Een ode aan de baksteen

In het hart van het meest woeste en grootste natuurgebieden van ons land, wilde het schatrijke koopmansechtpaar A.G. Kröller (1862-1941) en H.E.L.J. Kröller - Müller (1869-1939) aan het begin van deze eeuw een jachtslot laten bouwen. Het was een romantisch plan, geladen met filosofische en religieuze gedachten. Want het slot moest een symbolische weergave zijn van de geestelijke groei van een heilige: Sint Hubertus.

jachtslotsthubertus

Toch koos het paar een rationeel ingesteld architect wiens ontwerpen een toonbeeld van de Nieuwe - Zakelijkheid vormen. Het was H. P. Berlage (1856-1934), die internationale faam had verworven met o.m. het Beursgebouw op het Amsterdamse Rokin. Berlage schiep tussen 1914 en 1920 een landhuis dat van buiten en van binnen een ode aan de baksteen werd. Overal is dit materiaal zichtbaar: van de strakke gevel van de eenendertig meter hoge toren tot de wanden van de zonnige eetkamer.

Kunst en natuur

De mooiste manier om het jachtslot Sint Hubertus te benaderen is per fiets. Het Nationale Park de Hoge Veluwe maakt het de bezoeker makkelijk want bij de ingang krijgt men een voordelige dagkaart die niet alleen toegang geeft tot drie belangrijke musea maar ook het gebruik toestaat van een van de achthonderd witte toerfietsen. Op weg naar de schepping van Berlage groeit het ontzag voor de Kröller - Müllers: wat waren ze bezield om midden in dit 6000 ha. grote particuliere gebied van bossen, ruige heidevelden en terreinen van toonloos stuifzand een jachtslot te willen bouwen. Een jachtslot, zoals mevrouw Kröller het de architect omschreef: '..zoo mooi, zoo goed en zoo eerlijk als maar kan'. Want volgens haar plan moest het later 'een museum zijn en behooren aan het algemeen.'

helkrollermull

Hélène Kröller-Müller (1869-1939)

Maar wie zou het anno 1914 in zijn hoofd halen de tocht naar dit onherbergzame gebied te ondernemen om een museum te bekijken? Er waren weinig mensen te vinden die in haar toekomstvisie geloofden. Toch bleek haar plan levensvatbaar. Thans, vijfenvijftig jaar na haar dood, komen er jaarlijks 720.000 bezoekers naar de Hoge Veluwe waar de genietingen van kunst en natuur op unieke wijze gecombineerd worden. Behalve het jachtslot verrees er een naar de Kröller - Müllers genoemd museum waarin de nog steeds groeiende kunstcollectie werd ondergebracht. De beeldentuin met het Rietveldpaviljoen behoort met zijn decor van vele tinten groen tot de mooiste van ons land. Een wegwijzer langs het fietspad wijst sinds een jaar bovendien naar een nieuwe, spectaculaire attractie: het Museonder. Het is bij een eerste bezoek aan de Hoge Veluwe beter niet van het pad af te dwalen en verder te fietsen naar de plek waar het wonder begon: het jachtslot Sint Hubertus.

De legende van Sint Hubertus

Waar zich aan het begin van deze eeuw nog een ondoorwaadbaar moeras uitstrekte, ligt nu een vijverpartij met aan de rand een toren. Met zijn strenge zadeldak doet hij wat aan een Friese kerktoren denken maar hij is slanker en ook hoger. De architectuur van de bakstenen zijvleugels is symmetrisch. De afwisselende vormgeving van de leistenen daken - plat, hellend of kegelvormig - schept een gevarieerd beeld. De vensters zijn in rijen als van een trein gegroepeerd en benadrukken de horizontale opbouw. Links en rechts liggen aan de oever identieke theepaviljoens en daarmee is het spiegelbeeldig effect compleet. Aan de harmonische plattegrond van het slot ligt een legende ten grondslag die door Berlage tot in de details werd doorgevoerd. Het is de legende van Sint Hubertus, een heilige die in de zevende eeuw na Christus leefde. Hubertus leidde een zondig bestaan maar kwam tot inkeer toen hij tijdens de jacht een wonderbaarlijk hert tegenkwam dat in zijn gewei een lichtend kruis droeg. Een hemelse stem vermaande hem zich te bekeren. Hubertus legde op die plek in het woud een gelofte af om zich te beteren. Door zijn grote vroomheid en bekeringswerk bracht hij het tot bisschop van Maastricht en Luik.
In het vogelvluchtperspectief dat Berlage van het jachtslot tekende zien we de twee naar elkaar gebogen vleugels van het gebouw met zijn vertakkingen van luchtkokers en schoorstenen, die het gewei van het hert symboliseren. In het midden verheft zich de hoge toren; het kruis. Maar daarmee houdt het verhaal niet op. Wie zich laat rondleiden door de kamers die voor het publiek zijn opengesteld, krijgt te maken met de diepere betekenis van de legende.

