Amersfoort viert dit jaar zijn 750ste verjaardag en daarvan profiteren kunst en historie. Cultuurlint Amersfoort vormt een symbolische verbinding tussen vier musea: het gloednieuwe KAdE, het Mondriaanhuis, het Armando Museum – dat na een desastreuze brand op herstel wacht - en Museum Flehite. De ingrijpende restauratie en herindeling van dit laatste museum verrast elke bezoeker: de collectie is nu in lichte, overzichtelijke ruimtes opgesteld. De monumenten die het museum omringen zijn bovendien van zo'n schilderachtige schoonheid, dat het soms moeilijk is te bepalen waar het museum ophoudt en de stad begint.

amersfoort009004

Museum Flehite is door de verbouwing veel toegankelijker geworden. Behalve over de vertrouwde brug met het poortje aan de Westsingel kunnen de bezoekers nu ook via de Breestraat naar binnen. Voor het entree aan het water is een terras aangelegd dat een schitterend uitzicht biedt op de kapel van het Sint Pieters- en Bloklandshuis, de grachten en de Middeleeuwse Koppelpoort, een geliefd onderwerp van Amersfoortse kunstenaars.

De ruime hal van het museum is vrij toegankelijk en vormt een etalage van de collectie die in de drie aan elkaar grenzende panden te zien is. In een z.g. open depot liggen uiteenlopende voorwerpen van urnen en munten tot zilver en antiek speelgoed. Wie op de website van het museum bijvoorbeeld een mooi stuk porselein ziet dat niet is geëxposeerd, kan het op digitale wijze aanvragen. Dit lievelingsstuk staat dan tijdelijk in het open depot, goed zichtbaar voor alle belangstellenden.
Centraal in de hal worden in de vorm van stripverhalen de vijf 'ikonen' van de stad gepresenteerd, fameuze personen en verhalen die Amersfoort zijn speciale karakter verlenen. Het zijn Sint Joris de patroonheilige van de stad, de Amersfoortse Kei, Johan van Oldenbarnevelt die in 1547 in een van de mooiste Muurhuizen ter wereld kwam, de schilder en fameuze bouwheer Jacob van Campen die in 1658 in de Joriskerk begraven werd en Onze-Lieve-Vrouwe van Amersfoort aan wie de stad zijn plotselinge opbloei te danken heeft.

Meisje.jpg

Mirakel

Een liefelijke legende van het wonderdadige Mariabeeldje luidt de Gouden Eeuw van Amersfoort in. In het jaar 1444 ging een meisje uit Nijkerk op weg naar Amersfoort om daar in het klooster te treden. Onder haar schamele bezittingen bevond zich een beeldje van goedkope pijpaarde. Uit vrees dat de kloosterzusters haar zouden uitlachen gooide ze de beeltenis van de Moeder van Jezus in het water van de Eem.  Het begon te vriezen en dat leek het einde van het verhaal. Maar toen kwam er op kerstavond eenre maghet die Margriet hieten. Ze zag dat beeldt Onser Liever Vrouwen onder den ijesse en haalde het met een emmer naar boven. Vanaf dat ogenblik gebeurden er allerlei wonderen in de stad. Het beeldje werd in een kapel geplaatst waar het in de loop der tijden door pelgrimgangers uit binnen- en buitenland massaal werd bezocht. Misschien was het miraculeuze beeldje voor alle zieken en bedroefden niets anders dan een placebo avant la lettre maar Onze-Lieve-Vrouwe bracht de stad ook reële munten in het laatje. Welvaart en weelde namen dankzij haar aanwezigheid toe. Het mooiste bewijs daarvan bepaalt nog altijd het silhouet van de stad. Het is de 98 meter hoge Onze-Lieve-Vrouwe-toren, waarvan de bouw voor een groot deel werd gefinancierd uit de kas van het mirakelbeeld.

In de eerste museumzaal hangt het overweldigende, vier en een halve meter lange stadsgezicht op Amersfoort dat Matthias Withoos in 1671 in opdracht van de stad heeft geschilderd met de kerktoren als blikvanger. Je raakt niet opgekeken op de hoeveel woonhuizen, stadspoorten, kerken en kapellen, boerderijen en molens in het groene waterrijke Eemland. De groeikracht van de stad was dankzij het Mirakel zo enorm dat men in de vijftiende eeuw besloot de oude stadsmuren te slopen en de stad uit te leggen. Van het afbraakmateriaal bouwde men op de plaats van de oude stadsmuur de befaamde Muurhuizen, uniek voor ons land. Ze staan met hun lange zijde langs het water en vallen op door hun brede daken, vuurrode dakpannen, torentjes en witgekalkte muren. Het oudste deel van Museum Flehite is in zo'n Muurhuis gevestigd. Men heeft in het interieur onder de witkalk sporen van oude muurschilderingen teruggevonden. Een gloednieuwe maquette, die door de Vrienden van de Stichting Stadsherstel aan het museum is geschonken, geeft een prachtig beeld van de Middeleeuwse stad.

