Als ik door de kasteeltuinen van Twickel loop, overvalt me het gevoel dat ik door de tijd kan reizen. In de formele tuin met zijn vormbomen waan ik me in de zeventiende eeuw, in de Engelse landschapstuin voel ik me in de achttiende eeuw en in de Victoriaanse semi-rotstuin gekomen beland ik in de negentiende eeuw. En altijd lag in het hart van de tuinen het ontoegankelijke Kasteel Twickel, deels bewoond door de adel.

twickelfoto

Maar in het jaar 2001 viert de familie Van Wassenaer zijn 800ste verjaardag. Omdat dit geslacht vijf generaties lang het kasteel bewoonde, gaat de poort voor één keer gedurende twee maanden open voor bezoekers. Ik vind het een genot om de stenen brug over te wandelen, onder de familiewapens door de vestibule in te gaan, de zalen te betreden met de statige portretten der Van Wassenaers en hun tafelzilver en porselein te bewonderen. De benedengalerij van het kasteel vormt een verrassing: deze overwelfde zaal is veel groter dan je vanaf de overzijde van de slotgracht zou denken. De statietrap die de beneden- en bovengalerij verbindt heeft vorstelijke allure en werd dan ook werd ontworpen door Jacob Roman, bouwheer van Stadhouder Willem III.

Ik stel me graag de mensen voor die ooit over die trappen zijn gegaan: daar loopt Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam, de fameuze componist, gevolgd door zijn jongste zoon Carl George met wit gepoederde pruik. In mijn verbeelding zie ik zijn kleindochter haar hoepelrok iets opnemen en de trap afdalen: het is Marie Cornélie gravin Van Wassenaer Obdam. Ze schilderde, ze musiceerde, ze schreef. En ze had een bocheltje. Maar dat is natuurlijk niet te zien op het wondermooie portret dat van haar op Twickel wordt bewaard. Kostbare parels sieren het hoog opgewerkte biedermeierkapsel en een dure bontstola verhult haar mismaakte schouder. Wat was ze voor een meisje, met haar opvallend lieve, blauwe ogen? Ik ga op zoek naar haar verleden.

mariec

In één van de bouwhuizen op het voorplein van het kasteel is het goed geordende huisarchief van Twickel gevestigd. De archivaris heet Aafke en ze houdt zich al haar hele leven bezig met de historie van het kasteel en zijn bewoners. Als ik vraag naar Marie Cornélie legt ze een stapel boeken en documenten voor me neer, waarvan de inhoud zo interessant is dat ik me er niet van kan losmaken. Zo kom ik te weten dat Marie Cornélie in 1799 werd geboren als dochter van Jacob graaf van Wassenaer Obdam Heer van Twickel en diens tweede echtgenote Margaretha Helena Alewijn. Haar moeder bezweek twee jaar later aan tuberculose. Jacob voerde in 1805 zijn derde bruid over de slotgracht naar Twickel. Ze heette Sophia Wilhelmina barones van Heeckeren van Kell en kwam van Kasteel Ruurlo. Lang duurde het huwelijk niet. In 1812 stierf Jacob van Wassenaer, slechts één erfgename achter latend: zijn zwakke, twaalfjarig dochtertje Marie Cornélie. Sophia en haar broer Willem bekommerden zich ijverig om het gravinnetje, niet in de laatste plaats om haar miljoenenvermogen. De Van Heeckerens hoopten het hele Van Wassenaer-bezit ooit binnen te halen en om dat te bereiken was er maar één legitieme mogelijkheid: een huwelijk van Cornélie met Sophia's neefje Jacob Derk van Heeckeren. Helaas was Cornélie tien jaar ouder dan de 2-jarige peuter. Men besloot geduld te oefenen. Sophia kon heel goed met kinderen omgaan. Ze was gouvernante geweest van kroonprins Willem van Oranje, die haar 'mijn tweede moeder' noemde. Cornélie was dol op haar 'Mama' en noemde de zorgzame Oom Willem zelfs mon très chèr Papa. Ze bleek zeer muzikaal en kreeg daarom pianoles van de componiste Gertrude van den Bergh.