De entree maakt een allesbehalve gezellige indruk: de grote luifel overschaduwt de ingang en in de hal wordt het licht getemperd door smalle glas - in - loodramen. De wanden zijn opgetrokken uit bakstenen die bij de Delftse platteelbakkerij 'De Porceleine Fles' donkergeel geglazuurd werden. Ze scheppen met de grote urnen een mausoleumsfeer. Vanuit de hoek kijkt een bronzen gestileerde koningsadelaar, sculptuur van J. M. Mendes da Costa (1863-1939), met de blik van een rechter op de bezoeker neer. De hoge gewerenkast naar een ontwerp Henri van de Velde (1863-1957) is evenals de trapleuning en andere interieurstukken van zeer donker en kwetsbaar coromandelhout vervaardigd. De stemming werd in deze hal met opzet somber gehouden want Berlage drukte hiermee de eerste levensfase van Hubertus uit. In de hoog aangebrachte serie gebrandschilderde ramen (ontworpen door Henning uit Bunzlau) is het leven van de heilige als een stripverhaal uitgebeeld: het eerste venster laat zien dat zijn wereld uit een duistere chaos bestond. Het middelste venster toont de confrontatie met het mystieke hert en op het laatste venster is de wereld van Hubertus innerlijk en uiterlijk licht, stralend en vredig. Berlage was ook op het practische, alledaagse vlak werkzaam: onder de trap werd een ultra modern centraal stofzuigersysteem verstopt. Het personeel hoefde daarom nooit een stofzuiger over de prachtig geglazuurde plavuizen te slepen die hierdoor maar zouden beschadigen. Boven de gewerenkast is een klok aangebracht met een van de eerste electrische uurwerken. Donkere, dubbele deuren leiden naar de grote, aan de vijver gelegen eetkamer die zich baadt in een bijna verblindend licht. In tegenstelling tot de droefgeestige hal is alles hier warm, kleurig en stralend. Deze kamer symboliseert danook het volle leven waarin de heilige de lichtende waarheid vond. Alle blikken gaan omhoog naar het betoverende cassettenplafond. Hoewel het is geïnspireerd op de plafonds van Italiaanse renaissancepaleizen is de uitvoering verrassend modern. Het materiaal bestaat uit in drie kleuren geglazuurde bakstenen: het blauw van de hemel, geel van de sterren en rood van de zonnegloed. In het midden hangt een lamp waarvan de schaal is geslepen van uiterst dun albast. De vloer kreeg de kleuren van het woud waarin Hubertus op jacht ging: allerlei groene tinten Leerdams glas zijn in een mozaïek aaneen gelegd. In deze kamer herkent men overal de stijl van Berlage: het servies, glaswerk en tafellinnen op de lange tafel werd door hem ontworpen.

berlage

Architect H.P. Berlage (1856-1934)

