Kruisheren in de oerbossen van Oost-Groningen

terapelkruidentuin

De uiterst zuid-oostelijke hoek van de provincie Groningen lijkt een door God vergeten gebied. Tot ver in de twintigste eeuw ploeterden arme turfstekers hier van 's morgens vroeg tot 's avonds laat op de zompige grond. De veenkoloniale dorpen maken nog steeds een desolate indruk; de huizen staan schouder aan schouder langs de turfvaarten en de achtertuinen zien uit op het grenzeloos lege land. Er lijkt hier weinig te beleven voor Randstedelingen. Maar bij Ter Apel begint het wonder: temidden van uitgestrekte oerbossen doemen de contouren op van een gotisch klooster. In 1464 schonk de vicaris van Loppersum het gebied tussen Winschoten en Ter Apel aan de Orde van het Heilig Kruis onder voorwaarde, dat er een klooster gebouwd zou worden.

Een vijftal Kruisbroeders begon aan de bouw van hun Domus Novae Lucis (Huis van het Nieuwe Licht), dat bijna een eeuw later klaar was. Uit het middeleeuwse complex met zijn kloostergangen, kruidhof en monnikenkerk zijn de Kruisheren sinds lang verdwenen. In 1988 werd het in gebruik genomen als museum voor kerkelijke kunst en religieuze geschiedenis.
Steeds meer dromers vinden de weg naar museumklooster Ter Apel, dat terecht een plek verwierf op de Top-100 lijst van de mooiste monumenten van ons land.

Kloostertoerisme

In de afgelopen tien jaren is er een vorm van religieus toerisme op gang gekomen. Terwijl de kloosters en abdijen leeglopen en de gemiddelde leeftijd der monniken en zusters boven de zeventig ligt, kloppen steeds meer leken aan de kloosterpoort. Ze zijn op zoek naar stilte, naar rust en spiritualiteit.
Tegen geringe betaling mogen ze een aantal dagen in het gastenverblijf doorbrengen en o.m. de zeven getijden meebidden. De meeste kloosters zijn al volgeboekt tot het einde van de zomer en de abt of abdis moet veel gasten teleurstellen. Binnen de kloostermuren, ver van alle problemen van het dagelijks leven, komen de bezoekers tot zichzelf en ervaren het sobere kloosterbestaan als weldadig.

terapelkloostergang


Een andere groep is alleen maar nieuwgierig naar het leven van monniken en nonnen met hun donkere pijen en witte kappen. Drinken ze daar achter de hoge kloostermuur elke dag dat heerlijke abdijbier? Staat in de kloosterkeuken de abdijpaté te geuren en nipt de prior aan een kloosterlikeurtje? Deze toeristen vinden de kloosterpoort gesloten; er worden geen rondleidingen gegeven.
Wie toch eens een klooster vanbinnen wil zien en iets te weten wil komen over het leven en werk van de kloosterlingen kan terecht in Museum-Klooster Ter Apel. Naast het voormalige kloosterbrouw- en bakhuis, dat nu in gebruik is als het aangename Hotel-Restaurant Boschhuis, ligt een parkeerterrein verscholen tussen het groen. In de omringende bossen komt 's zomers de verwilderde hop tot bloei, ooit door monniken aangeplant om hun eigen abdijbier te brouwen.
Maar die rustieke tijden zijn voorgoed voorbij. Het kloostermuseum voert een gevarieerd tentoonstellingsbeleid en in de monnikenkerk worden muziek- en kooruitvoeringen gegeven.
We betreden het kloostercomplex aan de oostzijde en komen via de kaartverkoop en winkel meteen in de kloostergang. Daar zien we de ritmische herhaling van bakstenen kruisgewelven rond een kloosterhof, waarin een geurige kruidentuin is aangelegd.
Tijdens de reformatie werden honderden kloosters in de Lage Landen gesloten, geplunderd en veelal gesloopt. Beeldenstormers trokken beelden van hun sokkels, sloegen gebrandschilderde ramen in scherven en hakten triptieken in stukken. Je vraagt je af hoe het mogelijk is dat juist dit plattelandsklooster van Ter Apel na ruim vijf eeuwen nog als enige overeind staat? Het antwoord is simpel: de laatste prior bekeerde zich tot het protestantisme en werd de eerste predikant van het klooster. Hij was een practisch man die trouwde en zijn vrouw belastte met de zorg voor de laatste, vergrijsde monniken. De gebouwen zijn altijd bewoond gebleven en in de van heiligenbeelden ontdane kerk wordt sinds 1600 's zondags een protestantse dienst gehouden.

