'Ich zeichne, künstle und lebe ganz mit Rembrandt' (Goethe, 1774)

Op 4 oktober 1669 sloot Rembrandt van Rijn in Amsterdam voorgoed zijn ogen.

Ruim honderd jaar later - op 28 augustus 1749 - zag Johan Wolfgang von Goethe in Frankfurt am Rhein het levenslicht. Wat kan twee geniale kunstenaars uit verschillende landen en tijdperken bij elkaar brengen?

In 1999 werd het 250ste geboortejaar van Goethe gevierd. Het Amsterdamse Goethe Instituut en Museum het Rembrandthuis stelden gezamenlijk de tentoonstelling 'Goethe en Rembrandt' in het Rembrandthuis samen. Meer dan zestig tekeningen en prenten van de schilder en diens tijdgenoten, afkomstig uit het Schlossmuseum en het Goethe Nationalsmuseum te Weimar, waren voor het eerst in ons land te zien. Ze vormden een bron van inspiratie voor de schrijver en dichter Goethe, die er in zijn Sturm und Drang-jaren van droomde, zich ooit met Rembrandt onder de grootste schilders ter wereld te scharen.

rembrandt2

In zijn lange, productieve leven heeft Goethe geen moment angst gekoesterd voor een onbeschreven blad. Maar het witte schilderslinnen deed hem huiveren.

'Vandaag bonst mijn hart: ik zal vanmiddag voor het eerst het olieverfpenseel ter hand nemen..' schrijft hij pathetisch. Goethe tekende sinds zijn kindertijd. Hij schetste zijn zusje Cornelia met een groepje vrienden, hij tekende portretten in zwart- en wit krijt en schiep -volgens de heersende mode- silhouetten. Toen hij in 1765 zijn geboortestad verliet om op aandrang van zijn vader rechten te studeren aan de universiteit te Leipzig, volgde hij daar een serieuze tekenopleiding bij A.F. Oesler, directeur van de tekenacademie. Bezeten van de beeldende kunst reisde hij naar Dresden en bracht drie volle dagen in de Gemäldegalerie door. Daar zag hij voor het eerst orginele werken van Rembrandt, die hij voordien slechts van prenten en copieënkende. Hij was overrompeld door de plastische kracht, de emotionale lading, de contrasten tussen licht en schaduw. De spontane tekenstijl greep de dichter aan: wat Rembrandt met enkele lijnen vertelde, kostte Goethe meer dan duizend woorden.

Sindsdien werd Goethe steeds vaker overvallen door wat hij Zeichenfieber noemde. Het succes van zijn drama 'Götz von Berlichingen', dat nog werd overtroffen door de stormachtige reacties op zijn roman 'Die Leiden des jungen Werthers', maakten van de 24-jarige Goethe een gevierd schrijver. Maar toch kwelde hem de vraag: zal ik ooit een groot kunstschilder worden? Door middel van magische spelletjes probeerde hij daarop een antwoord te vinden. Toen hij in de lente langs de oever van de zonovergoten Lahn wandelde, kreeg hij een ingeving. Hij had toevalig een zakmes in zijn linkerhand en besloot het in de rivier te werpen. 'Als ik het mes in het water zie vallen, zal mijn wens in vervulling gaan. Als het mes aan het oog onttrokken wordt door de hoge oeverbegroeiïng, zal ik verdere pogingen staken..' Zoals bij alle klassieke orakels was het antwoord tweeduidig: Goethe kon zijn zakmes niet zien vallen. Maar het opspattende water steeg als een krachtige fontein hoog boven het groen uit. Hij was niets wijzer geworden. Vol overgave zette hij het schilderen en tekenen voort. Tijdens zijn reis naar Italië n 1786 zocht hij telkens een geschikte plek om het landschap te schetsen en in Rome ging hij zelden op pad zonder papier en tekenpen.

Op de eerste verdieping van Museum het Rembrandthuis in de Amsterdamse Jodenbreestraat waren o.m. zeven tekeningen van de hand van Goethe te zien. Tussen de meesterwerken van zijn Hollandse collega's uit de Gouden Eeuw als Rembrandt, Ferdinand Bol, Albert Cuyp en Adriaan van Ostade valt de tekenaar Goethe onherroepelijk door de mand. Hoewel hij er niet in slaagde zijn landschappen, boompartijen en architecturen een sterke vorm te geven, leerde hij door het vele tekenen wel goed naar het werk van anderen kijken. Feilloos herkende hij de ware meesters. Na terugkeer uit Italië begon hij op grote schaal prenten te kopen en hij maakte reizen om overal privé verzamelingen te zien. Hij deelde zijn passie voor de schone kunst met hertog Carl August van Saksen-Weimar bij wie hij vanaf 1775 o.m als minister, raadsheer, theater- en museumdirecteur in dienst was.