In het archief vind ik het roodleren Album Amicorum waarin Cornélie en haar vrienden en vriendinnen de mooiste pianofortewerken noteerden. Dit album ging altijd met haar mee op reis. Ik lees de namen van componisten als Hummel, Mendelssohn, Rossini, Saur. Tussen alle muziekbladen ligt ook een compositie van de hand van Gertrude van den Bergh op het gedicht 'Holland' van Potgieter. De klanken van de eerste helft van de negentiende eeuw komen tot leven rondom de frêle gestalte van Cornélie. Dankzij haar stiefmoeder, die grootmeesteres was van Anna Paulowna prinses van Oranje, werd Cornélie aangesteld tot hofdame. In 1824 maakte ze met de kroonprins en kroonprinses een reis naar Rusland. Onderweg hield ze een dagboek bij waarin ze uitgebreid verslag deed van de barre tocht van Brussel via Gatchina naar het hof van tsaar Alexander I. Ze keek haar ogen uit op een bal voor 20.000 gasten dat in het betoverende Winterpaleis werd gehouden, ze maakte sledetochten met haar 'Mama', bezocht theaters en concertzalen.

Bij terugkeer op Kasteel Twickel bereidden de Van Heeckerens zich voor op de beslissende stap: Jacob Derk, die in 1830 meerderjarig werd, moest Cornélie ten huwelijk vragen. Het kwam niet bij haar op te weigeren. Wie anders zou met een gebochelde vrouw van ruim dertig jaar willen trouwen? Ik denk dat ze verliefd werd op haar knappe, tien jaar jongere bruidegom wiens portret op Twickel hangt. Ook het fraaie uniform dat hij als luitenant van het eerste bataljon van de afdeling Gelderse schutterij heeft gedragen is bewaard gebleven. Geheel tegen de adellijke gewoonten in trouwde Marie Cornélie gravin van Wassenaer Obdam op aandrang van haar stiefmoeder in gemeenschap van goederen. Jacob Derk bracht niets mee in het huwelijk. Hij werd wel tot haar universeel erfgenaam benoemd en haar stiefmoeder kreeg 100.000 gulden als dank voor de opvoeding. Het huwelijk bleef tot verdriet van Cornélie kinderloos. Ze vond troost bij de muziek, ze schilderde en schreef veel tijdens haar reizen naar Brussel en Parijs. Haar man kocht van haar geld kostbare schilderijen, sculpturen en andere luxe artikelen die nog in de Van Wassenaer appartementen te zien zijn.

pianoforte

In de slaapkamer van Marie Cornélie staat nog haar luxe bed. Welke gedachten speelden er 's nachts door haar hoofd? Tegen haar vijftigste begon haar Van Wassenaer-geweten te knagen. Ze kreeg opeens belangstelling voor haar voorouders en liet het grafmonument van de zeventiende eeuwse zeeheld luitenant Van Wassenaer Obdam in de Haagse Grote Kerk restaureren. Ze liet ook een bronzen kopie van diens grafbeeld gieten, dat een ereplaats kreeg op Twickel. Vervolgens toog ze naar de notaris om haar testament, dat ze onder invloed van de Van Heeckerens had opgesteld, te wijzigen. Ze bepaalde dat haar bezit afkomstig van haar overgrootvader uit het 'aloude en edele Geslagt der Wassenaers' bij haar overlijden naar een naaste Van Wassenaer familielid moest gaan. 'Terwijl ik hierdoor geen onbillijkheid meen te begaan jegens de eventuele erfgenamen van mijnen Echtgenoot,' voegde ze er met vooruitziende blik aan toe. Toen haar man hier achter kwam, speelde zich een onverkwikkelijke scène af waarbij de volgzame gravin zich gewonnen gaf. In 1849 zat ze weer bij de notaris en schreef: 'Ik zie af van bovengenoemd verzoek omdat ik heb bemerkt dat het mijnen man moeite zoude doen hetzelve te vervullen.'

In de lente van 1850 overleed ze. Na tweehonderd jaar kwam er een einde aan de bewoning van Twickel door de Van Wassenaers. In gedachten zie ik een span zwarte paarden de rouwkoets met het stoffelijk overschot van Marie Cornélie over de Twickelse laan trekken. Stapvoets gaat het over haar Overijsselse landerijen naar haar Zuid-Hollandse gebieden. In het dorp Wassenaer gekomen houden ze stil bij het kerkhof van het eeuwenoude kerkje. Daar, temidden van haar Van Wassenaer-familie, vindt Marie Cornélie haar laatste rustplaats. Op de grafsteen zijn de drie wassende manen der Van Wassenaers gebeiteld. En zoals ze vermoed had gebeurde: haar man hertrouwde met een 29-jarige hofdame die hem drie kinderen schonk: Rodolphe Frédéric, George en een dochter: Maria Cornelia.

Bij het portret van dit sta ik lang stil: waarom vernoemde Jacob Derk zijn dochter naar zijn eerste vrouw? Was er dan toch sprake geweest van liefde? Of speelde een laatste sprankje wroeging een rol?

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: het jubileumnummer van het maandblad Nouveau mei 2001

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top