Rond de kloosterhof

In de rechthoekige refter of eetzaal vinden we het oorspronkelijke balkenplafond met resten van beschilderingen. De groen- en bruin geglazuurde plavuizen zijn langs de wanden nog opvallend gaaf. Veertig tot vijftig Kruisheren zaten hier aan een lange tafel te eten. In een hoek is nog de plaats te zien waar de lezer plaats nam om tijdens de maaltijd vrome geschriften voor te lezen. Zijn stem werd slechts onderbroken door het getik van veertig lepels in de papkommen. In de aangrenzende kamer van de prior staat de kloosterdracht der Kruisheren spookachtig opgesteld; ze dragen een roomkleurige pij met zwart scapulier waarop ter hoogte van de borst een wit en rood kruis is aangebracht. Aan de schoudermantel is een zwarte capuce bevestigd, die het gezicht geheel kan verbergen. Deze kamer of calefactorium is de enige ruimte waarin zich een schouw met open haard bevindt. In de overige vertrekken was het 's winters oorspronkelijk ijzig koud. De monniken verlangden geen bezitingen en comfort.
De Kruisheer Pincharius schreef in de dertiende eeuw: 'Door zijn vrijwillig aanvaarde armoede ontdoet de kruisbroeder zich van alles zodat God zijn enig bezit en erfdeel wordt.'
Alleen de monniken die in het -thans verdwenen- scriptorium boeken overschreven en illumineerden mochten zich wat verwarmen. Dit om te voorkomen dat de inkt in hun inktpot bevroor en hun vingers verstijfden. Ooit bezat het klooster Ter Apel een schat aan middeleeuwse boeken w.o. een wiegedruk van de Legenda aurea door Jacobus de Voragine uit 1490. Het werd door de protestanten in beslag genomen en vormt nu het kostbaarste bezit van de bibliotheek van de Groninger academie.
In de aangrenzende subpriorskamer van het museum bevindt zich een middeleeuwse documentenkist met drie zware sloten. Drie kloosterlingen bezaten de drie verschillende sleutels en konden de schat slechts gedrieën ontsluiten.
Een trapje leidt naar de wondermooi overwelfde kelder, gedragen door romaanse zuilen. Hier kunnen de bezoekers een videoprogramma bekijken. Bovendien bevinden zich er de resten van wat men in Ter Apel aan zestiende eeuwse glas-in-lood-kunst wist te redden. Op een verlichte glasplaat liggen tientallen stukjes gebrandschilderd glas uitgestald, die de ware puzzelliefhebbers de handen doen jeuken. De scherven werden op- en om het kloosterterrein gevonden. De gerestaureerde glaspanelen noemen het jaartal 1561 en zijn schenkingen van de Drost van Koevorden en de landschap Drenthe. Koning David met zijn stralend gouden kroon is daarop duidelijk te herkennen.

Koorbanken vol deugden en ondeugden

Terugkerend naar de kloostergang vinden we de toegang tot de kapittelzaal waar de Kruisheren tot 1594 bijeen kwamen voor hun algemene vergadering of kapittel. Het plafond vertoont nog gotisch snijwerk maar de wanden werden in de achttiende eeuw gemoderniseerd met timmerwerk vol rococo-motieven waarin een kast en bedstede is opgenomen. In deze zaal kunnen bruidsparen tegenwoordig op romantische wijze trouwen en 's avonds bij kaarslicht dineren.
Op het eind van de kruisgang vinden we de toegang tot de voormalige sacristie.
De hele achterwand wordt in beslag genomen door een credenskast met tientallen schuifladen. Het kloostermuseum beschikt over een schat van ca. vijfhonderd paramenten, zwaar bestikt met goud- en zilverdraad en geweven van kleurige zijde. Ook het eenvoudige onderlinnen waarin de priesters de mis opdroegen vond een plaats in deze kast. Dan begeven we ons naar het meest opzienbarende deel van het kloostercomplex: de oude monnikenkerk. In 1594 moest de laatste prior zijn kerk ontdoen van alle heiligenbeelden en andere versieringen.
Gehoorzaam leverde hij de Madonna, geflankeerd door de Heilige Odylia en de Heilige Barbara in. Ook de Heilige Apostelen die het doxaal opluisterden werden weggehaald. Maar de zware eikenhouten koorbanken en de zandstenen priesterzetels naast het altaar maken deel uit van het kerkmeubilair en konden door de dominee en en zijn gelovigen niet gemist worden.

