Brugge herdenkt in 1999 uitvoerig het honderdste sterfjaar van de priester-dichter Guido Gezelle. Het dorp Loppem, dat iets ten zuiden van Brugge ligt, valt buiten alle Gezelle-manifestaties. Maar wie Kasteel Loppem bezoekt, ervaart dat zijn geest hier overal rondwaart. Hij was dan ook een vaste bezoeker van de roomse familie Caloen-de Courcy en een vriend van architect J.B. baron Bethune die in 1859 voor hen Kasteel Loppem schiep. Een neo-gotische droom in het Vlaamse land.

loppem2

Kasteel Loppem ligt in het hart van een Engels landschapspark op een ca 100 ha groot landelijk domein. De gezinnen uit de streek weten het altijd te vinden om er speels rond te dolen in het reusachtige labyrinth dat in 1873 werd aangelegd.
De ontwerpen werden gemaakt door twee van de kasteelkinderen: de toen zeventien en veertien jaar oude broers Albert en Ernest van Caloen onder supervisie van hun leermeester abt Van der Meersch. Iets verder in het Engelse landschapspark staat nog het neo-gotische gebouwtje van hun privé-school.

Het kasteel is gelegen op een eiland. Het maakt door zijn vele verticale bouwlijnen de indruk dat het voortdurend bezig is op te rijzen. Alles gaat er hemelwaarts: torenspitsen, spitsbogen, zadeldaken, vensternissen, dakvensters, schoorstenen. In het interieur wordt die beweging voortgezet. Het buffet in de eetzaal lijkt op een gotische koorbank, een tafel in de blauwe salon op een huisaltaar. In- en exterieur vormen één geheel, doordrongen van christelijke symboliek. Want Jean Baptiste baron Bethune wilde dat de diep-religieuze geest die de middeleeuwse kathedralenbouwers bezielde, in zijn bouwwerken voortleefde. Zijn ideeën sloten mooi aan bij de verheven opvattingen van zijn adellijke opdrachtgevers, de baron en barones van Caloen.

Charles baron van Caloen was de tweede zoon van Joseph Bernard van Caloen en Marie Christien de Potter. Van zijn moeder erfde hij een landhuis in Loppem.
Omdat zijn oudste broer aan tyfus was gestorven en zijn jongste broer in de Orde der Jezuïeten trad, werd van de middelste zoon geëist dat hij trouwde en nazaten verwekte. Eigenlijk verlangde Charles ernaar priester te worden maar als gehoorzaam stamhouder gaf hij dat vrome ideaal op en trad in het huwelijk met Savina gravin de Gourcy. Ook zij was liever in het klooster gegaan. Op de levensechte, fijn geschilderde portretten door J. Anthony in de eetzaal van het kasteel straalt de godsvrucht van hun gezichten. Charles was sinds zijn achttiende vrijwel blind door een dubbele glaucoom en daarom nam zijn echtgenote de leiding over de afbraak van het 'heidens', classicistische landhuis en de bouw van het nieuwe. De 'gothic revival' die uit Engeland was overgewaaid, paste volmaakt bij haar christelijke droombeeld. Op Duitse, Italiaanse en Franse bodem kwam de neo-gotiek tot bloei. In Nederland muntte architect P.J.H. Cuypers (1827-1921) uit in de 'spitsbogenstijl'. Hij bouwde meer dan honderd kerken en vele profane gebouwen zoals het Rijksmuseum in Amsterdam.

loppem

Savina en Charles van Caloen kozen de Brits roomse architect E.W. Pugin om hun kasteel te bouwen. Hij was een zoon van de vermaarde A.W. N. Pugin, die o.m. in Londen de Houses of Parliament schiep. Pugin begon met het graven van een grote vijver voor de Engelse landschapsstuin. Van de klei die de arbeiders uit de bodem schepten werden ter plaatse duizenden, zachtrode bakstenen gebakken en men begon met de aanleg van de funderingen. Spoedig ontstond er echter onenigheid tussen opdrachtgevers en ontwerper. Pugin legde het werk neer.