Toen Goethe in 1832 stierf, liet hij in zijn woonhuis aan het Frauenplan in Weimar een verbluffende verzameling van 26.511 prenten en tekeningen uit verschillende kunsthistorische tijdperken na, die hij in zestig jaren bijeen had gebracht. Bovendien verzamelde hij voor de hertog voornamelijk prenten en tekeningen. Daarbij trachtte hij van alle scholen een zo respresentatief mogeijk overzicht samen te stellen.

Vergeleken bij Goethe leidde Rembrandt een tamelijk beperkt leven. Zelfs zijn tijdgenoten verbaasden zich er over, dat hij nooit naar Rome reisde om de kunst van de renaissance en de Oudheid te bestuderen. Als hij zijn Amsterdamse werkplaats verliet, had dat een practisch doel. Hij zag nooit de besneeuwde Alpentoppen, zoals Goethe deed. Rembrandt was al onder de indruk toen hij bij Rhenen de slechts 53 meter hoge Grebbeberg aanschouwde.
Op de tweede verdieping van Museum het Rembrandthuis worden hoogtepunten uit de vaste collectie tentoongesteld. 'Landschap met herder' toont een volstrekt Hollands riviertje, omzoomd door zomers groen. In de verte heeft Rembrandt het contour van de Grebbeberg geëtst, opgeluisterd met uitheemse bouwwerken. Het is een vreemd tafereel, waarin hij iets van zijn verlangen naar verre landen prijsgeeft. Het reizen zou hem echter te veel tijd kosten. Hij concentreerde zich hartstochtelijk op de teken- en schilderkunst en hield zich niet bezig met andere kunsten- en wetenschappen. Als hij porselein, naturalia of kunstvoorwerpen kocht, was dat om ze een plaats te geven in zijn composities. Goethe had de gewoonte aan zijn schetsen bevlogen dichtregels toe te voegen. Van Rembrandt bleef alleen wat zakelijke correspondentie bewaard. De weinige teksten op zijn tekeningen klinken niet poëtisch: 'Dit is naer mijn huysvrou geconterfeyt do sy 21 jaar oud was den derde dach als wy getroudt waeren' noteerde hij in zilverstift op 8 juni 1633 onder een portretje van Saskia. Haar beeltenis straalt zoveel schoonheid en liefde uit, dat elke toevoeging in taal overbodig is.

saskia1633

De tentoonstelling toont voorbeelden van Goethes pogingen om de Hollandse meesters van de Gouden Eeuw te evenaren. Zijn 'Landschaft mit Kahn' is een copie van Rembrandts 'Landschap met roeiboot'. Hier zijn de twee kunstenaars dicht bij elkaar gekomen. Nog sterker spreekt hun verbondenheid in de beroemde ets van een geleerde aan het venster, die in de lichtbron geheimzinnige tekens ontwaart. Goethe koos deze prent op het titelblad van zijn eerste Faust-uitgave.

Daardoor staat Rembrandts geleerde sinds de achttiende eeuw bekend als 'Faust'.

Naast landschappen verwierf Goethe van Rembrandt een paar virtuoze Bijbelse taferelen zoals de pentekeningen 'De barmhartige Samaritaan voor de herberg' en 'Lot en zijn dochters', die op de tentoonstelling te zien zijn. Wat hem als schrijver en dichter onweerstaanbaar aantrok was Rembrandts tekening van een 'Schreiber bei Kerzenlicht'. De schrijver schrijft niet, maar slijpt nadenkend zijn pen waarbij woorden en zinnen zich in zijn hoofd vormen. De kaarsvlam ligt als een lus van inkt op papier en wordt het licht zelve. Op handen, mouwen, gelaat speelt het. Een in water gedoopt penseel zet schaduw achter de schrijver en schept daarmee een kamermuur en tegelijk warmte en intimiteit. Was het een muur in Rembrandts woonhuis? Wellicht ontstond deze tekening op dezelfde locatie en heeft hij er ruim drieëneenhalve eeuw geduurd voor hij via Goethe terugkeerde in het pand aan de Amsterdamse Jodenbreestraat.

In 1999 toen Weimar Culturele hoofdstad van Europa was, heeft men veel geïnvesteerd in het herstel van Goethes woonhuis en de overige monumenten.
Gelijktijdig werd het Rembrandthuis in Amsterdam teruggebracht naar zijn zeventiende eeuwse staat. De ingrijpende verbouwing, waarbij alle toevoegingen van latere eeuwen zijn verwijderd, bracht gouden vondsten aan het licht. Onder leiding van stadsarcheoloog J.M. Baart groef Theo Laurentius -bekend van zijn deskundig optreden in het TV programma 'Tussen kunst en kitsch'- met zijn zoon de beerput op de binnenplaats van het Rembrandthuis uit. Ze hoopten het ontbrekende stuk van een etsplaat te vinden, die sinds eeuwen aan 'De zeug' (1643) ontbreekt. Wat Laurentius onder lagen modder ontdekte was geen koperplaat maar minstens zo interessant materiaal: een aardewerken pot waarin zich resten loodwit uit de werkplaats van de meester bevond. Glasscherven, een tinnen lepel, een houten boterspaan. Ontroerend is het 17de eeuwse kinderspeelgoed waarmee Rembrandts zoon Titus mogelijk heeft gespeeld. De vondsten zijn mooi belicht en van commentaar voorzien in vitrines geplaatst.

