Eerste schouwburgbezoek

Ik hou van lege, doorleefde theaters waar nog een zweem van plankenkoorts en zweet, van triomf en applaus hangt.

theaters1

Op een warme nazomeravond ging ik met mijn dochter - toen pas tien jaar - voor het eerst naar een volwassen voorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Ze bewoog zich als een vlinder in haar lange, kanten jurkje want het was een belangrijk moment. Thuis had ik haar verteld over meneer Tsjaikovski, die het sprookje van de Schone Slaapster op muziek had gezet en over Alexandra Radius, die de rol van Doornroosje danste. We hadden een plaats op het balkon en ze leunde met haar ellebogen op het rode pluche, bewonderde de barokke ornamenten en kroonluchters en luisterde verbaasd naar het stemmen van de muziekinstrumenten in de orkestbak. Toen het doek opging en het sprookjesballet op het toneel begon, keek ze als betoverd toe en na afloop klapte ze het langst van allemaal. Mijn dochter is inmiddels ruim dertig jaar en een fervent theaterbezoekster. Maar die eerste avond in de Stadsschouwburg bleek onvergetelijk, laatst had ze het er nog uitgebreid over. Dat is de magie van het theater: die schitterende momenten in de schijnwerpers, beloond met bloemen en ovaties, werken jarenlang door en vormen een blijvende schat.

Het Slingelandt-toneel

De Amsterdamse Stadsschouwburg heeft een lange historie. Het eerste gebouw op de Keizersgracht was door Jacob van Campen ontworpen en brandde in 1772 tot de grond toe af. In 1774 werd er een tweede houten schouwburg gebouwd op het Leidseplein. Het door kaarsen verlichte toneel was eveneens gedoemd om in de vlammen op te gaan. Pas in 1894 opende men een nieuwe, stenen schouwburg. Om het voormalige toneel te zien, moet je naar het Theatermuseum aan de Herengracht (er is daar tot april 2005 een unieke tentoonstelling 'Speelruimte; 1000 jaar theater'. Zie: www.theaterinstituut.nl). Daar staat het pas gerestaureerde, enig overgebleven kamertoneel van Europa. Dit model van het schouwburgtoneel werd in opdracht van baron Van Slingelandt in 1781 gemaakt en heeft veertien complete, verwisselbare decors. Voor de ogen van zijn verrukte gasten veranderde de baron het toneel van een paleiszaal in een woud, de golven van de zee rolden over de planken en een wolk schoof door de hemel. Het effect blijft opzienbarend.

Colosseum

theaters3

Hoe oud het theater is weet geen mens maar archeologen hebben maskers opgegraven, die duiden op een vroeg spel van de mens met de realiteit. Een oude, gruwelijke vorm van amusement vormen de voorstellingen die de Romeinen gaven in hun amfitheaters. Het bekendste is het Colosseum te Rome - eigenlijk anfiteatro Flavio geheten - uit de eerste eeuw. Er konden 50.000 toeschouwers op de tribunes plaatsnemen. Gewoonlijk duurde een spektakel de hele dag: 's morgens werden er kluchten opgevoerd en 's middags kwam het spannendste deel: dan leverden gladiatoren, slechts gewapend met speer, net en dolk, gevechten op leven en dood. Alleen al tijdens de openingsfeesten van het Colosseum, dat honderd dagen duurde, kwamen er naar schatting 2000 gladiatoren om het leven en werden er duizenden wilde dieren voor het op sensatie beluste publiek gedood.

Teatro Ducale in Sabbioneta

Stel dat een goede theaterfee mijn wens zou vervullen om één voorstelling uit de historie bij te wonen, welke zou ik dan kiezen? Zou ik wensen dat ik een middeleeuws mysteriespel zie voor de kathedraal van Chartres? Of dat ik in de Londense Swan zit om Shakespeares Hamlet bij te wonen? Wens ik, dat ik aan het hof te Versailles Molière en zijn troupe zie acteren in diens verrukkelijke L' Avare? Nee, uiteindelijk ligt mijn hart in de renaissance en vraag ik de theaterfee me in 1588 te plaatsen op de houten banken in het Teatro Ducale te Sabbioneta. Ik zal naar muziek luisteren, lachen om komedianten en huilen bij tragedies - het geeft niet wat - als ik dan maar naast de flamboyante Vespaciano Gonzaga, de duce mag zitten, die deze kleine Italiaanse stad schiep en het wondermooie houten theater daarin als pronkstuk liet bouwen.

Teatro Olympica

theaters2

Het allermooiste theater dat ik ooit zag bevindt zich in het Noord - Italiaanse Vicenza en werd gebouwd door Palladio, de grootmeester in harmonie en allure. Diens houten Teatro Olympico uit 1580 is volmaakt gerestaureerd en het decor schept de illusie dat je als toeschouwer renaissancestraatjes en paleizen met oneindig perspectief in kunt kijken.

De geboorteplaats van het theater

De historie van het theater gaat terug naar het oude Epidauros, waar het amfitheater onder de blauwe Griekse hemel ligt. Het werd in de vierde eeuw voor Christus door Polycleitos gebouwd en bood toen plaats aan 6200 toeschouwers, een aantal dat twee eeuwen later door uitbreiding verdubbeld werd. Microfoons en versterkers zijn overbodig; door de weergaloze akoestiek kunnen zelfs de toeschouwers op de bovenste rijen de stemmen van de spelers in het hart van het schelpvormige theater verstaan. Met vertalingen van tragedies van Sophocles en Euripides heb ik daar urenlang gezeten, me voorstellend hoe het koor van gemaskerde acteurs het publiek deed huiveren. Maar boven alles leek de stem van Maria Callas te klinken, die hier in de zestiger jaren als een weergaloze Medea haar hartstocht en wraak uitzong. Het theater is een plek, die voor altijd herinnert aan momenten van vluchtige schoonheid en verrukking.

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Nouveau

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top