De stoelen met hun gestreepte bekleding in de kleuren van jonge wilde zwijntjes dragen in de rugleuning het voorname embleem van Sint Hubertus. Alle meubelen, inclusief de metalen ombouwen van de centrale verwarming zijn naar ontwerpen van Berlage vervaardigd. De deur rechts geeft toegang tot de halfronde bibliotheek waarvan de rij hoog geplaatste vensters weinig licht doorlaten. Het is een plaats van inkeer en studie: in deze stemming wijdde Hubertus zich na een materialistisch bestaan aan geestelijke werken. De heer Kröller richtte zijn kamer in met werken van grote tijdgenoten van Berlage: sculpturen van Lambertus Zijl (1866-1947), van Mendes da Costa, Hildo Krop (1884-1970) en John Rädecker (1885-1956). De tegenhanger van deze halfronde bibliotheek is de theekamer met een rijzende zon in het plafond. De lampen van het in - en exterieur zijn diamantvormig en vormen de ideale verlichting van de soms doffe en kille, dan weer glanzende en warme bakstenen. Stijlvol is de zitkamer van mevrouw Kröller - Müller waar een paar wonderschone Chinese T'ang kamelen zijn geplaatst. In dit vertrek hangt een olieverfportret van de vrouw die met haar sterk ontwikkeld kunstgevoel een weergaloze collectie bijeen bracht. Oorspronkelijk wilde ze de door haar aangekochte doeken van grote Nederlandse meesters als Vincent van Gogh, Bart van der Leck, Piet Mondriaan en Charley Toorop samen met werken van A. Renoir, Cézanne, G. Seurat, Picasso en anderen tentoonstellen in het jachtslot. Toen al gauw bleek dat het daarvoor te klein was, begon zij met het ontwerp voor een bij Otterloo gelegen museum. De dreigende economische wereldcrisis verlamde het werk dat zo geestdriftig was begonnen. Het echtpaar zag zijn kapitaal slinken en was gedwongen het jachtslot Sint Hubertus met de kunstcollectie in een stichting onder te brengen. Zo bleven hun unieke bezittingen bijeen en - precies zoals ze gewild hadden - voor iedereen toegankelijk.

interjachtslot1     interjachtslot2

Interieur van het jachtslot: links de theekamer met uitzicht op de grote vijver en rechts dit zitkamer van mevrouw Kröller

Na een rondgang door het slot volgt een wandeling langs de karpervijver, door de tuinen met beelden van o.m. Rombout Verhulst (1624-1698). Geïnspireerd door de unieke scheppingen van het koopmansechtpaar fiets je naar de wegwijzers die je voor de keuze stellen: cultuur of natuur.
Wie voor het eerste kiest volgt de pijl naar het internationaal vermaarde Kröller - Müllermuseum met zijn rijke verzameling van schilders als Lucas Cranach, C. Corot, B. Jongkind, P. Renoir, G. Seurat, P. Mondriaan, J. Sluyters, P. Picasso en natuurlijk de aangrijpende werken van Vincent van Gogh, met de beeldentuin en het Rietveldpaviljoen.
De tweede keuze leidt naar het in 1993 geopende Museonder; het enige museum ter wereld dat de bezoeker een blik gunt in de fascinerende wereld onder de grond. Toen de Kröller - Müllers aan het begin van de eeuw begonnen met grondaankopen op de Hoge Veluwe konden ze niet vermoeden dat de belangstelling van de toekomstige bezoekers voor hun erfgoed zich zou verdiepen tot ver onder het aardoppervlak.

Het Nationale Park de Hoge Veluwe is, vooral in het najaar als in het lage licht gele, gouden, groen en bruine tinten zich mengen, een schepping van grote schoonheid. Het wild dat zich daarin beweegt en vooral in de namiddag geobserveerd kan worden, is een schouwspel op zich. Dat hier ook nog drie musea liggen van wereldklasse maakt dat een bezoek aan de Hoge Veluwe zich telkens kan herhalen; je raakt er nooit uitgekeken.

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Vitrine, nr 6 1994

Literatuur o.a.: Publicaties van de Stichting Het Nationale Park de Hoge Veluwe, en de Kröller - Müller Stichting. S. Polano: 'Hendrik Petrus Berlage, het complete werk', 1987.

Het Nationale Park de Hoge Veluwe is, behalve per eigen auto ook per openbaar vervoer bereikbaar vanaf de stations Arnhem, Apeldoorn en Ede
Het park is dagelijks geopend van 8.00 uur 's morgens tot zonsondergang, van 1 nov. tot 1 maart vanaf 9.00 uur.
Voor het jachtslot St. Hubertus (geopend van 1 april tot 1 november), het Kröller - Müllermuseum (op maandag gesloten) en het Museonder (het gehele jaar open) gelden andere openingstijden.

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top