De patriciërswoning van een sympathiek collectioneur

In het jaar 1729 verrees in Dordrecht een statige patriciërswoning, die zijn symmetrische bouwvormen nu - ruim twee eeuwen later - onveranderd in het water van de Nieuwe Haven spiegelt. In 1864 werd het monumentale pand nr. 29 gekocht door Meester Simon van Gijn. Hij bracht er zijn groeiende collectie historische prenten, scheepsmodellen, schilderijen, munten, meubilair, porselein, zilver, klokken en oud speelgoed in onder. Bij zijn dood in 1922 vermaakte hij het rijke erfgoed aan de Vereniging Oud-Dordrecht. In 1925 werd het huis opengesteld voor publiek.

svgijeetka

Maar ontoereikende publieksfaciliteiten en veiligheidseisen maakten een ingrijpende verbouwing op den duur onvermijdelijk. Ruim twee jaar lang was men er mee bezig en toen heropende het pand onder de nieuwe naam 'Simon van Gijn - museum aan huis' zijn deuren.
Men is er op miraculeuze wijze in geslaagd de oppervlakte van het museum aanzienlijk te vergroten zonder de sfeer van het 19de eeuwse woonhuis aan te tasten. Als beloning gaf de godin Aurora haar geheime aanwezigheid prijs in 'De Dordtse hemel', een ontdekking die Simon van Gijn zeer verheugd zou hebben.

Dordtse hemel

De Engelse restaurator kijkt bij mijn eerste bezoek aan het museum - in augustus van het jaar 2001 - liefdevol naar een stapel grenenhouten planken, die verpakt op de vloer van het toekomstige restaurant liggen. (Inmiddels is het museumcafé De Dordtse hemel geopend en schenkt o.m. Van Gijn thee T.C. 2007)
Toen men besloot het huis Nieuwe Haven nummer 30 - waarin vroeger de kantoren gevestigd waren - bij het museum op nummer 29 te trekken, wist niemand dat zich in de zaal aan de tuinzijde een geheim bevond. Onder de dikke 19de eeuwse laag pleisterwerk bleek zich een houten plafond te bevinden. De restaurator vertelt hoe ze tot haar verrassing opeens mooi geschilderde ladies breasts tegen kwam. Wanneer en door wie waren ze geschilderd? En wie behoorden ze toe? Nieuwsgierig verwijderde men iets meer van de pleisterlaag en er kwam een hele dame tevoorschijn met een ster in het haar gezeten op een wolk. Bij het blootleggen kwam een putto aan het licht met een toorts in de hand. Conclusie: Aurora godin van de dageraad met morgenster.

'Het houten plafond werd omstreeks 1750 beschilderd op een grijze, ruwe onderlaag,' vertelt de restaurator, ' er zijn warme tinten gebruikt. Wie de schilder is weten we nog niet maar het was beslist geen amateur. Het penseel is vlot gehanteerd.'
Ze trekt het papier van de kostbare stapel grenenhout: 'De planken werden op maat gezaagd uit de stammen van dennenbomen: allemaal 7.30 cm lang en 25 cm breed. De diamantvormige plafondschildering van Aurora is nu helemaal gerestaureerd en wordt op zijn oorspronkelijke plaats bevestigd. Maar er is meer: in de hoek kwam nog een voet tevoorschijn van een tweede vrouwenfiguur met een kroon van gevlochten tarwehalmen in het haar en een korenaar in haar hand.' Ze toont me een dia en gist: 'Summer? Dan zouden zich in de andere hoeken de allegorische figuren van de herfst, winter en lente kunnen bevinden. Als er voldoende geld is gaan we stap voor stap verder met het verwijderen van de pleisterlaag. Je moet er voorzichtig mee omgaan. Het is gemeen spul dat giftig loodwit bevat.'
Sinds de heropening van het museum zit Aurora weer tegen haar plafond in haar Dordtse hemel. (Helaas is er nu – 2007- nog steeds geen geld om de rest van het plafond te restaureren T.C.).

aurora

Het hele pand Nieuwe Haven nummer 30 heet de museumbezoekers nu op royale wijze welkom: kaartverkoop, winkel, restaurant, glazen trappenhuis en lift zijn er in ondergebracht. Het ooit zo krappe belendende woonhuis op nummer 29 kreeg daardoor meer ruimte. Zalen die vroeger niet toegankelijk waren staan nu open voor publiek. We komen binnen via het domein van de dienstmeid: de spoelkeuken - vroeger niet voor het publiek toegankelijk - en de grote keuken. Het houtwerk is weer in zijn oorspronkelijke okergele tint geschilderd, het glanzend koperwerk hangt op zijn plaats tegen de witte tegels.

