Het interieur van een huis wordt pas echt interessant als de bewoner er een persoonlijk stempel op weet te drukken door er zijn beroep, verlangen of heimwee in tot uiting te brengen.

slangenburg

De bewoner van de Slangenburg bij Doetinchem deed dit in extreme mate: hij liet ons in de zalen van het kasteel uitvoerige uitingen van liefde en rouw na. Maar liefst dertien vertrekken van het door bossen omringde kasteel zijn voorzien van plafondschilderingen met mythologische taferelen. Wie de bewogen allegorieën weet te interpreteren, leest in elke zaal opnieuw het trieste verhaal van de liefde van Frederik Johan van Baer voor Dorothea Petronella van Steenbergen tot Duijstervoorde. Zij ontmoetten elkaar tijdens de jacht en trouwden in 1665. Na het huwelijksfeest werd de bruid ziek, lag nog bijna een jaar te bed in Emmerik en overleed in 1666. De weduwnaar is het verlies niet te boven gekomen. Hij hertrouwde nooit en besteedde de rest van zijn leven vooral aan de realisatie van een geschilderde liefdesverklaring aan zijn gestorven bruid.

Het van oorsprong 15de eeuwse kasteel was al twee eeuwen eigendom van het geslacht Van Baer toen Frederik Johan baron Van Baer het erfde. De dubbel omgrachte Slangenburg heeft twee bouwlagen, een royale kelder en een grote zolder. Aan weerszijden van het kleine voorplein zijn zijvleugels aangebouwd en aan de achterzijde twee ronde hoektorens. Op het grote voorplein staan de bouwhuizen.

Na de dood van Dorothea nodigde Van Baer de Zaltbommelse schilder Gerard Hoet (1648-1733) uit om zijn kasteel van schilderingen te voorzien. Onder de grote meesters van de Gouden Eeuw nam Hoet geen vooraanstaande plaats in. Hij had echter ijverig de Griekse en romeinse mythologie bestudeerd, was degelijk geschoold in het figuurschilderen en bleek nog betaalbaar ook. Hoet reisde met zijn verfspullen naar de Gelderse Achterhoek en begon aan de uitvoering van een opdracht die in ons land zijn weerga niet kent: maandenlang lag hij op een steiger op zijn rug om de houten plafonds te beschilderen, hij werkte aan schoorsteenstukken, deurstukken en wandbeschilderingen. Daarbij werd hij steeds op de vingers gekeken door zijn bemoeizuchtige opdrachtgever. Hoet wilde academisch verantwoorde afbeeldingen van goden en godinnen als Jupiter, Ceres, Dido en Juno schilderen. Van Baer dacht slechts aan zijn Dorothea en gaf een eigen interpretatie aan de eeuwenoude verhalen. J.C. Weyerman, een vriend en collega van Hoet, schreef over 'de dwang die de generaal op de kunstenaar uitoefende om te wijken van de correcte wijze van voorstellen.' Ook A. Houbraken merkt in 'De grote Schouburgh der Nederlandsche konstschilders' (1718-19) op dat er 'eenige dingen zijn die van kenners gewraakt zouden kunnen worden, omdat Hoet dien heer die wat eigenzinnig was, niet kost verzetten in zijn bevattinge'.

Gelukkig is het dus geen saai standaard oeuvre geworden maar een originele uitdrukking van de verheven aandoeningen ener 17de eeuwse Heer van Stand. In drie vertrekken leren we Van Baer persoonlijk kennen: de westelijke torenkamer (plafondschildering met allegorische voorstellingen van Geloof, Hoop, Liefde en Rechtvaardigheid, Voorzichtigheid, Sterkte en Matigheid), de opkamer (met o.m. zijn erotische getinte uitbeelding van de mythe van Paris) en de provisiekamer (o.m. de Gouden Tijd geïnspireerd op Virgilius en Ovidius).

