De 16de eeuwse Gelderse veldmaarschalk Marten van Rossem leeft in de geschiedenis voort als plunderaar en brandschatter. Bij nadering van zijn bende huurlingen sloegen burgers, kloosterlingen en zelfs soldaten panisch op de vlucht. Het wekt enige verbazing dat deze houwdegen in het vredige Vaassen zo'n mooi kasteel heeft nagelaten. Met zijn decoratieve renaissance-elementen gold het in Gelre als toppunt van verfijning. Kasteel Cannenburch: het thuis van een rooflustige veldheer.

Cannenburch exterieur met rozen op voorgrond

Van Marten van Rossem (1498-1555) zijn verschillende afbeeldingen bewaard gebleven. Sprekend is de anonieme houtsnede, waarop hij als ruiter in volle wapenrusting op een weerbarstig paard geportretteerd is. 'Zwarte Maarten' draagt een helm met vederdos en het open vizier toont een brede, woeste kop met volle baard. Links boven hem is zijn familiewapen met drie papegaaien afgebeeld en rechts lezen we Martin de Rosse - Siegneur de Peroyen.
De krijgsheer trad jong in dienst van Karel van Egmond hertog van Gelre en werkte zich op tot bevelhebber van diens troepen. Zijn veldtochten in Overijssel en Utrecht waren gericht tegen de Habsburgse macht van Karel V maar hadden het karakter van plundertochten. Zo rukte hij in 1528 met Gelderse soldaten en Utrechtse burgers op naar het onverdedigde Den Haag. Bij nadering van de woeste horde, die onder de strijdkreet 'Gelre! Gelre!' de stad binnenviel, vluchtten de burgers de duinen in. Huis na huis werd leeggeroofd en met een rijke buit aan zilverwerk, zijde en andere kostbaarheden keerden de troepen triomfantelijk terug naar de bisschopsstad. Gehuld in de buitgemaakte toga's van Haagse heren dansten ze door de straten. Van Rossem trok ook naar het zuiden en werd de schrik van Brabant. Zelfs kloosters ontkwamen niet aan zijn hebzucht. De gouden miskelk, die een priester op het moment van de inval op het altaar ten hemel hief, werd brutaal uit zijn handen gegrist.
Veldmaarschalk Van Rossem werd schatrijk. Naast zijn zwerf- en plundertochten hield hij zich met bouwkunst bezig. Er bleven drie momumenten van hem bewaard. In zijn geboorteplaats Zaltbommel liet hij ca 1535 het laat-gotische poortgebouw van een stadspaleis verrijzen (thans Stadskasteel Zaltbommel  huis van Maarten van Rossem). Daarna bouwde hij in Arnhem het z.g. 'Duivelshuis' (thans Raadhuis), rijkelijk voorzien van beeldhouwwerk. Zijn derde onderneming gold de uitbreiding en verbouwing van een middeleeuwse ruïne in Vaassen: Kasteel Cannenburch. Van Rossem verwierf het kasteel in 1543. De bouwwerkzaamheden waren bij zijn dood in juni 1555 nog niet afgerond.