Een blaker met kaars, dover en snuiter herinnert aan de tijd dat de bewoners 's nachts door de aardedonkere gang hun weg moesten vinden naar de trappen of de lieu, het secreet achterin de gang. Er hangt nog een koperen bakje voor zwavelstokjes dat van vóór de uitvinding van de lucifer stamt. Sommige keukenvoorwerpen hebben oude namen die nasmeulen in ons woordgebruik zoals: snotneus, doofpot, snuiter, pottenkijker.
De keukendeur komt uit op de statige marmeren gang die het pand van straat- tot tuinzijde doorsnijdt. Bij het zien van de verzameling schilderijen, beschilderde bordjes, de hangklokken en het staande horloge vraag je je af: wie was Simon van Gijn die zoveel van dit huis hield en er achtenvijftig jaar van zijn leven doorbracht?

Mr. Simon van Gijn

Na het verlies van een tweeling bracht moeder Van Gijn in 1836 de kleine Simon ter wereld. Toen hij vijf jaar was liet ze hem in een fluwelen pakje met gepluimde baret door J. Boshamer portretteren bij een bok. Een jaar later verhuisden ze van Vlaardingen naar Dordrecht waar de vader bankier werd in de firma van zijn schoonvader. Gestimuleerd door zijn moeder ontwikkelde het enig kind een passie voor het verzamelen van historieprenten, kunst en kunstnijverheid. Dat zou in de rest van zijn leven alleen maar toenemen. Simon studeerde rechten in Leiden, werd advocaat maar verruilde het ambt spoedig voor de functie van bankier in het familiebedrijf. Hij trouwde met Cornelia Agatha Vriesendorp en kocht met haar in 1864 het huis aan de Nieuwe Haven. Ze kregen geen nazaten maar koesterden het huis als hun kind. In 1886 besloten ze het ingrijpend te laten renoveren door architect Constantijn Muysken die verschillende neo-stijlen beheerste en uitblonk in de 'Oud-Hollandsche renaissance-stijl'. Hij was drie jaar bezig de woonvertrekken zo te herscheppen, dat ze een passend decor vormden voor Van Gijns kunstcollectie. De gestaag groeiende verzameling - bij zijn dood liet hij alleen al 25.000 kostbare prenten, tekeningen, aquarellen en foto's na - vond een plaats in wand- en ladenkasten. De talrijke gasten van het echtpaar Van Gijn mochten de prenten in de sierlijke portefeuillestandaard komen bewonderen.

Na de dood van Agatha in 1889 en zijn vertrek bij de bankiersfirma (1892) gaf Van Gijn zich volledig over aan het verzamelen, catalogiseren en beschrijven van zijn prenten. In de laatste jaren verliet hij de eerste verdieping van zijn huis niet meer. Hoewel hij lichamelijk gehandicapt was en in een zware fauteuil op wielen door zijn huishoudster naar zijn studeervertrek moest worden gereden, bleef zijn geest helder.
'Het verleden is een spiegel voor het heden,' schreef hij aan het eind van zijn leven, 'wie zijn eigen tijd, het heden, goed wil begrijpen en verstaan, dient geen algehele vreemdeling te wezen in de toestanden van het verleden, waaruit die van het heden haar oorsprong namen.'
Een tijdloze boodschap, die uit elk voorwerp in zijn huis spreekt. Op 5 mei 1922 is hij op vijfentachtigjarige leeftijd in zijn groene kamer overleden.

De benedenverdieping

Kort na de begrafenis van Mr. Van Gijn schreef zijn vriend de letterkundige A. Staring een artikel in het Oudheidkundig Jaarboek over de toekomst van de Dordtse patriciërswoning. Hij achtte het '...wenschelijk dat zoveel mogelijk personen van het museum genieten,' maar was ook bezorgd dat '... voortschuifelende drommen de atmospheer schenden.'De brede, marmeren gang die het huis van havenzijde tot tuinzijde doorsnijdt heeft die sfeer zelfs nu, tachtig jaar later, nog behouden. Bij de tuindeur tikt het staand horloge (Amsterdam, tweede helft van de 18de eeuw) van Simon van Gijn nadrukkelijk de uren weg. Bovenop pronkt een koperen beeldje van Atlas die de wereldbol torst naast Mercurius en veelbetekenend Vadertje Tijd. Onder de poten van de klok is een vlondertje geplaatst zodat de meid bij het dweilen de houten kast niet nat kon maken.

Boven en naast de deuren werd een klein deel van zijn omvangrijke collectie keramiek en wel 'Prinsengoed' gehangen. Amusant is het aardewerken scheerbord - waarin ruimte is uitgespaard voor de kin - waarop Stadhouder Willem V en zijn gemalin Wilhelmina van Pruisen zijn afgebeeld bij een Oranjeboompje. Van dezelfde prinses is evenals van haar man een ruiterportret op een tegeltableau gemaakt. De Oranjegezinde Simon van Gijn koesterde zijn collectie zeer. Toen in 1898 de jonge Wilhelmina 'de Oranje-maagd, die gereed staat de teugels van het gezag te aanvaarden over het land' werd ingehuldigd, organiseerde hij in Dordrecht een grote tentoonstelling uit zijn collectie: 'Het Huis van Oranje in prent.'