De vijf overige vertrekken vertellen de liefde van Johan Frederik voor Dorothea: hoe hij haar tijdens de jacht zijn liefde bekende en wreed werd getroffen door haar vroegtijdig overlijden (Didokamer) hoe hij haar over de dood heen trouw bleef beminnen (kamer van de Eeuwige Liefde) tot ze elkaar weerzien in het paradijs van de Eeuwigheid (Grote Zaal).
De veelheid van schilderingen maakt het onmogelijk de details tijdens één bezoek te bestuderen. Alleen al de Grote Eetzaal of Didokamer verhaalt in elf schilderingen Vergilius' liefdesverhaal van Aeneas en Dido (lees: Van Baer en Dorothea). De plafondschildering verhindert de gasten bijna te eten. Een bezoeker telde in de azuurblauwe hemel die het cartouche omringt alleen al 244 engeltjes. Het schouwstuk beeldt op dramatische wijze het einde van het verhaal uit: de dood van Dido (Dorothea) op een met kransen en bloemslingers versierde brandstapel.

Van Baer heeft de schilderingen van de mooie Grote Zaal vooral een vrome en troostrijke lading gegeven. Boven de schouw wordt Proserpina (Dorothea) wreed geschaakt door de god van de onderwereld. Maar tijdens de hemelse bruiloft vindt zij haar geliefde (baron Van Baer) weer en wacht hen het eeuwig geluk. Om dit tot uitdrukking te brengen heeft Gerard Hoet allerlei gestalten uit de Grieks-romeinse oudheid en het christendom te hulp geroepen. En zo vinden we Bacchus (wijngod) en Ariadne (Dorothea) naast Thomas van Aquino (de grote leraar van de roomse orthodoxie). De katholieke Johan Frederik kende zijn klassieken en had voor alle schilderingen een verklaring.

Wie duizelt van de schilderingen kan genieten van het blanke stucwerk. De 17de eeuwse hal pronkt met een volstrekt uniek plafond van 5 x 15 meter waarop een massa wuivende palm- en beukenbladeren in hoog-reliëf zijn aangebracht. Centraal bevinden zich drie cartouches met o.m. de initialen van de bewoner: FJVB (Frederik Johan Van Baer).
Hier hing ooit de portrettengalerij van de familie, die na de verkoop van het kasteel in 1772 zijn overgebracht naar Haus Vornholz in Munsterland. Ook het meubilair is verdwenen.
Maar het unieke stucwerk, het bezienswaardige houtsnijwerk (eiken), en de spectaculaire wand-en plafonschilderingen van Slangenburg zijn dankzij restauraties en het zorgvuldig onderhoud door het huishoudelijk personeel bewaard gebleven.

Ook wat zijn functie betreft is de Slangenburg een unicum: het kasteel is thans verhuurd aan de op het landgoed gelegenheid Sint Willibrordusabdij. Het is geen hotel, pension of restaurant maar wie zich in stilte wil bezinnen kan hier minimaal drie dagen en nachten logeren. Wie zou niet willen overnachten in de pompeuze alkoofkamer op de eerste verdieping onder een mythologische plafondschildering? Een nacht in de muziekkamer waarin Minerva godin van de kunsten en wetenschappen centraal staat moet weldadig zijn. Op de begane grond is een kleine kapel ingericht en de gast die er behoefte aan heeft, kan door de bossen naar de abdij wandelen om deel te nemen aan de officies.
Frederik Johan zou zeker zijn goedkeuring verlenen aan de nieuwe bestemming van zijn kasteel: de hemelse boodschap van zijn interieur is van tijdloze schoonheid en betekenis.


Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Vitrine, juli/augustus 2001


Kasteel Slangenburg
Kasteel Slangenburg is niet toegankelijk voor bezichtiging. Men kan er wel in retraîte gaan. Inlichtingen en reserveringen uitsluitend bij: Kasteel Slangenburg Kasteellaan 6 7004 JK Doetinchem telefoon: 0315-29 82 00

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top