Wie Kasteel Cannenburch nu bezoekt, zal overal herinneringen aan de Gelderse veldheer aantreffen. Aan de slotgracht staat een eigentijdse bronzen sculptuur (door Greet Grottendieck) van de veldheer, die op een tuinbank zit uit te rusten. Op een gevelsteen in de karakteristieke, uitspringende voortoren is hij in wapenrok afgebeeld, in de jachtkamer staat zijn gebeeldhouwde kop, er hangen prenten, schilderijen en op een grote, geschilderde kwartierstaat is zijn wapen met de drie papegaaien een in het oog springend detail. Toch ging bij Martens dood diens familienaam voor het kasteel verloren. Hij is nooit getrouwd geweest maar volgens overlevering had hij wel een bastaarddochter, die doofstom door het leven ging. Martens zuster Margriet van Rossem, weduwe van Johan van Isendoorn, erfde Cannenburch.
In de imposante centrale ontvangsthal, die over de hele breedte van het gebouw loopt, hangt een kostelijk 18de eeuws familieportret dat Margriet met haar man en dertien volwassen zonen en dochters voorstelt. De anonieme schilder had zichtbaar moeite ze er allemaal op te krijgen. Omdat Margriet vier jaar na Marten van Rossem stierf, erfde haar oudste zoon Hendrik van Isendoorn à Blois het kasteel. Onder diens leiding werd de bouw voltooid. De Cannenburch bleef 300 jaar -van 1555 tot 1881- in het bezit van de familie Van Isendoorn.
In de zuidelijk gelegen salon hangt een stemmig portret van de laatste douairière van Isendoorn, Charlotte barones van Oldeneel tot Oldenzeel. Het werd geschilderd in 1880, een jaar voor haar dood, door Heinrich Windhausen. Met haar kanten rouwmuts, paarse linten en zwarte japon maakt ze ondanks haar glimlach een droefgeestige indruk. En terecht: haar man had zo'n ongelukkig testament nagelaten, dat de toekomst van haar geliefde Cannenburch er somber uitzag. In 1881 moest de hele inboedel na drie eeuwen adellijke bewoning geveild worden. Porselein, spiegels, stoelen, tafels, glaswerk en prenten raakten overal verspreid. Gelukkig kon men nog net voorkomen, dat het kasteel werd afgebroken. In 1951 heeft de Stichting Vrienden der Geldersche Kasteelen zich over de verwaarloosde Cannenburch ontfermd. Het kasteel met zijn 24 ha grond werd voor het symbolische bedrag van ƒ1 gekocht. Tussen 1975-1981 zijn de hoognodige restauraties uitgevoerd. De voortoren met zijn gebeeldhouwde ornamenten en speelse gevelsteen van het echtpaar Van Isendoorn- Van Stommel, werd weer bekroond met een ui-vormige spits van glanzend grijze leien. Voor de herinrichting van de zalen en kabinetten kreeg de Stichting o.m. bruiklenen van de Brantsen van de Zypstichting. Men hield het aanbod van veilingen en antiquairs goed in de gaten. Dankzij dit speurwerk en de financiële steun van de Vereniging Rembrandt, kon een groot aantal voorwerpen wonder boven wonder worden teruggekocht, zoals de zilveren kokosnootbeker, die nu in de bibliotheek staat te pronken.

kokosnootbeker

Blijkens de initialen van Elbert van Isendoorn (1601-1680) diende hij vermoedelijk tot diens doopbeker. De kokosnoot was in onze 17de eeuwse Republiek een zeldzame exotische kostbaarheid, waaraan men een geneeskrachtige en gif-neutraliserende werking toeschreef. In de noot werden mythologische of bijbelse voorstellingen gesneden. Ook de tien notenhouten stoelen, naar meubelontwerpen van Daniël Marot, behoorden tot de oorspronkelijke inventaris. Ze hebben nog de orginele, 17de eeuwse bekleding van geschoren velours in een patroon van karmijnrode ranken en bloemen tegen een roomkleurige achtergrond. De zitting is afgezet met blauwe franje. Bij toeval werd bij een antiquair in Luik het Chinese porselein teruggevonden, dat na een eeuw zijn oude plaats in de Cannenburchse buffetkast en op de gedekte tafel in de eetkamer herkreeg. Een Franse spiegel met zijn vooruitspringende 'kussen' kon weer aan de wand van de grote hal worden gehangen. De 18de eeuwse wandtafels met hun vergulde ornamenten hervonden hun plaats. De haardopening van het elegante kabinet op de begane grond van de noordoostelijke toren is afgesloten door het schoorsteenbord, dat er in de 18de eeuw voor op maat was gezaagd.

Gelukkig kon in 1881 de 18de eeuwse serie familieportretten niet worden geveild. De Van Isendoorns zitten stuk voor stuk spijker- en nagelsvast in de eikenhouten betimmering van de grote hal.