Pronkkamers en een Zaal

We kunnen ons goed voorstellen hoe Meester van Gijn en zijn vrouw hun gasten door deze gang naar hun eetkamer leidden, waar de gedekte tafel stond met uitzicht op de schaduwrijke stadstuin. Het was een der vertrekken die architect Muysken in Hollandse renaissancestijl herschiep. Van Gijn was er zo trots op dat hij bepaalde, dat niets aan dit vertrek na zijn dood veranderd mocht worden. Boven de hoge, eikenhouten lambrisering liet hij Willy Martens (1856-1927) wandschilderingen aanbrengen. Martens, die op Java was geboren en in Parijs leerling werd van Bonnat, slaagde er wonderwel in een 'Germaans heuvellandschap' te scheppen. Hij werkte in matte blauwe en groene tinten op een ondergrond van grof geweven linnen, waardoor het geheel aan een tapisserie doet denken. En dat was ook de bedoeling want in de Zaal, de voornaamste kamer van het huis, waren de wanden al in 1730 voorzien van een serie wondermooie wandtapijten. Ze zijn speciaal voor dit vertrek in Oudenaarde op maat geweven. Rondom zien we taferelen uit het populaire herdersspel Il pastor fido. Als antwoord op het Grieks arcadische thema vormt het 'Germaans heuvellandschap' in de eetkamer een harmonisch geheel. Waar in de Zaal de bevallige Amaryllis in het groen de hand reikt aan de herder Mirtillo, haalt in de eetkamer een gespierde Germaan de visnetten op, hoedt een ander zijn schapen en wordt een wild zwijn prooi van de stoere jager.

Tapijtenzaal SIMON VAN GIJN museum aan huis2

In de Zaal ligt het accent zoals gebruikelijk was op de rijk bewerkte schouw. Het allegorische schoorsteenstuk van de Handel werd gemaakt door de Dordtse schilder Adriaan van der Burg (1693-1733), een leerling van Arnold Houbraken. Net als voorheen staat in de Grote Zaal tegen het licht van de Nieuwe Haven de collectie antiek glas opgesteld. Het noppenglas, dat uit Dordtse bodem werd opgegraven en van voor 1421 (het jaar van de St. Elisabethsvloed) dateert, is een van de pronkstukken.
Van Mevrouw Vriesendorp weten we, dat ze tijdens hun reizen in Parijse modezaken kleding en accessoires kocht. Haar man hield in zijn notitieboekje alle uitgaven bij en noteerde de nummers van de bankbiljetten. Haar in rood en goud gestoffeerde salon naast de eetkamer is door Muysken in vorstelijk classicistische stijl ingericht.

De tuinkamer met serre aan de andere kant van de eetkamer werd door de architect in Lodewijk XIV stijl gerenoveerd. Op interieurfoto's die van Gijn in 1904 liet maken is te zien dat hier toen al een piano stond. Daar achter hangt links tegen de wand een aandoenlijk portret van een kind met valhoedje door de Dordste meester Abraham van Strij (1753-1826).

Naar boven

Wie de trap op loopt kan zich beter vasthouden want er is veel te zien: in het stucwerk van het plafond zijn de familiewapens van de eerste bewoners van het pand aangebracht Mr. Johan van Neurenberg schepen en burgemeester van de stad Dordt (1747-1748) en diens vrouw Rebecca van der Voort in het gezelschap van allegorische putti. Een portret van zijn beroemde stadsgenoten Jan en Cornelis de Witt , een ruiterportret van Frederik Hendrik van Oranje, Michiel Adriaansz. De Ruyter en een mooi doek van de Vierdaagse Zeeslag door Willem van de Velde de Jonge (1633-1707) kregen een plaats in het trappenhuis.

De vreedzame Van Gijn had een liefde voor antieke wapens wat goed is te zien aan de wanden van het trappenhuis en op de bovengang. Pieken, hellebaarden, helmen, harnassen, Japanse zwaarden werden na de dood van zijn vrouw aangekocht. Hoe grillig zijn verzamelwoede kon zijn blijkt uit de aankoop op een veiling van een belle trophée, souvenirs d'un voyage en Algérie et au Maroc. Ze zijn op een gedrapeerde kelim gehangen en bevorderen het gevoel van 'overvulling' waar Staring al voor waarschuwde.
Op deze verdieping kom je heel dicht bij de mens Van Gijn. Zijn zonnige studeerkamer met zicht op de haven is nog zozeer doortrokken van zijn liefde voor de historie dat het niet vreemd zou zijn hem achter zijn werktafel aan te treffen. Dit vertrek is stijlzuiver ingericht: meubilair, lambrisering, de schouw met zijn Delftsblauwe tegeltjes, de gebrandschilderde ruitjes en het met gestileerde motieven beschilderde balkenplafond zijn nauwkeurig op elkaar afgestemd. Borden en vaasjes van Chinees porselein, kostbare glazen en kannen passen precies op de kast- en lambriseringranden en zelfs de elf schilderijen uit de Gouden Eeuw zijn gekozen op hun kleur en formaat.