Architect J.B. baron Bethune (1821-1894), die sinds zijn studietijd met Charles van Caloen bevriend was, nam de bouwwerkzaamheden over. Als promotor van de Puginiaanse neo-gotiek op het vasteland werd Bethune in zijn werk roomser dan de paus. Hij schiep een bouwwerk waarin volgens Véronique van Caloen, nazaat en conservator van het kasteel 'meer Madonna's dan kasten te vinden zijn'. De zalen herbergen een overvloed aan heiligen, die zich blank of gepolychromeerd manifesteren in gebeeldhouwde schouwen, op fresco's, schilderijen, houtsnijwerk van trappen en meubelen. De christelijke bouwheer raakte zo van het aardse vervreemd, dat op de eerste bouwtekening van de begane grond geen toiletruimte voorkwam. Deze moest later onder een zadeldakje tegen de voorgevel worden gebouwd.

De zeventien meter hoge hal van het kasteel maakt een overweldigende indruk. De beschilderde gewelfbogen zijn geinspireerd op de gewelven van de gotische zaal in het 14de eeuwse stadhuis van het nabije Brugge. Aan het houtsnijwerk van balustrade en paneeltjes van de monumentale trap die met een kwartslag naar de tweede verdieping leidt, heeft Léonard Blanchaert ruim tien jaar gewerkt. De weg omhoog voert langs een dubbelportret van de gebroeders De Wael door A. van Dyck en een St. Jeronimus in een vuurrode mantel met een leeuw uit de school van P.P. Rubens. Boven de machtige schouw in de hal zijn de familiewapens van Caloen en Courcy aangebracht voorzien van hun wapenspreuken 'Virtus Impavida' en 'Malo Mori quam Foedari'.

lophall

Naast allerlei neo-gotische kunstwerken biedt de ruimte verrassingen uit voorafgaande tijden. Boven een bruidskist die ca 1500 werd gemaakt voor de raadsheer van keizer Karel V, hangt een anoniem schilderij uit het eind van de 16de eeuw. Het is waarschijnlijk de oudste afbeelding van de Burg te Brugge waarop het gotische stadhuis en de H. Bloedkapel te zien zijn. Tussen anonieme 16de en 17de eeuwse meesters licht een 'ontbijtje' op van Pieter Claesz (1596/'97- 1661). Van Frans Pourbus (1545-1581) is er een uniek vriendenportret waarop we o.a. Lancelot Blondeel, Frans Floris, Philip de Croy en Cornelis Floris de Vriendt herkennen.

Jean van Caloen, een van de kleinkinderen van het echtpaar Caloen-de Gourcy, was een groot verzamelaar van vooral middeleeuwse religieuze kunst. Hij reisde daarvoor antiquairs en veilingen in heel Europa af. Soms vond hij het dicht bij huis: de achterkant van een oude linnenkast op een zolder in Brugge bleek te bestaan uit twee dubbelzijdig beschilderde middeleeuwse altaarpanelen. Na bestudering werd Pauwels van Overbeke genoemd als schilder van deze 'Annunciatie' en 'Geboorte van Christus'.
In de hal bevindt zich de detonerende gestalte van een opgezette grizzly-beer met een dienblad in zijn voorpoten. Op dit dienblad deponeerden gasten hun visitekaartje. Guido Gezelle (1830-1899) zielzorger in het bisdom Brugge was altijd welkom in de blauwe salon van Savina van Caloen-de Courcy. Hij werd mentor van haar zoon Jozef Caloen die het onder zijn devote leiding tot bisschop zou brengen en de abdij van St. André‚ te Loppem stichtte. De franstalige barones en haar vijf kinderen lieten zich door Gezelle onderwijzen in het Westvlaams, de 'stratetaal' zoals de adel het neerbuigend noemden. Maar de dichter die muziek legde in zijn taal en wellicht zijn beroemde 'Schrijverke' over de vijver van Kasteel Loppem zag gaan, overtuigde zijn leerlingen in lessen en poëzie: 'De vlaamsche taal is wonder zoet, voor wie heur geen geweld en doet.'Dat de blauwe salon thans Gezelle-salon wordt genoemd ligt voor de hand: langs de wanden zijn Gezelles dichtregels in het oud-Vlaams aangebracht onder de neo-gotische fresco's van de Keulse kunstenaar August Martin. Ze verhalen o.m. hoe de ridders zich voorbereiden op hun kruistocht en hoe Diederik van den Elzas graaf van Vlaanderen -een der aanvoerders van de tweede kruistocht- het Heilig Bloed ontvangt uit handen van de patriarch van Jeruzalem: 'DIEDERYK, zoo men zeyde, van den ELSAS, die dezer landen GRAVE was, Trok ten stryde, ende in menigen slag won JERUSALEM den vryen dag. Wat kon hem baten geld ende landen: BLOED wilde hij voor bloed ontvangen.'