Voor het kasteel waren twee geportretteerde paren van groot belang. Elbert van Isendoorn à Blois en zijn tweede vrouw Odilia Catharina van Wassenaer lieten de Cannenburch in de jaren 1661-1664 aanzienlijk uitbreiden. Een tweede verbouwing vond bijna een eeuw later plaats onder Frederik Johan van Isendoorn en Anna van Renesse van Elderen. Zij hebben de beide bouwhuizen laten optrekken (waarin thans een restaurant en de museumwinkel zijn gevestigd) waardoor er een royaal voorplein ontstond. Cannenburch kreeg van hen een bordes aan de slotgracht en een majestueuze zandstenen ingangspartij. Dat de Van Isendoorns zich op hun Veluwse kasteel met statie omringden, blijkt in het slaapvertrek. De kasteelvrouwe kon, in haar op een verhoging geplaatste hemelbed, op vorstelijke wijze bezoek ontvangen.
Katholieke kasteelbewoners op de Veluwe; dat is bijna een vloek. Toch hebben de Van Isendoorns hun roomse godsdienst nooit opgegegeven en daarom bezit Kasteel Cannenburch nog een echte, 17de eeuwse huiskapel met een hemelsblauw houten tongewelf en een kleine loge waarin muzikanten de mis konden begeleiden. Cannenburch biedt meer verrassingen; zo stuitte men tijdens de restauratie in de vloer van de eerste verdieping op wit beschimmelde balken. Bij nadere beschouwing leek de 'schimmel' verdacht veel op wolkjes. Toen de plafondbespanning van de eetzaal daar pal onder werd weggehaald, kwam er een uniek balkenplafond tevoorschijn dat omstreeks 1661 werd beschilderd met vogels, wolken en jachttafrelen.

Na een rondleiding van een uur zien we in de bibliotheek een olieverfportret van Maarten van Rossem, stichter van de Cannenburch. De ridder die ons in het harnas braaf aankijkt, lijkt niet op de bruut, over wie een tijdgenoot schreef: (Hij heeft) gedreigd, geslagen, gestooten deerlyk, Luttel iemand konste hem ontvlerken. Men sach daar ook moordadige werken, Vloekinge, banninge en maledictie, 't Is jammer te siene alsulke afflictie. Dit schilderij is dan ook een 19de eeuwse copie van een verloren gegaan portret. Tot slot van het bezoek dalen we de trap naar de kelder af. De schemerige gewelven zijn opgebouwd van onregelmatig gevormde bakstenen, die nog tot het middeleeuwse kasteel behoorden. Hier bevindt zich de enorme keuken, waar Maarten van Rossem zijn overvloedige maaltijden liet bereiden, zijn spoelkeuken, zijn wijnkelder en voorraadkelder.
In dienst van de hertogen van Gelre joeg Van Rossem de Habsburgse keizer in 1542 voor het laatst de schrik op het lijf, door met zijn bende het schatrijke Antwerpen te belegeren. Dat hij niet uit Gelders idealisme maar uit pure krijgslust handelde, toonde hij een jaar later. Toen Gelre volgens het Verdrag van Venlo bij het keizerrijk was ingelijfd, bood hij zijn diensten aan Karel V aan. De keizer maakte graag gebruik van de capaciteiten van zijn vroegere vijand en Van Rossem streed sindsdien dapper aan Habsburgse zijde. De veldheer overleed in 1555 aan een besmettelijke ziekte. Datzelfde jaar deed keizer Karel V troonsafstand en trad er een nieuwe generatie krijgsridders aan.

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Vitrine, sept/okt 1997

www.mooigelderland.nl
Kasteel Cannenburch, Marten van Rossumplein 4 8171 EB Vaassen tel: 0578-571292.

Extra:

Snuffelend in het archief van de familie van Randwijck ontdekte D.B.M. Hermans nieuwe feiten over het verdwenen Huis te Rossum, dat in 1599 grondig werd verwoest en waarvan alleen wat tekeningen bewaard zijn gebleven. In 'Castellogica' (1997-1) publiceert de auteur een beschrijving van het kasteel ca 1750, gebaseerd op oudere gegevens: 'Het gebouw bestond in 7 torens. Rontom van binnen was een ruyme plaats met een put en veel reegenbacken, een stal voor 25 paarden. Men konde rontom het huys over de muuren gaan om van de eene toorn tot den andere te kome. Alle met schietgaate soo in de muuren als de toorens en sommige met canonsgaaten soo in de muuren als de toorens. Het hadt een breede diepe graft. Daer buyten rontom een singel met een diepe graft. Daarop stonden bouhuys, stallingen voor ruyters, daar Marten van Rossem hem van diende. Daaronder het huys hoorden Rossem, Driel, Hesel, Veltdriel, met de hoge jurisdictie. Aangetekent door Adriana Françoise van geboo(r)ten Baronesse van Rossem als de laatsten van die naam en famillie.'

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top