Een van de mooiste schilderijen is een stilleven met noppenglas door Pieter Claesz. (1598-1661). Hier zat Van Gijn tot op zeer hoge leeftijd in vijftig cahiers zijn hele verzameling historieprenten te beschrijven in gezelschap van zijn hondje en een groot portret van zijn overleden vrouw. In de aangrenzende kamer bevindt zich de bibliotheek waar hij zijn documentatie wist te vinden. Hij ontving historici, kunsthistorici en verzamelaars als Frederik Muller die hem geestdriftig gelukwenste met zijn '...overschoone verzameling (..) 't is fraai, zeer fraai!'In de bibliotheek is het goudleerbehang boven de lambrisering van geëikt grenenhout slechts een papieren imitatie. Maar aan de andere kant van de gang is sinds de heropening van het museum een voor Nederland unieke, authentieke goudleerkamer uit 1686 te vinden. Dit hele Dordtse interieur is door het museum verworven compleet met de beddenalkoof, de schouw en het door Augustus Terwesten (1649-1711) beschilderde plafond.

Zolder

Op de tweede verdieping worden om de drie maanden wisseltentoonstellingen gehouden van Van Gijns rijke prentenbezit ofwel de Atlas van Gijn. Deze is met de Atlas van Stolk (thans in Rotterdam) en die van Frederik Muller (thans in het Rijksprentenkabinet Amsterdam) de enige nog compleet bewaard gebleven historische prentenverzameling van ons land. Uniek is dat de Atlas van Gijn zich nog op de oorspronkelijke locatie bevindt.
Het is een reden om meerdere malen naar het 'Simon van Gijn - museum aan huis' te gaan want de collectie biedt veel afwisseling: historieprenten, afbeeldingen van zeden en gewoonten, klederdrachten, schepen, kinderprenten, uniformen en een verzamelingen van ruim 10.000 portretten.

In een aparte ruimte was tot medio 2002 de tentoonstelling 'Schepen op schaal' een keuze uit de verzameling scheepsmodellen te zien (thans wordt het belangrijkste deel van de collectie permanent getoond in een aparte zaal). Er is een model bij dat helemaal uit gekleurd glas is vervaardigd en het wereldberoemde model van 'De Bleiswyk' - het enige model met oorspronkelijke tuigage van dit koopvaardijschip dat bewaard is gebleven.

Kinderen zullen zich vermaken bij het zien van al die kleine schepen met hun zeiltjes, touwwerk en soms zelfs bemanningsleden. Een verstandig ouder of grootouders neemt sowieso kinderen mee naar het museum want het herbergt op de grote, stemmige zolder zijn befaamde collectie oud kinderspeelgoed. Onder de zware balken staat o.m. de Ark van Noach waarbij 138 mens-en dierfiguurtjes zijn gemaakt. Even zeldzaam van kwaliteit zijn de miniatuur marktkramen en winkeltjes uit de negentiende eeuw.

Het museum bezit een mooie collectie poppen. Een van de interessantste is de z.g. Julianapop uit 1912 wier gezichtje inderdaad precies op de kleuterfoto van prinses Juliana gelijkt. Van alle nostalgische leerboekjes en leesplankjes is het leesplankje dat in 1770 gedrukt werd in Dordrecht wel het meest zeldzame. Wie na het zien van de miniatuur kermissen, de tinnen soldaatjes, spelletjes en allerlei soorten voertuigen de zolder verlaat kan op de eerste verdieping de privé vertrekken van Mr. Simon van Gijn bezoeken. Zijn badkamer met kleedruimte of boudoir en grote slaapkamer met velouté behang staan open. In de groene kamer waar hij als weduwnaar sliep, hangt het bekende kleuterportret uit 1841. We volgen zijn leven via een trouwfoto uit 1864 tot het portret dat Willy Sluiter (1873-1949) van de bejaarde verzamelaar maakte. Een heel leven in enkele portretten samengevat. Op de schouw staat nog de pendule van vuurverguld brons onder een glazen stolp, die de laatste minuten van Simon van Gijn wegtikte.

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Museumtijdschrift Vitrine, november 2001

Museum Simon van Gijn
Nieuwe Haven 29/30
3311 AP Dordrecht

www.huisvangijn.nl

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top