Goud van Europa

Goud schittert door de historie heen: de Griekse mannen en vrouwen omrankten het hoofd met een krans van gouden bladeren, de Driekoningen brachten goud naar het goddelijk Kind in de kribbe, de Ridders van het Gulden Vlies droegen gouden ordetekens en de Franse koning plaatste een gouden zoutvat op zijn feestdis.

goudenlauwerkrans

Goud roept ook ondeugden op als jaloezie, hebzucht, corruptie en dieverij. Want wie goud bezit geniet macht en aanzien en wie goud ontvangt wordt bemind.

Mythisch goud

De mythe van Midas koning van Frygia is al eeuwen oud en vertelt over de tijdloze verlokking en de gevaren van goud: koning Midas had een beloning tegoed van Dionysos, de god van de wijn en de roes. Deze vroeg hem een wens te doen en koning Midas - niet de snuggerste onder de Griekse vorsten - wenste dat alles wat hij aanraakte in goud zou veranderen. De wens werd door Dionysos vervuld en een tijd lang was Midas verrukt van zijn gave: de vloer, de deur, de drempel, zijn bed en alle wanden van zijn paleis veranderden in zuiver goud zodra hij ze aanraakte. Spoedig ontdekte hij echter dat zijn geluk maar schijn was: hij kon niet meer eten of drinken want het brood en de wijn veranderden terstond in goud. En toen hij zijn geliefde koningin wilde omhelzen, veranderde zij in een hard, gouden beeld. Gelukkig werd hem de kans geboden zijn eigenschap kwijt te raken door in de Lydische rivier Paktólos te baden. Koning Midas was dolgelukkig toen hij weer als een gewoon mens door het leven kon gaan en genas voorgoed van zijn goudkoorts.

Dit mag dan een sprookje zijn, dat de Paktólos een rijke goudbron vormde voor de oude Grieken is de waarheid. De kleine gouddeeltjes werden onder meer met behulp van een schapenvacht uit de stroom gezeefd. Zo'n schapenvacht gaf weer aanleiding tot het ontstaan van een andere beroemde mythe: die van het Gulden Vlies. En daar over vertel ik u meer als we in Brugge zijn beland.

Goud werd niet alleen in rivieren gezocht maar ook diep onder de grond in goudmijnen. Ik vraag me wel eens af wat ik zou doen als ik in de zesde eeuw voor Christus leefde en daar met een klompje goud in mijn hand stond. Hoe zou ik - zonder kennis en gereedschap - van dat vormeloze edelmetaal ook maar het simpelste ringetje kunnen vormen? De menselijke creativiteit is grenzeloos en vanaf de zesde eeuw voor Christus slaagden goudsmeden er al in fijne juwelen, vazen en accessoires voor kleding zoals knopen en gespen te vervaardigen. Wapens werden met goud beslagen, meubelen verfraaid met gouden elementen en op een dag kwam men op het idee om gouden munten te slaan. Die eerste gouden munten werden gevolgd door een oneindige geldstroom waarop de rest van de geschiedenis dobbert. Ondanks alle waarschuwingen van filosofen en vrome asceten bleven de gouden munten de mensheid verblinden met als toppunt van inhaligheid onze Dagobert Duck, die een zwempak aantrekt om letterlijk in zijn geld te zwemmen.

Het leven in de Oudheid kreeg glans dankzij het edelmetaal maar goud was en bleef kostbaar en schaars. Wie in het huishouden een pot of beker van aardewerk brak, gooide de scherven in de afvalput. Beschadigde gouden voorwerpen werden echter nooit weggegooid; men smolt ze om en gebruikte het goud opnieuw. Daarom wordt bij opgravingen van gewone huizen en tempels ook zelden goud gevonden.

De enige kans om gave, gouden voorwerpen uit het verleden te vinden ligt in het openen van een vorstengraf. De overlevenden begroeven hun doden liefdevol met al zijn kostbaarheden, zodat ze ook in het hiernamaals aanzien zouden genieten. Zo werd het goud, dat met veel inspanning was gedolven, aan de donkere schoot van Moeder Aarde teruggegeven. Meestal wisten grafrovers de buit in latere eeuwen wel te vinden en gristen het goud weg. Maar soms doet zich een wonder voor en vinden archeologen een ongeschonden graf.

Zo'n wonder vond plaats in Macedonië, in het noorden van Griekenland. Daar werd in de vorige eeuw te Vergina de verzegelde grafheuvel ontdekt van koning Filippus (359-336 voor Christus). Filippus' zoon, de beroemde Alexander de Grote, heeft zijn vader een rijke begrafenis gegeven. En ook zijn koningin of misschien een minnares werd met haar gouden kostbaarheden bij hem begraven.

