterend schouwspel. Toch kon ik me niet verzetten tegen een gevoel van droefheid omdat ik bedacht dat ik hier een hele winter zou moeten blijven. De brede straten en grote pleinen hadden in hun grootheid iets treurigs. De weinige mensen die voorbij kwamen, verloren zich in de ruimte. Tenslotte bereikten we het grote plein.

De Admiraliteit, het Winterpaleis en het gebouw van de Generale Staf met zijn grote gewelf verschenen plotseling in ons gezichtsveld. We kwamen ogen tekort om alles te bewonderen. (..) We werden naar een prachtig appartement gebracht, dat bestemd was voor Maman.'

Nauwelijks was het gezelschap gearriveerd of de stad werd getroffen door de grootste watersnoodramp, die Sint-Petersburg ooit teisterde. Angstig stond Marie-Cornélie voor haar venster van het Winterpaleis en zag hoe het water van de Neva steeg en steeg.

Vrijdag 19 november: 'Het werd steeds vreselijker wat ik zag. Weldra was het grote Paleisplein één groot meer geworden (..) Twee rijtuigen met vier paarden reden nog langs. Het ene raakte klem tegen een stoeprand, waarvan al niets meer te zien was. De paarden stonden tot de hals in de beukende golven en hadden geen kracht meer om zich te bewegen. De koetsier die van de bok was gekomen om te proberen weer vlot te raken, kon zelf niet meer op zijn benen blijven staan. Hij moest de dichtstbijzijnde lantaarnpaal vastgrijpen.(..)De tsaar had dadelijk alle mogelijke maatregelen genomen om zoveel mogelijk alle ongelukkige getroffenen te helpen. (..) Aangezien het water ook in de benedenverdieping van het paleis stond, kregen we die dag slechts met moeite een diner. Er werd gezegd dat er in de kelder zelfs enkele mensen verdronken waren.'

Toen het water van de Neva daalde moesten er duizenden slachtoffers worden geborgen en vlak daarna sloeg de felle kou toe. Marie Cornélie leerde de vreugde van de Russische winter kennen: 'Maman en ik maakten ons eerste tochtje in een slede, waarvan we erg genoten. Het sneeuwde behoorlijk maar daar maakt men zich hier niet ongerust over. Als er maar geen felle wind bij komt. Veel warmer gekleed dan in Nederland installeerden we ons in de slede. Hierin zit je met z'n tweeën heel comfortabel met een berenhuid over je knieën. De knecht staat achterop en de koetsier zit voorop. Deze ment de twee paarden, waarvan het ene het lamoen (disselboom) draagt en het voertuig trekt, terwijl het andere er alleen maar naast galoppeert, met het hoofd naar beneden.'

Langzamerhand begon ze haar verblijf interessant te vinden en schreef 's avonds met groeiende geestdrift over haar wandelingen over de Nevski Prospect, haar bezoeken aan de Hermitage, het theater, Russische dansen, de kunstcollecties in de paleizen van de adel maar vooral over de haar omringende vorstelijke personen.

Omdat ze deel uitmaakte van het gevolg van Anna Pavlovna was Marie Cornélie wel gedwongen de Russische orthodoxe diensten bij te wonen die haar, als sobere protestantse, overdreven voorkwamen. Ze wist de tijd in de paleiskapel echter op een aangename manier te doden:

'De hele gemeente probeert zoveel mogelijk tegen de muur te leunen, omdat men in de orthodoxe kerk nauwelijks durft te gaan zitten. De prinsessen die zwanger zijn of ongesteld, nemen deze vrijheid soms wel. De gezangen troffen me niet zo bijzonder als ik verwacht had. (..) Hoewel het voor zoiets niet het meest passende moment was, kon ik me er niet van weerhouden om tijdens de mis met verbazing naar de slanke tailles te kijken van de heren officieren van het regiment van de tsarina. Omdat ze tegen het licht stonden, leek het of je ze als een wesp in tweeën kon snijden. Alle Russische militairen zijn zo vreselijk strak ingesnoerd, dat ze nauwelijks kunnen gaan zitten. Behalve het uniformjasje en de sjerp die, zoals een officier mij zelf verteld heeft, door twee mannen moet worden aangetrokken, dragen ze nog strakke broeken in hoge laarzen, waardoor ze hun knieën niet kunnen buigen. Niet alleen de officieren, maar ook eenvoudige soldaten worden op deze manier ingesnoerd. Dit veroorzaakt onvermijdelijk slagaderbreuk of andere ongevallen. Vanaf hun vroegste kinderjaren worden de militairen zo ingesnoerd. Deze onnatuurlijke staat veroorzaakt een vroegtijdige dood en het is daarom heel zeldzaam als een Russische soldaat het einde van zijn 25-jarige diensttijd bereikt, ongeacht de leeftijd waarop hij onder dienst is gegaan.'