Naast de schouw, waarin leven en lijden van St. Carolus Boromeus is uitgebeiteld, staat een schildersezel met het portret van Gezelle door Gustav Leonard de Jonghe (1829-1893). Het altaartje bij de erker werd gesneden uit de christusdoorn. Maar hier heeft de priester-dichter nooit de H. Mis opgedragen. Kasteel Loppem beschikt op de eerste verdieping over een charmante huiskapel met een prachtig altaar waarop een copie van een 15de eeuws drieluik prijkt. Hier ontvingen de adellijke kinderen hun Eerste H. Communie. Links en rechts staan relikwiekastjes waarin de bescheiden stoffelijke resten van heiligen worden gekoesterd. De Brugse bisschop Malou van wie Gezelle zijn wijding ontving, en diens neef J.B. baron Bethune woonden er met de familie Caloen de Eucharistieviering bij. Het personeel mocht achter een deur hoog tegen de achterwand meebidden.
De architect, die zich in navolging van de middeleeuwse ambachtslieden had bekwaamd in de glazenierskunst, ontwierp alle glas-in-lood-ramen van Kasteel Loppem. De ramen in de blauwe salon, die van de rode herensalon, de grote hal en de eetzaal vallen in het niet vergeleken bij de gotische vensters die in de uitspringende erker van de huiskapel zijn gezet.

lopkapel

We zien daarop o.m. het leven van de H. Savina en dat van de H. Carolus -patroonheiligen van de kasteelvrouwe en kasteelheer- afgebeeld. Tijdens een bezoek aan het Vaticaan ontving Mgr. Caloen de witte kalot van de paus, die respectvol onder een glazen stolp werd gelegd.
Charles en Savina kregen vijf kinderen. Toen de baron zich na twintig huwelijksjaren door een Parijse arts aan beide ogen liet opereren, kon hij hen voor het eerst zien. Bij een eerste blik op zijn kasteel schrok hij danig: hoewel verwant aan gotische kathedralen doet het exterieur van Loppem wel aan Brugse wolpakhuzen, kapellen of middeleeuwse hospitalen denken.

Charles overleed in 1896 te Brugge, zijn zoon Albert volgde hem op. Uit diens huwelijk met Therèse van Ockerhout werden dertien kinderen geboren. Op een stamboom in de grafelijke slaapkamer zijn ze allemaal terug te vinden: vier zonen en negen dochters. Dat er vele kloosterroepingen waren verbaasde niemand. De jongste dochter die in het klooster trad, draagt op de foto een grote, witte gesteven kap wat haar de bijnaam 'papzuster' bezorgde.
De tweede zoon Jean van Caloen bracht een unieke kunstverzameling bijeen, die van een bezoek aan Kasteel Loppem een adembenemende ervaring maakt. Het grootste deel van diens collectie Vlaamse en Hollandse tekeningen uit de 16de, 17de en 18de eeuw is helaas niet te zien. Op een twaalftal gravures 'De zeven hoofdzonden' van Pieter Breughel de Oude na, werden ze opgeborgen in een brandvrij bibliotheekgebouw dat aan de z.g. Italiaanse tuin grenst. De middeleeuwse sculpturen staan opgesteld in de museum-afdeling op de eerste verdieping van Kasteel Loppem.

Na de vele neo-gotische bont beschilderde heiligen, zijn de middeleeuse beelden van een ingetogen schoonheid. Ruim zestig verstilde figuren staan door de tijd ontdaan ven hun felste kleuren, in glazen vitrines. Een kleine naakte St. Sebastiaans die met gebonden handen weerloos aan de martelpaal staat, vangt in de eerste zaal de aandacht. Het is een van de hier aanwezige beelden, die ca 1500 werden gesneden in de werkplaats van Jan Borman te Brussel. Ze vallen stuk voor stuk op door het fijne karakteristiek van de handen.