Al het goud dat ik in andere musea gezien heb, leek zijn glans te verliezen toen ik oog in oog stond met de voorwerpen in dit graf. Het bijzondere is dat de archeologen ze niet naar een museum overbrachten. In Vergina deed men het omgekeerde: van de grote, duistere grafheuvel werd een museum gemaakt met aangename airco en hel verlichte vitrines. 's Konings stoffelijke resten bevinden zich op hun oorspronkelijke plaats in een kistje van zuiver goud. Daarnaast staat de zilveren schenkkan van Philippus waarop zijn hoofdkrans van ragfijne, bladgouden blaadjes rust die hij tijdens een symposium of drinkgelag op het hoofd droeg. Zijn wijnbeker, bestek, wapens, textiel en zelfs resten van zijn met goud versierde bed liggen daar onder de heuvel. En tegenover hem staat het fijne, gouden kistje met het gebeente van zijn geliefde.

Heilig goud

Als aardse koningen en koninginnen goud verdienen, dan hebben Gods heiligen zeker recht op goud, zilver, diamanten en edelstenen, zo redeneerde men in de Middeleeuwen. In de werkplaatsen klonk tijdens de bouw van kerken en kathedralen onophoudelijk gehamer en getik der goud- en zilversmeden. Hoog kringelde de rook op van de vuurplaats, waar het edelmetaal werd verhit. Niets kon duur genoeg zijn voor de Allerhoogste. De gelovigen konden zich in de kerken vergapen aan de flonkering van gouden kruisen, kelken en kandelaars.

driekoningenschrijn

In Keulen, het Sacra Cologna, was het in 1164 groot feest toen de relieken van de heilige Driekoningen - die door de aartsbisschop waren verworven - in processie naar de Keulse Dom werden gebracht. De Driekoningen of Wijzen uit het Oosten waren de eersten die volgens overlevering het goddelijk Kind op aarde aanschouwden. Daarom werden ze met de grootste eerbied in een gouden schrijn gelegd. En daar liggen ze na achteneenhalve eeuw nog steeds. Een koperen koorhek scheidt de koorommegang van het hoogkoor, waar de oogverblindende schat in een glazen vitrine staat opgesteld. Op de voorzijde van de basiliekvormige kist werden de gestalten van de Driekoningen afgebeeld; ze zijn gedreven van puur goud en wegen 5,6 kilo! De glans van de gouden figuren wordt verhevigd door edelstenen, bergkristal en antieke cameeën. Het pronkstuk - waar vijftig jaar aan is gewerkt - werd in opdracht van Otto IV vervaardigd en de keizer liet zichzelf in het prominente gezelschap van Caspar, Melchior en Baltasar afbeelden. De luisterrijke reliekschrijn met zijn heilige inhoud vormde een trekpleister voor pelgrims uit de hele christenwereld, die er troost, hoop, of genezing kwamen zoeken. Daarmee steeg Keulen in aanzien en werd na Jeruzalem, Rome en Santiago de Compostela het belangrijkste pelgrimsoord van de christenen. En dat bracht goud in het laatje van de kerkkas.

Het goud van de wereldse macht

Om hun aardse macht te tonen, hebben koningen en koninginnen het hoofd altijd getooid met goud. Van grote schoonheid is de kroon van het Heilige Roomse Rijk, die in de tiende eeuw in Duitsland werd vervaardigd. De kroningsplechtigheid vond plaats in de Dom te Aken, waar ook de jonge keizer Karel V dit verbluffend stuk edelsmeedkunst op het hoofd werd gezet. De gouden Rijksappel met het kruis die ook werd bewaard, legde men in zijn hand.

kroonHroomserijk

De meest overrompelende regalia (kroon, scepter, rijksappel en rijkszwaard) zijn te zien in de Londense Tower. Al sinds het bewind van koning Karel II Stuart (1660-1685) vormen deze onvoorstelbare kroonjuwelen een attractie voor nieuwsgierig publiek. Van al het goud spant The Imperial State Crown de kroon; hij is verfraaid met meer dan 2800 diamanten, 273 parels en edelstenen. De koningin van Engeland heeft wel tien kronen maar deze draagt ze nog vaak, bijvoorbeeld bij de jaarlijkse opening van het parlement in november. Adembenemend is de scepter; niet alleen om de glans van zuiver goud maar vooral omdat er de grootste, geslepen diamant ter wereld - de 530-caraats First Star of Africa - in is gezet. De 1.3 kg wegende gouden Orb (Rijksappel) en het gouden Rijkszwaard vormen eveneens symbolen van de koninklijke macht. Begerige blikken mogen niet te lang op deze kostbaarheden blijven hangen. Daarom trekt er een trage polonaise van bezoekers langs de schatten; prachtig uitgedoste suppoosten manen voortdurend: Keep moving, keeeep moving!

