Eenheid van adel en architectuur in het Brabantse land

De poort van Kasteel Heeze wordt afgesloten met dubbele houten deuren, die zandlopervormig beschilderd zijn in rood en wit. Het zijn de heraldische kleuren van het adellijk geslacht Van Tuyll van Serooskerken. We vinden ze terug in het familiewapen dat in een gebeeldhouwde cartouche boven de poort is aangebracht: drie rode hondenkoppen op een wit veld. Deze honden, in de heraldiek brakken geheten, zijn herkenbaar als symbolen van waakzaamheid, trouw en aanhankelijkheid. Sinds 1760 toen Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken kasteel en heerlijkheid Heeze-Leende kocht, bleef het huis in het bezit van de familie. Het kasteel, de rijke interieurs en de Van Tuyll van Serooskerkens zijn een eenheid van stijl en anecdotes die door hun samenhang een uniek monument vormen.

Elk huis en kasteel heeft zijn uiterlijk en sfeer te danken aan zijn bewoners. Zij bepalen de verbouwingen, de indeling van de meubelen en schilderijen, de kleuren van het interieur. Niet meer bewoonde kastelen die in de loop der eeuwen te vaak van eigenaar wisselden, maken soms een karakterloze en rommelige indruk. Kasteel Heeze vormt een glanzend voorbeeld van het tegenovergestelde: de Van Tuylls zijn een der weinigen die hun familiegoed trouw bleven. Ze hebben het huis van generatie op generatie overgedragen aan telgen, die er de meeste liefde en respect voor toonden. Dat de keuze van de juiste erfgenaam soms tot hevige conflicten leidde, kan aan de hand van de op het kasteel aanwezige familieportretten worden naverteld.

kasheeze1

De huidige bewoners, Mr. Hendrik N.C. baron van Tuyll van Serooskerken en diens echtgenote Micheline H.M. geboren Halewijck de Heusch *) , bewaren in de empire-blauwe privésalon een miniatuur van het zwarte schaap van de familie 'Dolle Frits' genoemd. Ze vertellen graag hoe hij zijn aanspraken op het kasteel verspeelde. Frits was als oudste zoon van Jan Maximiliaan baron van Tuyll van Serooskerken de aangewezen persoon om het bezit te erven. Maar toen de moeder stierf, hertrouwde Frits vader met de schatrijke weduwe Johanna Elisabeth de Geer. Haar bevallige portret in pastel met een zwartzijden maskertje in de hand, hangt nog tegen de wand van de blauwe slaapkamer. Na de dood van haar man bleef zij op Kasteel Heeze wonen. Op een dag kreeg ze een brief in handen, die haar oudste stiefzoon aan een vriend had geschreven. Vol afgrijzen las ze daarin de regel: 'Quand la vieille folle sera morte on dansera au chateau!' (Als die ouwe zottin dood is zal er op het kasteel gedanst worden!) De barones ontstak in woede. Ze onterfde haar stiefzoon en diens nakomelingen op staande voet en benoemde diens jongere broer Reinout Diederik tot erfgenaam van Kasteel Heeze. Met milde ironie en betrokkenheid wijst de huidige barones van Tuyll op een portret van een kleindochter van de brave Reinout Diederik. Het hangt boven een kast in de sombere, rode kamer die zij steevast betitelt als la chambre des horreurs omdat zij niet van de neo-gotische stijl houdt. De geportretteerde is freule Ursula Adèle Aurora die het kasteel aan het eind van de negentiende eeuw met zoveel passie en zelfopoffering beheerde, dat ze er zelfs haar grote liefde voor liet gaan. Dat de keuze tussen kasteel en huwelijk haar zwaar viel blijkt uit haar m‚moires. De barones citeert daaruit vol gevoel: 'De deur ging open en hij verdween voor altijd uit mijn leven..' Ursula overleed ongetrouwd in 1901 op Kasteel Heeze in de ouderdom van zesennegentig jaar.