Gelukkig voor ons; de koorbanken van Ter Apel behoren thans tot de mooiste van de Lage Landen en zijn wat snijwerk betreft uniek voor Europa. Tijdens het langdurige koorgebed moesten de monniken voor hun opgeklapte zetel staan. Als ze moe werden konden ze echter leunen tegen misericordes of zitterkes. Deze zitterkes, waarvan kostelijke voorbeelden te vinden zijn in de kerken van Breda, Dordrecht, Bolsward en het Belgische Hoogstraten, konden niet met vrome voorstellingen versierd worden. Wie zou het wagen met zijn achterste te steunen op een engel of heilige?

terapelmisericorde

Daarom versierde de orginele houtsnijder van Ter Apel zijn zitterkes met hoofden, die deugden en ondeugden verbeelden. De 'onkuisheid' heeft een gespleten baard, de 'domheid' heeft ezelsoren en de 'vroomheid' is een ingetogen non. De twee koorbanken met hun lezenaars en versierde wangen staan haaksgewijs tegen de westwand waar een rijk gebeeldhouwd doxaal de scheiding vormt tussen monnikenkerk en lekenkerk. Je moet op het altaar gaan staan om het grapje te zien dat de beeldhouwer in zijn kunstwerk verstopte. Van links naar rechts langs de visblaasmotieven kijkend ontdek je opeens een hele rij monnikenkopjes. Het is gezichtsbedrog; zodra je er naartoe loopt zijn ze verdwenen.
Toen deze kerk in 1501 werd ingewijd stonden er maar liefst zeven altaren. Nu is er nog éen zware altaarsteen over. Op de plek waar het heilig relikwie werd bewaard gaapt een gat. Rechts van het altaar staat tegen de muur een stenen driezit of sedilia voor de dienstdoende priester, diaken en subdiaken. Een klein 'stripverhaal' boven de zetels vertelt in drie taferelen over het leven van Maria: de verkondiging door de engel Gabriël, de geboorte van Jezus in de stal en de aanbidding der herders.
Wat zou het een genot zijn de kerk der Kruisheren een keertje in zijn volle, middeleeuwse glorie te zien, bont beschilderd en getooid met tientallen heiligenbeelden en brandende kaarsen. Er is op het kloosterterrein een stille getuige van deze pracht. Dat is de eeuwenoude winterlinde, die als een hoogbejaarde steunt op zijn stok. Ooit werd de boom geknot en uit het hout sproten twaalf takken voort. Op slag werd de boom heilig verklaard want die twaalf takken duidden natuurlijk op de twaalf apostelen. De Apostelboom ziet uit op een van de waterputten bij de verdwenen keukens.

De natuur rond het klooster vormt een volmaakt middeleeuws decor. Er groeien zeldzame planten en laagstelige lentebloemen. Op een vroege aprilmorgen doen de meer dan zestig broedsoorten van zich horen in het Roelagerbos, het oudste loofbos van Nederland. De geelgors strijkt na zijn lange reis uit Afrika neer in de takken en de tjif tjaf jubelt zijn gelijknamige lied. 'Het is hier bijna té vogelrijk' zegt de directeur van het kloostermuseum. Maar de natuur herstelt zichzelf: de laatste tijd worden er ook forse roofvogels gezien als arend en buizerd.
Veel bezoekers stappen na het zien van het klooster der Kruisheren op de fiets om van het stille landschap te genieten. De tocht leidt meestal naar de vermaarde vesting Bourtange met zijn opeengedrongen soldatenhuisjes binnen de stervormige vestingwal.
In Oost-Groningen wijkt de tegenwoordige tijd en maakt plaats voor religieuze en militaire sfeer van weleer.

Kruidentuin

Bij de reconstructie van de kruidentuin in de kloosterhof werd hulp gevraagd aan de Hortus in Haren. Het hof bevat een uitgekiende verzameling van vitaminerijke kruiden, verfplanten en medicinale kruiden waarmee in de kloosterkeuken geëxperimenteerd kon worden. Tussen de kruidenbedden liggen nog enkele grafzerken. De prioren werden in de monnikenkerk begraven dicht bij het hoofdaltaar.

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: 1999 in het blad PLUS.
Inmiddels is klooster Ter Apel aanzienlijk uitgebreid door de aanbouw van een nieuwe museumvleugel.

Te gast in een klooster

In veel kloosters en abdijen is gelegenheid om te overnachten zoals in de Sint Paulusabdij te Oosterhout, De O.L.V. abdij Koningshoeve in Berkel-Enschot, de Essenburgh in Hierden.
Ook is het sinds kort mogelijk een bezoek te brengen aan een klooster via Internet. Tientallen kloosters in binnen- en buitenland hebben een eigen website. Enkele voorbeelden: St. Michaels Abbey (www.farnboroughabbey.org), Abdij Tongerloo (www.tongerlo.org), Norbertijnenabdij Averbode (www.abdijaverbode.be).

Klooster Ter Apel: Boslaan 3, 9561 LH Ter Apel. telefoon: 0599- 581370. Geopend van maandag t/m zaterdag van 10.00 uur-17.00 uur en op zon- en feestdagen van 13.00-17.00 uur. Van 1 nov- 1 april 's maandags gesloten. www.kloosterterapel.nl

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top