Gulden Vlies

De Bourgondische hertogen hadden de moeilijke taak tal van prinsen, hertogen en graven in hun rijk eensgezind aan zich te binden. Filips de Goede kwam op het gouden idee om de ridderorde van het Gulden Vlies te stichten. Hij koos een feestelijk moment om de orde te proclameren: ter gelegenheid van zijn huwelijk met Isabella van Portugal op 10 januari 1430 te Brugge. Vijfentwintig Vliesridders legden tijdens het eerste kapittel de eed af. Op hun gewaad van rood fluweel droegen zij de ceremoniële gouden ketting. Zo'n ketting vormt thans een hoogtepunt van een bezoek aan de schatkamer van het Kunsthistorisches Museum in Wenen en vertelt symbolisch de mythe van het Gouden Vlies uit de Oudheid: onderaan hangt de gouden schapen- of ramsvacht waar het allemaal om draait. Deze kostbare vacht (Vlies) was volgens het verhaal tegen een boom gespijkerd in het koninkrijk Colchis en werd dag en nacht bewaakt door een vuurspuwende draak. De Vlaamse edelsmid heeft die vlammen uit de schakels van zijn keten laten vonken. De held Jason en zijn beroemde Argonauten wisten die gouden vacht met list en doorzettingsvermogen te veroveren en werden een voorbeeld voor de Vliesridders. In de gouden ketting zijn de wapenschilden van de ridders in gekleurd email aangebracht. De Vliesridders - die nog steeds bestaan - krijgen ook een eenvoudige, kleine draagorde, die ze aan een koordje om hun hals dragen.

guldenvlies

Een gouden huwelijk

Het huwelijk van goud en email leidde in de werkplaatsen der edelsmeden tot bedwelmend mooie voorwerpen van velerlei aard. In de beroemde bibliotheek van Chateau Chantilly - even boven Parijs - ligt bijvoorbeeld een boek met het evangelie van Johannes dat in de twaalfde eeuw werd ingebonden en voorzien van een verguld, met email versierd omslag waarop de vier evangelisten zijn afgebeeld. Florentijnse edelsmeden maakten in de zestiende eeuw voor een adellijke dame een gouden, geëmailleerde parfumverstuiver met haar familiewapen. En in het Franse Limoge smeedde een kunstenaar in de dertiende eeuw een lieflijke, gouden Madonna met Kind tegen een achtergrond van hemelsblauw email.

Misschien wel het mooiste voorwerp dat deze kunst heeft voortgebracht is het gouden zoutvat, dat de Italiaanse edelsmid, moordenaar, beeldhouwer en fantast Benvenuto Cellini in 1540 voor koning Frans I van Frankrijk ontwierp. Vier eeuwen geleden schreef Cellini zijn levensverhaal, dat ik altijd binnen handbereik heb en lees en herlees. Cellini laat me daarin over zijn schouder meekijken als hij in zijn werkplaats van het Palazzo Ducale te Florence een gouden juweel voor hertogin Eleonora de' Medici smeedt en ik mag meegenieten van de verbazing en bewondering van pausen en kardinalen bij het zien van zijn gouden ringen en penningen.

Het ligt bijna in de lijn van het levensverhaal van de beestachtige en begaafde Cellini dat zijn gouden zoutvat dit jaar uit de schatkamer van het Kunsthistorisches Museum in Wenen geroofd werd. Hoe schitterend van vorm en uitvoering het was met zijn figuurtjes van gedreven goud en versieringen van email laat ik Cellini liever zelf vertellen: 'Ik begon met een ovaal te maken, twee derde el groot en op die ovale vorm plaatste ik, als symbool der omarming van Land en Zee, twee figuren tegenover elkaar gezeten met de benen dooreen gestrengeld, op dezelfde manier als men sommige zeearmen diep in het land ziet snijden.

De mannelijke figuur, de Zee, gaf ik een rijk gedecoreerd schip in zijn hand, dat gemakkelijk een flinke voorraad zout kon bevatten; onder Neptunus beeldde ik zijn vier zeepaarden uit en in zijn rechterhand gaf ik hem zijn drietand. Het Land stelde ik voor als zijn vrouw, zo mooi en gracieus als ik maar kon bedenken en uitvoeren; ik gaf haar een rijk versierde tempel die op aarde stond en waarop zij met een hand leunde. Die tempel had ik tot pepervat bestemd. In de andere hand gaf ik haar een hoorn des overvloeds, gevuld met alle ter wereld denkbare heerlijkheden. Onder deze godin, op het gedeelte dat het land moet voorstellen, beeldde ik de fraaiste daarop levende dieren uit, onder de Zee zoveel soorten van vissen en schelpjes als de kleine ruimte maar kon bevatten.'

Hollands goud

De zoektocht naar spectaculaire gouden voorwerpen leidt in Holland niet naar kostbare regalia van het koninklijk huis, hoogstens naar de Gouden Koets en zelfs die is slechts verguld. In onze protestantse kerken hoef je niet op zoek te gaan naar gouden reliekschrijnen of kruisen en veel Amsterdams pronkgoud - zoals bekers, schotels en kannen - werd in de zeventiende eeuw aan buitenlandse vorsten verkocht. Ik besluit naar het Goud-zilver en klokkenmuseum in Schoonhoven te gaan, op zoek naar het mooiste voorwerp uit de collectie. En daar sta ik tenslotte voor een bevallig gouden voorwerp dat de hele Hollandse geest typeert. Het is een gouden naaigarnituur met een sierlijk schaartje, gelegen in een doosje van sleets fluweel. Het is een bescheiden ode aan het edelmetaal, een goudeerlijk geschenk van een vermogend heer aan zijn dierbare, deftige huisvrouw.

 

Thera Coppens

Verschenen in: Nouveau, december 2003

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top