Geen kasteel, geen versterkt huis of paleis verschijnt zo vaak op ons netvlies als de middeleeuwse Ridderzaal. Vrijwel elke avond zendt het journaal beelden uit van een minister of parlementair verslaggever die tegen het decor van torens, steunberen of roosvenster politiek commentaar levert.
Wie zijn blik scherp stelt op deze achtergrond ziet een van de oudste gebouwen van ons land, de ziel van het Binnenhof en het hart van 'Die Haghe' dat in 1998 zijn 750-jarig bestaan vierde. Bouwheren uit ruim zeven eeuwen hebben op deze plek hun sporen nagelaten. Het Binnenhof-complex is het speeltoneel van alle hoogte- en dieptepunten uit onze vaderlandse geschiedenis en vormt nog altijd het zenuwcentrum van de politiek.

Binnenhofhofvijver

Graaf Willem II

'Nu es Coninc Willaem in Holland gecomen' schreef de Clerc uut de lage Landen bi der See. Met deze paar woorden begon de geschiedenis van 's-Gravenhage. Want zonder Willem II graaf van Holland was er geen Binnenhof geweest en ook geen nederzetting, die zou uitgroeien tot 'het grootste dorp van Europa'. De vergulde beeltenis van Willem II siert daarom het smeedwerk van de waterput op het Binnenhof. Met kroon, scepter en rijkszwaard straalt de macht van hem af; in 1248 werd hij te Aken gekroond tot roomskoning van het Duitse Rijk. Daarop besloot de vorst in het ruige duingebied bij het vissersgehucht Scheveningen zijn regale palatium te laten bouwen. Dit koninklijk paleis was een uitbreiding van het hof dat zijn vader, graaf Floris IV daar omstreeks 1230 was begonnen. Willem II bezat ook hoven in o.m. Leiden, 's-Gravenzande en Haarlem maar blijkbaar oefenden de wildrijke duinen met het drassige broekland in het zuiden en de bossen in het noorden een grote aantrekkingskracht op hem uit.

Resten van de oudste grafelijke woning zijn nog op het Binnenhof terug te vinden. Wie langs Rijksmuseum Mauritshuis door de Grenadierspoort loopt, staat voor een hoog oprijzende, vlakke gevel. Tussen verweerde bakstenen van middeleeuwse metselaars verschijnt een slank, hardstenen zuiltje dat eenzaam twee romaanse vensterbogen draagt. Ook twee traptorens uit de tijd van Willem II bleven gespaard: een vierkante en een ronde. Aan de linkerkant bevond zich het gravinnenverblijf van Elisabeth van Brunswijk gemalin van Willem II. De roomskoning 'deede ontbieden verstandelicke werclude' voor de uitbreiding van zijn hof met een Grote Zaal. In deze ruimte moest hij zijn vorstelijke macht manifesteren; hij hoefde nog slechts naar Rome te reizen om door de paus tot keizer gekroond te worden. Willem II graaf van Holland was de door God uitverkoren heerser over het uitgestrekte roomse rijk en in de lijn van illustere voorgangers als de Goddelijke Augustus, Constanijn de Grote en Karel de Grote omgeven door een aureool van heiligheid. Hij mocht de voltooïing van zijn Grote Zaal echter niet beleven. In 1256 werd de pas 28-jarige Willem II door de West-Friezen op het ijs vermoord.

Floris V

Floris V

Zijn zoontje Floris was nauwelijks twee jaar oud toen hij zijn vader als Floris V opvolgde. Hij zette later hij de bouw van de Grote Zaal in zuivere Schelde-gotiek voort. Hoewel deze graaf van Holland het niet tot roomskoning bracht, maakte hij er een echte Kaisersaal van. De ruimte, nu bekend als de Ridderzaal, is 37.60 m lang en heeft een indrukwekkende dakconstructie van zware, eikenhouten draagbalken, die naar boven toe steeds kleiner worden. De schuingerichte druk van de overkapping wordt aan de buitenzijde opgevangen door bakstenen steunberen. In de westelijke gevel is een roosvenster gezet met een diameter van ruim 5 m. Floris V liet op beide hoeken torens bouwen. Zijn paleis moet van een oogverblindende kleurenpracht zijn geweest; de bakstenen werden vuurrood geschilderd, bogen en blindnissen kregen gele, witte en blauwe beschilderingen. Tussen de grafelijke rekeningen werd zelfs een betaling gevonden voor het vergulden van de dakleien. Er is ook hout in rekening gebracht 'om die odenvairsneste te maken' op het dak van de Grote Zaal. De witte vogel die elke zomer terugkeert naar zijn nest, werd door de grafelijke familie beschouwd als de overbrenger van vrede en geluk. Hij belandde op éen poot met een paling in zijn snavel in het stadswapen van Den Haag. En daar staat hij na ruim zeven eeuwen nog steeds.