De Russische kalender liep in de negentiende eeuw nog twaalf dagen achter op de Gregoriaanse kalender, waar aan men zich in de rest van Europa hield. Op 18 januari 1825 - Driekoningendag voor de gasten - mocht Marie Cornélie getuige zijn van een luisterrijk ritueel: de Zegening van het Water van de Neva: 'Ze waren al een paar dagen bezig geweest op het ijs van de rivier een tempeltje te bouwen. Dit open gebouwtje werd omgeven door een soort galerij (..) 's Ochtends om tien uur vervoegde ik me met Maman in een kostbare japon met sleep bij de prinses van Oranje, die meteen met Maman naar haar moeder ging. Omdat ik niet hoog genoeg in rang ben om daar bij te blijven, ging ik alvast naar de Grote Zaal.

Na een korte dienst kwamen de aartsbisschop en de priesters, die het kruis en het evangelieboek droegen, naar buiten. (..) De keizerlijke familie ging naar het appartement van de tsarina, dat uitziet over de rivier. De priesters met hun gevolg hadden ons bij de grote trap verlaten om naar het op het ijs gebouwde tempeltje te gaan. Ondanks de dooi stond er een grote menigte op het ijs van de Neva. Ook op de kade langs het paleis zag het zwart van de mensen. Voor de priesters was zand op de kade gestrooid. Wij zagen hen al snel naar buiten komen. Terwijl de stoet het tempeltje betrad, plaatsten de militairen vlaggen op de open galerij. Toen daalde de aartsbisschop enkele in het ijs uitgehakte treden af om bij het water te komen. Hij dompelde het kruis er in onder en op hetzelfde moment werden de kanonnen op het fort afgevuurd. Vervolgens schepte de priester, op de plaats waar het kruis was ondergedompeld, twee zilveren schalen water uit de Neva op en liet ze naar de tsarina's brengen. De vlaggen werden ermee besprenkeld en ook het volk, dat naar voren dromde om het gewijde water op te scheppen. Er werd me verzekerd dat het vroeger gebruikelijk was om kinderen in hetzelfde water te dopen. Omdat de meeste kleintjes hierdoor om het leven waren gekomen, was dit gebruik afgeschaft.'

tsarkojeselo

Tjarskoje Selo

Na de indrukwekkende viering van het Russische paasfeest in Sint-Petersburg bleef de lente uit. Pas toen ze het Winterpaleis hadden verlaten en Marie Cornélie het elegante Paleis Pavlovsk en het paleispark van Tsarskoje Selo ontdekte schreef ze: 'Het weer begon eindelijk wat zachter te worden. De lindeboom had nauwelijks waarneembare knoppen aan zijn kale takken. Maar toen ik op maandag 6 juni ontwaakte, zag ik tot mijn stomme verbazing dat de boom na één nacht in volle bloei stond. In minder dan twee dagen was de verandering compleet en waren we - zonder overgang naar de lente - middenin de zomer beland. De warmte was navenant.'

Eind juli 1825 werden er voorbereidingen getroffen voor de terugreis naar de Lage Landen. Marie Cornélie betrad voor het laatst het appartement van de oude tsarina Maria Fjodorovna, die de freule van Wassenaer zo goed had leren kennen: 'Ze wist wel, zo zei ze, dat ik niet van de grote wereld hield, noch van het hofleven. Ik antwoordde haar dat ik inderdaad de voorkeur geef aan het rustige en geïsoleerde leven op het platteland. (..) Volgens haar was men het eenzaamst in de wervelwind van het gezelschapsleven (..) De tsarina stond toen op en nam op werkelijk ontroerende wijze afscheid van ons. Ze gaf Pauline haar zegen en sloot ons beurtelings in haar armen. Het was de enige keer dat ze ons toestond haar hand te kussen.'

Met lood in haar schoenen was de schrijfster van het dagboek in Sint-Petersburg aangekomen maar bij het vertrek wierp ze een laatste blik over de stad en zijn paleizen en schreef: 'Het speet me Peterburg te verlaten (..) ook omdat we hier in alle opzichten zo warm waren ontvangen dat we aan de stad wel een zeer aangename en dankbare herinnering moesten bewaren.'

Copyright Thera Coppens

'Marie Cornélie dagboek van haar reis naar Sint-Petersburg 1824-1825' door Thera Coppens. Vertaling van het Franse dagboek: Aafke Brunt. Uitgeverij: Meulenhoff Amsterdam.

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top