De eigenaardige architectuur van Kasteel Heeze is het beste te zien op een luchtfoto: omgeven door een slotgracht ligt het kasteelcomplex met twee ruime binnenpleinen. De achterste bebouwing kent een zeer oude historie. In 1240 kwam Willem van Horn, uit het illustere geslacht van de graaf Van Horn die in de 16de eeuw op het schavot te Brussel zou worden onthoofd, in het bezit van de heerlijkheid Heeze-Leende. Onder de Hornes breidde de burcht zich zozeer uit, dat er in 1318 een belangrijke politieke bijeenkomst kon worden gehouden van edelen uit Brabant, Holland en Kleef. Het huis met zijn korfboogvensters en 1.40 m dikke muren droeg de naam Kasteel Eymerick en zo heet het nog, ook al staat er nog slechts één vleugel overeind. Nadat Eymerick korte tijd eigendom was geweest van het geslacht Van Renesse, werd het in de zeventiende eeuw voor 201.000 gulden verkocht aan Albert Snoeckaert van Schauburg. De nieuwe eigenaar wilde het vervallen huis helemaal afbreken om er een nieuw kasteel te doen verrijzen. De huidige baron Van Tuyll bewaart de ontwerpen daarvan nog in zijn archief. Pas deze eeuw werd ontdekt, dat ze het signatuur dragen van Pieter Post, de grote Haagse architect die in dienst van het Huis van Oranje Nassau onder meer Huis ten Bosch en het Mauritshuis schiep. Post was van plan een prestigieus kasteel in het Brabantse land te bouwen maar om onbekende reden is daarvan alleen de U-vormige nederhof uitgevoerd. De zoon van Snoeckaert van Schauburg verkocht het kasteel in 1732 aan François Adam baron de Holbach, die er grote stallingen liet aanbouwen zodat er een binnenplein ontstond. De encyclopedist Paul Thierry de Holbach kreeg Heeze-Leende als huwelijksgeschenk maar hij deed het in 1760 van de hand aan Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken.
Deze baron was in 1710 op Slot Zuylen aan de Vecht geboren. De dochter van zijn broer werd befaamd als de schrijfster Belle van Zuylen. In haar geschriften stak ze de draak met de hoogmoed en leeghoofdigheid van de adel van haar tijd. Ze was echter dol op haar oom Jan en diens dochter Annabetje, wier portretten op Kasteel Heeze zijn te vinden. Toen Jan Maximiliaan van Tuyll van Serooskerken heer van Heeze na een lang ziekbed was overleden schreef Belle: 'Waarom gaan we niet dood zoals we geboren worden? Hoe heerlijk moet het niet zijn te sterven zonder doodsstrijd en pijn en eenvoudig uit te doven.'

Hoewel het huidige Kasteel Heeze 'slechts' als bijvleugel bedoeld was maakt het aan het eind van een rechte oprijlaan met zijn hoekpaviljoens een riante indruk.
Het huis omvat thans dertig kamers waarvan een deel in de zomer op aanvraag te bezichtigen is. In alle kamers en schemerige gangen zijn kunsthistorische verrassingen van uiteenlopende aard te vinden. Op de bovengang hangt een olieverfpaneel 'De geldtellers' van de 16de eeuwse schilder Marinus van Roemerswaele, navolger van Quinten Matsijs. De kleine salon beneden ontleent zijn allure aan de 17de eeuwse wandtapijten. Het zijn verdures (groenwerken) waarvan er zeker ontworpen werd door Peter Paul Rubens omdat zich er in de Hermitage te Sint Petersburg een schilderij van bevindt. De grote salon pronkt met wandtapijten uit de serie 'De geschiedenis van Alexander de Grote' naar cartons van Charles Lebrun.

Wie een blik werpt in de glazen kast van de eetkamer ontdekt er een servies van wondermooi 18de eeuws Ludwigsburg porselein met roosvormige dekselknoppen en een set tafelmessen met porseleinen heft. Er bevinden zich op het kasteel ook fijne kop- en schoteltjes van Wegely, een Berlijnse porselein-manufactuur die slechts vijf jaar heeft bestaan. Sober maar vooral curieus is het porseleinen rouwservies in de glazenkast op de rode kamer, waarvan de kopjes tactvol zijn uitgerust met een zwart oortje.
Handbeschilderd papierbehang, een serie Oranje Nassau-portretten en in de kinderkamer een schilderij van Kasteel Heeze van de hand van de 19de eeuwse poezen-schilderes Henriëtte Ronner-Knip waarvan in de gang een tweede exemplaar blijkt te hangen. Wat is hier replica of echt? Het trappenhuis wordt gesierd door een serie 17de eeuwse portretten van de familie Vernatti, de meest recente aankoop van de huidige baron Van Tuyll. Kan die statige heer bij de bovenste tree geportretteerd zijn door Michiel van Mierevelt? Draagt het gelaat van Van Horne niet de kenmerken van het penseel van Gerard van Honthorst?