Hofvijver en hofkapel

Het Binnenhof ontleent zijn sprookjesachtige allure vooral aan de grote, rechthoekige Hofvijver, die in de 13de eeuw in een duinpan werd gegraven. Van het uitgegraven zand vormde men de Vijverberg waarop bomen werden geplant en later de mooiste huizen verrezen. De vijver voorzag het grafelijk hof van verse vis en nodigde uit om te gaan spelevaren. Volgens de sage liet een van de vorsten zijn Vijver eens helemaal leeglopen omdat 'een joncfrou hair vingerlinc (ring) dair in verloren hadde.'
Eeuwenlang weerspiegelde zich aan de oever van de Hofvijver de oude Hofkapel - gebouwd onder roomskoning Willem II - waarin een aantal Hollandse graven en hun gemalinnen een laatste rustplaats vonden. Het meest tot de verbeelding spreekt wel de beschrijving van de tombe van de in 1386 overleden gravin Margaretha van Brieg, grootmoeder van Jacoba van Beieren. Margaretha's graf werd door de vermaarde Jan Kelderman, die ook het Mechelse schepenhuis schiep, voorzien van rijke ornamentiek en gebeeldhouwde pleurants.
In de Hofkapel vonden tot ver in de 17de eeuw vorstelijke dooplechtigheden, huwelijken en begrafenissen plaats. Toch maakte de slopershamer in 1879 voorgoed een eind aan het bestaan van de gewijde ruimte. Er werden kantoren in gevestigd en thans, ruim honderd jaar later, is de sacrale plek tussen Ridderzaal en Hofvijver vrijwel vergeten.

De buitenkant van het Binnenhof

In onze eeuw is het Binnenhof-complex uitgegroeid tot een aaneenschakeling van poorten, pleinen, gebouwen, torens en moderne vleugels. Ze bieden onderdak aan de Raad van State, Eerste Kamer, Tweede Kamer, het ministerie van Algemene Zaken, de Rijksvoorlichtingsdienst etc. Omdat het historisch hart volop in gebruik is, werd slechts een deel van de interieurs opengesteld voor rondleidingen. Maar een bezichtiging van het exterieur vormt een belevenis op zich. We beginnen bij de oudste toegang tot het grafelijk huis: de Gevangenpoort. Dit 14de eeuwse poortgebouw met zijn tongewelf deed tevens dienst als gevangenis. Thans is het een museum waar men kan huiveren bij het zien van een collectie oude martelwerktuigen.
Via de poort bereiken we het Buitenhof, ooit van het Binnenhof gescheiden door een brede gracht die het kasteel omringde. Op de hoek van de Hofvijver staat de vierkante Mauritstoren, gebouwd door de gelijknamige Oranjestadhouder. Op het platte dak bevond zich zijn observatorium waar hij zich, samen met zijn geleerde vriend Simon Stevin, wijdde aan de bestudering van de sterren. Links van de poort lagen de sobere privévertrekken van Maurits. Hier bracht hij de nacht door van 13 mei 1619, die een zwarte bladzijde toevoegde aan de historie van het Oranjehuis. Na een proces in de oude Rolzaal (gelegen achter de Grote Zaal) was de bejaarde landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt beschuldigd van landverraad en ter dood veroordeeld. Middenin de nacht kwam een wanhopige Louise de Coligny, weduwe van Willem van Oranje, per koets vanuit het Noordeinde naar het Stadhouderlijk kwartier voor een laatste poging om het leven van de staatsman te sparen. Maar Maurits weigerde zijn stiefmoeder audiëntie te verlenen. Kort daarna weerklonken over het nachtelijk Binnenhof de hamerslagen van timmerlui, die voor de Ridderzaal een schavot oprichtten. Wel drieduizend mensen stroomden toe om de executie 's morgens vroeg gade te slaan. Op een gravure is te zien dat de toeschouwers zelfs op het dak van de Hofkapel zijn geklommen. Met de woorden 'Hemelsche Vader, ontfangt mijnen geest' knielde de landsadvocaat voor zijn beul, die hem met éen slag van het zwaard onthoofdde. Lichaam en hoofd werden in een ruwhouten kist gestopt en in de Hofkapel bijgezet.
Ondanks deze 'gerechtelijke moord' werd prins Maurits in ere gehouden.