Wie nu Museum het Rembrandthuis bezoekt, krijgt de unieke kans om het gereconstrueerde woonhuis in te gaan. Hij kocht het huis in 1639 voor 13.000 gulden en beleefde er de gelukkigste tijd van zijn leven. Hier plaatste hij etspers en schildersezel, hier werkte hij met zijn leerlingen, hier beminde hij Saskia en en hier werd hun zoon Titus geboren.

Onder een afdak op het binnenplaats zag 'De Nachtwacht' het licht. In het najaar zal de herinrichting van het Rembrandthuis een feit zijn en krijgt de verbeelding geen kans meer het verleden naar eigen inzicht op te roepen. Nu moeten de lege vertrekken het drama van Saskia's dood en Rembrandts faillissement vertellen. In 1657 werd zijn inboedel bij opbod verkocht, een jaar later kwam het huis aan de Breestraat onder de hamer. De schilder vertrok met Hendrickje Stoffels en zijn kinderen naar een eenvoudiger woning aan de Rozengracht. Dit pand werd afgebroken, elke herinnering aan Rembrandts laatste levensjaren is daarmee vernietigd.

Meer eerbied koesterde het nageslacht voor de geniale Goethe. Toen de eeuwige duisternis over hem was gekomen, werd zijn huis aan het Frauenplan met zijn kostbare inhoud verzegeld. Goethes nakomelingen waagden het niet diens woon- en werkkamer te ontsluiten. In 1885 overleed Goethes laatste kleinzoon Walter von Goethe. De wereld hield de adem in toen diens testament werd geopend.

Wie zou Duitslands meest kostbare culturele erfgoed toevallen? Toen bleek, dat Goethes kleinzoon een wijs besluit had genomen: Sophie van Oranje Nassau gemalin van de hertog van Saksen-Weimar kreeg Goethes bezittingen toegewezen. Aangedaan sprak de vorstin de onsterfelijke woorden: 'Ik heb geërfd, Duitsland, de hele wereld zal meeërven.'

Er lag een belofte in besloten, die zij nakwam. Ruim een halve eeuw na Goethes dood liet Sophie van Oranje Nassau diens voordeur openen. In het woonhuis trof ze 1000.000 documenten aan. Ze nam de volle verantwoordelijkheid voor het behoud van deze schat op zich. Sophie trok handschoenen aan, zette zich aan tafel en begon met de ordening van de literaire schat. De wijze waarop zij eigenhandig de nalatenschap behandelde, bracht de nazaten van Schiller er vier jaar later toe haar ook de erfenis van Duitslands tweede grote dichter toe te vertrouwen. Sophie liet, uit eigen middelen, in klassieke stijl een gebouw oprichten waarin ze het Goethe-Schiller archief onderbracht.

plattegrond

Deze plattegrond van het Goethe-Schilleracrhief werd door Sophie zelf getekend

Geen plaquette of borstbeeld herinnert aan haar grote daden. Wel droeg de nieuwe uitgave van Goethes werk, die onder haar toezicht tot stand kwam, haar naam; deze Sophienausgaben zijn een begrip geworden. Met de stichting van het Goethe Museum wist ze het interieur van Goethes woonhuis voor het nageslacht te bewaren, zoals hij het in 1832 had achtergelaten.

Hoewel Goethe ons land nooit heeft bezocht is hij er op velerlei wijzen mee verbonden: in de historie van de Nederlandse vrijheidsstrijd vond hij het thema voor zijn drama 'Egmont'. In de Hollandse Gouden Eeuw vond hij kunstenaars die hem om hun techniek en stijl imponeerden. Uit Nederland kwam de prinses die uiteindelijk zijn literaire nalatenschap zou behoeden voor verspreiding en verlies. Boven alles torent de charismatische gestalte van Rembrandt, die Goethe in de vorm van een zelfportret aanschouwde. Nu zijn ze voor het eerst bijeen gebracht in een tentoonstelling, die tot nadenken stemt. Op de eerste verdieping van Museum het Rembrandthuis kijkt de 41-jarige Johan Wolfgang von Goethe, getekend door J.H. Lips, ons met de blik van een zelfbewust genie strak in de ogen. Een verdieping hoger hangt -nauwelijks groter dan een postzegel- een bescheiden zelfportret van de 24-jarige Rembrandt Harmensz. van Rhijn. Zijn blik van opperste verbazing is gestold in de tijd en volgt de bezoeker tot ver in de Jodenbreestraat.

'Goethe en Rembrandt' was te zien in Amsterdam, Museum het Rembrandthuis 28 april t/m 18 juli 1999

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Museumtijdschrift Vitrine

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top