Baron Van Tuyll wuift grote kunstenaarsnamen als Van Miervelt, Vingboons, Wouwerman schijnbaar nonchalant weg. Maar als er iemand goed op de hoogte is van kastelen en hun collecties dan is hij het wel. Twaalf jaar bekleedde hij het voorzitterschap van de Nederlandse Kastelen Stichting, achttien jaar lang was hij voorzitter van het Internationaal Kastelen Instituut en jarenlang vice-voorzitter van de Stichting Particuliere Historische Buitenplaatsen. Zijn ongehuwde oom Samuel John baron van Tuyll van Serooskerken liet zijn kasteel na aan zijn achterneef Hendrik N.C. van Tuyll. Het was zeker niet vanzelfsprekend dat de baron deze erfenis ook aanvaardde. In de 19de eeuw had oom Ernest -wiens portret in de benedengang hangt- bedankt voor de eer eigenaar te worden van het geldverslindende en onderhoudsgevoelige kasteel.

Barones van Tuyll -toen nog Micheline Halewijck de Heusch- logeerde op Kasteel Geldrop bij de familie van haar aanstaande man toen ze op uitnodiging van Samule John baron van Tuyll naar Kasteel Heeze ging voor een déjeuner. 'Ik weet nog precies wat ik voelde toen ik hier op 31 december 1945 voor het eerst kwam,' vertelt ze. 'Eerst leek het huis me wat streng maar toen de poort openging en ik het berijpte binnenplein zag was ik er meteen verliefd op!'
Het echtpaar van Tuyll van Serooskerken dat het kasteel in 1955 erfde zette zich ten volle in voor het behoud en de verfraa‹ing van het familiebezit. Kamer na kamer werd heringericht met erfstukken en aankopen bij antiquairs en veilinghuizen. 'Als oom Sam het kasteel nu kon zien zou hij veel van het meubilair niet herkennen,' zegt de baron.Deze van Tuylls hebben inmiddels hun gouden bruiloft gevierd en hun vier kinderen schonken hen zoveel kleinkinderen dat de elegante eetkamer veel te krap is geworden. 's Winters is het er bovendien zo koud dat ze naar Den Haag vertrekken. Maar elke lente verheugt de barones zich op de terugkeer naar het kasteel. De sierlijke, vlak boven de poort gelegen ovale muziekzaal met zijn prachtig stucwerkplafond is haar favoriete vertrek.

Van alle kamers, gangen en zalen zal een vertrek de bezoekers het langst bijblijven: de badkamer. Het merkwaardige, stenen vertrek is onverwarmd. Het heeft een romeins verzonken bad, dat misschien wel het oudste in zijn soort van ons land is. Drie hardstenen treden leiden omlaag naar de kille kuip, waar het alleen tijdens een hittegolf enigszins aangenaam toeven kan zijn.

kasheeze2

De afvoer komt uit in de slotgracht. Men kan zich voorstellen, dat de adel zich liever bediende van het warme water, dat het dienstmeisje klaarzette in het mooi gedecoreerde wasstel op de beschilderde toiletkast. Om later bij de open haard met een boek uit de omvangrijke bibliotheek te zitten. 'Kijk, dat heeft mijn moeder nog geborduurd,' zegt de baron wijzend op het haardscherm en de diepe fauteuil in grand point. Het zijn juist deze details, die de atmosfeer in het bewoonde Kasteel Heeze bepalen en de museale stemming ver houden.

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Museumtijdschrift VITRINE, zomer 1998 *)

www.kasteelheeze.nl

*) De echtgenote van Mr. Hendrik N.C. baron van Tuyll van Serooskerken Micheline H.M. geboren Halewijck de Heusch werd kort na ons gesprek ernstig ziek. Om haar laatste wens te vervullen bracht men haar naar Kasteel Heeze, waar ze is gestorven.

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top