De gegevens bij de ruim zestig religieuze beelden zijn summier; naar maar dat doet niets af aan hun betekenis. Ze zijn versleten onder de devotie van eeuwen. De vele Madonna's zijn afkomstig uit de Noordelijke-of Zuidelijke Nederlanden, Duitsland, Italië, Spanje en Frankrijk. Een 15de eeuwse tronende Maria die in de loop der eeuwen wel het Kind op haar schoot heeft verloren maar niets van haar gratie, kijkt tamelijk streng. Een Duitse Madonna uit de 16de eeuw houdt Jezus zwierig op haar arm en werpt ons een uitgesproken liefelijke blik toe. De H. Catharina, de H. Helena en de H. Jacobus hanteren fier hun attributen: martelwerktuigen in de vorm van rad, zwaard of knuppel. Van stevige bouw is de stenen St. Isidoor uit de 15de eeuw die in de school van de Bourgondische meester Claus Sluter gemaakt zou zijn. Deze Spaanse patroonheilige van de vrome landman is duidelijk van nederige afkomst en leunt op een schop.

Er is een unieke verzameling 17de eeuwse ivoren afkomstig uit de Portugese koloniën; o.a. zeer blanke Jezuskindjes met donker geverfde lokken en vuurrode lippen. In een aparte vitrine zijn 16de eeuwse Mechelse albasten bijeen gebracht van verfijnde pracht. Het bijna doorschijnende materiaal geeft een zachte glans aan de sacrale figuurtjes.
Hier en daar plaatst Jean van Caloen een triomfantelijk tekstbordje: bij een vierkant paneeltje waarop het Christuskind gevoed wordt (Brugs, 15de eeuw) verhaalt hij dat dit werd aangetroffen bij een van zijn pachters en daar dienst deed als deur van het konijnenhok.

Na het zien van zoveel devote pracht neemt de gids van Kasteel Loppem U mee naar de bovenvertrekken, die voor de Belgische bezoekers van grote betekenis zijn. Want daar resideerden koning Albert I en koningin Elisabeth in de herfst van 1918 na beëindiging van WO I een maand lang. De gebeurtenissen in Kasteel Loppem werden plotseling van internationale betekenis. Hier werd de 'regering van Loppem' gevormd, die o.m. vernederlandsing van het onderwijs instelde. Het zou Gezelle deugd hebben gedaan maar de priester was toen al bijna twintig jaar dood.

In 1954 besloot kasteelheer Jean zijn dierbare kunstcollectie voor uiteenvallen te behoeden, door alles onder te brengen in de Stichting Jean van Caloen. Diens zoon Roland baron van Caloen is de huidige voorzitter. Hoewel hij er nog een vertrek voor zichzelf heeft, wordt Kasteel Loppem niet meer bewoond. De prachtige steengoed kruiken en de roodkoperen pannen in de kasteelkeuken blijven onaangeroerd. In de glazen wintertuin kwetteren vogels in hun kooien en verschijnt een beeld van de heilige maagd Maria in haar nagemaakte Lourdesgrot. Niemand knielt meer voor haar. De wandspiegel is doorgeslagen.
Gelukkig is er het Engelse landschapspark en de Italiaanse tuin om wat te wandelen voor de terugkeer naar het heden.

Laat alles zijn
voorbij, gedaan, verleden,
dat afscheid tusschen ons
en diepe kloven spant;
laat morgen, avond, al
dat heenmoet, henentreden,
laat uw oneindig licht
mij zien in 't Vaderland.
(Guide Gezelle, 1898)

 

Copyright Thera Coppens

Kasteel Loppem ligt aan de rand van het dorp Loppem, iets ten zuiden van Brugge in de driehoek tussen de E 40 en N 17. Het kasteel is geopend van 1 april tot 31 oktober van 10-12.00 uur en 14-18.00 uur. Op maandag en vrijdag gesloten. Op alle feestagen geopend. Telefonische reserveringen voor groepen:
0032 50 8222 45.

loplab

Park gratis toegankelijk. Labyrinth tegen geringe betaling toegankelijk.

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top