Van Trêveszaal tot Eerste Kamer

In de Trêveszaal hangt zijn levensgrote portret geschilderd door de uit Frankrijk gevluchte hugenoot Jean Henri Brandon, die ook de portretten van vier andere stadhouders - Willem de Zwijger, Frederik Hendrik, Willem II en Willem III - voor deze zaal schilderde. De luisterrijke ruimte werd in 1694 ontworpen door Daniël Marot als vergaderzaal van de Staten Generaal en ligt ten oosten van de voormalige Hofkapel met uitzicht op de Hofvijver. De ovale koepel van het plafond werd beschilderd met 'De triomf der eendracht' door Theodoor van der Schuer. Het is een festijn van sierlijk stucwerk, verguld lijstwerk en wandschilderingen waarin we de trotse afgevaardigden van de Republiek der Zeven Provinciën tegenkomen, uitgedost in romeins tenue. Tijdens de restauratie werd in het hout van de deurlijst de handtekening en een ontwerpschets van Marot aangetroffen, die zorgvuldig achter een perspex-plaat is gezet. Helaas is deze Trêveszaal - zo genoemd omdat in een deel van de ruimte ooit de bestandsonderhandelingen werden gevoerd - niet toegankelijk voor publiek. Vanaf de Vijverberg is de zaal goed herkenbaar aan de vooruitspringende erker met de brede vensters. Ook de toegang tot de aangrenzende Statenzaal en de met prachtig snijwerk versierde gaanderij blijft voorbehouden aan ministers en staatshoofden. Dat geldt eveneens voor de kamer van de minister president in het markante Torentje op de hoek van de Hofvijver. Thorbecke was de eerste minister die deze kleine, maar prachtig gelegen ruimte als werkkamer verkoos. Dit inspireerde bewoners van bijv. Het Nijenhuis in Heino en de Huis Singraven in Twente om een copie van het populaire achtkantige Torentje aan hun kasteel te laten bouwen.
In tegenstelling tot de Trêveszaal en aangrenzende vertrekken is de mooie vergaderzaal van de Eerste Kamer, gelegen aan de westzijde van de voormalige Hofkapel tijdens een rondleiding over het Binnenhof wèl te bezichtigen. De zaal werd tusen 1652 en 1657 gebouwd door Pieter Post, leerling van Jacob van Campen. In dit Stadhouderloze tijdperk vergaderden de trotse Gecommiteerde Raden onder plafondschilderingen van N. Wiering en A. de Haen. De wanden werden opgeluisterd met beschilderde pilasters en wandtapijten uit Schoonhoven.

Balzaal

Pas in de 18de eeuw toen de inmiddels verwaarloosde Ridderzaal dienst deed als Loterijzaal, werden de bouwactiviteiten gericht op de zuidzijde van het Binnenhof. Daar liet de verder weinig daadkrachtige Stadhouder Willem V een nieuwe vleugel ontwerpen. De zo kenmerkende arcade van het oude Stadhouderlijk kwartier is toen doorgetrokken. Door de bouw van de zuidvleugel werd de Ridderzaal aan drie kanten omarmd en kreeg het Binnenhof zijn besloten karakter. Op de eerste verdieping van de nieuwbouw schiep architect Friedrich Gunckel een deftige Grote Balzaal, rondom versierd met balkons voor muzikanten en gasten. Nog eenmaal schitterde hier de Stadhouderlijke macht toen in 1790 prinses Louise,dochter van Willem V, hier haar haar bruiloft vierde. Spoedig was het gedaan met haar vader op 18 januari 1795 nam hij in dezelfde balzaal onder tranen afscheid van zijn volk en vluchtte voor de oprukkende Fransen en Patriotten naar Engeland. Hij was de laatste Oranje Stadhouder en stierf in ballingschap. Op 16 oktober 1815 opende zijn zoon als koning Willem I in de balzaal de eerste gewone zitting van vergadering van de Staten Generaal. Vanaf de 19de eeuw deed de zaal van de Tweede Kamer met de bekende groene bankjes dienst als vergaderzaal, totdat deze verhuisde naar de bekende glazen nieuwbouw.

Ridderzaal

Toen de rust in het koninkrijk was hersteld, ontstond er onrust over het uiterlijk van het regeringscentrum. De rommelige opeenhoping van middeleeuwse kloostermoppen, 18de eeuws natuursteen, trapgevels, verrotte balken en bouwvallige torentjes was de regering een doorn in het oog. Sommigen wilden de hele boel maar met de grond gelijk maken en een keurig, functioneel gebouw neerzetten. Anderen zoals Jhr. Victor E.L. de Stuers pleitten in felle bewoordingen voor het behoud en restauratie van de verwaarloosde monumenten. De Stuers en zijn aanhang konden de afbraak van de Hofkapel niet voorkomen maar de Ridderzaal bleef behouden, ook al werd het oude balkenplafond vervangen door een smakeloze constructie van gietijzer, die later moest worden gesloopt. Een volmaakte copie van de middeleeuwse kap tooit nu de Ridderzaal. De sloop of al te grondige restauratie van de gebouwen langs de Hofvijver en de vervanging van de oude Stadhouderlijke poort bleef nog lang pijn doen. Ook het vreemde portaaltje voor de Ridderzaal, dat nog het meest aan een koekoeksklok doet denken, bleef een voorwerp van spot.

ridderzaal

Elke derde dinsdag van september herleeft in de Ridderzaal van roomskoning Willem II weer de glorie. Op dezelfde plek waar de graven van Holland zetelden, waar in de Bourgondische tijd de Vliesridders hun kapittel hielden en waar Maurits en Frederik Hendrik de vaandels van de overwonnen spanjaarden hingen, neemt het huidige staatshoofd plaats op de fluwelen troon. Het is een mooi moment om de dichtregels van Constantijn Huygens te citeren, die hij aan de Ridderzaal wijdde:

'Het hoog gebouw, uit balcken verr gebrocht,
Dat geen vervuyl van spinnewebs gedrocht
Daer dack, en muren toe, gekropt zijn met den pracht
Van Spaensche vendelen, bij Wilhelm thuys gebracht
Bij Maurits menighmael, Bij Frederick om 't beste..'

 

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Vitrine, september 1998

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top