Van de museumzaal met oude kaarten, stadsgezichten en middeleeuwse voorwerpen stappen we over naar befaamde Amersfoortse meesters uit de zeventiende eeuw. Matthias Withoos (1627-1703) leerling van Jacob van Campen trekt hier de aandacht met een merkwaardig schilderij vol vanitassymbolen die in een bosrijke omgeving zijn geplaatst. De antieke tuinvaas herinnert aan zijn verblijf in Rome waar hij lid werd van de z.g. Bentveugels en furore maakte als bosschilder onder de naam Calzetta Bianca ofwel 'Witsokje' een letterlijke vertaling van zijn achternaam. Withoos werd behalve magistraat van de stad ook vader van zeven kinderen, die als leerlingen in zijn voetsporen traden. Er zijn werken te zien van zijn zonen Pieter, Johannes en Frans en van zijn dochter Alida Withoos. A;ida schilderde in de trant van Maria Sybilla Meriam bevallige bloemenstillevens. De Nederlandse auteur Rosita Steenbeek wijdde aan haar de onlangs verschenen historische roman Ander licht.

Withoos werkte voor hij naar Rome ging zes jaar lang als leerling van Jacob van Campen (1595-1658), die op de weelderige Amersfoortse buitenplaats Randenbroeck woonde en daar zijn vrienden als Constantijn Huygens ontving. Van de hand van de grote bouwmeester, de vader van het Hollandse classicisme die o.m. het wereldberoemde Stadhuis op de Dam ontwierp, hangt in deze museumzaal een serie schilderijen van exotische landschappen. Van Campens grote schilderij van Het Laatste Oordeel bevindt zich tegenwoordig in de St. Joriskerk vlak bij de plek waar de kunstenaar in 1658 werd begraven.

Een andere kunstschilder en vriend van Van Campen was Paulus Bor (1600-1669). Na zijn bezoek aan Rome waar hij de Bentnaam Orlando kreeg, vestigde hij zich in 1628 in Amersfoort. Hij droeg het Italiaanse licht en de schaduwen in zich mee wat tot uitdrukking komt in diens gloedvolle Aanbidding van de Koningen. Misschien heeft een Amersfoorts meisje model gezeten voor de Mariafiguur die in het midden van het doek met haar kindje op schoot zit.

Marie Henri Mackenzie

De eerste tijdelijke tentoonstelling in het vernieuwde Museum Flehite is gewijd aan een kunstenaar die zich in een zestal schilderijen door de schoonheid van Amersfoort liet inspireren: Marie Henri Mackenzie (1878-1961). Als de naam u niets zegt komt het doordat hij als leerling en grote bewonderaar van George Breitner in diens schaduw verdween. Een dubieuze kunsthandelaar heeft later een aantal werken van Mackenzie, die zeer grote overeenkomst vertonen met schilderijen van zijn meester, van een valse handtekening voorzien. Zo kon zich in 1937 een rare gebeurtenis voordoen: een kunsthandelaar wilde een schilderij kopen gesigneerd door George Breitner getiteld Paard bij een heistelling. De kunsthandelaar was zo verstandig om de deskundige Mackenzie eerst om advies te vragen en deze herkende het onmiddellijk als zijn eigen schepping! Mackenzie maakt tijdens zijn carrière een groei door die hem steeds meer van Breitner verwijderde. Zijn prachtige Gezicht op Amersfoort met de karakteristieke, besneeuwde daken is met zijn zware tinten en vormen al bijna abstract.

Afbeelding 013

De grote zolder, die zich uitstrekt over de drie panden van het museum geeft de bezoeker een afwisselend beeld van de afgelopen eeuw. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden er Belgische vluchtelingen in Kamp Zeist bij Amersfoort opgevangen. Onder hen waren bekende kunstenaars als Gustav Desmet en Rik Wouters van wie hier werken te zien zijn. Een andere ruimte is gewijd aan de fotografie met werk van Cas Oorthuys.

Museum Flehite is bekend om zijn educatieve jeugdafdeling, die zich onder de keldergewelven bevindt. Maar veel kinderen zullen naar de zolder willen waar nu een spoortreintje rijdt. De aanleg van de eerste treinverbinding tussen Amsterdam, Amersfoort en Duitsland in 1863 vormde het begin van een nieuwe bloeiperiode van de stad. Door de vestiging van industrieën zoals die van de fietsen- en brommerfabriek Eysink, maakte Amersfoort een enorme groei door.

Zo dankt Amersfoort zijn bloei enerzijds aan Onze-Lieve-Vrouw en anderzijds aan een spoorwegverbinding. Twee uitersten die elkaar in Museum Flehite raken.

Copyright Thera Coppens

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top