waar de scherven van het verleden worden bewaard

De provincie Limburg heeft veel moois te bieden maar er zijn - in verhouding tot andere provincies - weinig kastelen ter bezichtiging opengesteld. De meeste werden verbouwd tot luxueuze hotels (Kasteel Erenstein, Kasteel Vaalsbroek, Kasteel Neercanne, Kasteel Bloemendal), andere worden nog bewoond (Kasteel Eijsden, Kasteel Horn) of zijn tot schilderachtige ruïnes vervallen (Kasteel Valkenborg, Kasteel Montfort, Burcht Kessel). Bij Kasteel Arcen vormen de befaamde tuinen de aanleiding voor een bezoek.
Toch wemelt het in de lieflijke hoek van oostelijk Zuid-Limburg van de kastelen en kasteeltjes. Het zijn er, nog afgezien van de adellijke huizen, ruim veertig. Slechts éen Limburgs kasteel is voor het publiek toegankelijk: Kasteel Hoensbroek. Op de immense zolder worden de resten van aardewerken potten, kannen en kruiken met liefde geëxposeerd.

kasteelhoensbroek

Toen Kasteel Hoensbroek met zijn tientallen zalen, trappen, gangen, kerkers en torens in 1974 een museale functie moest krijgen stond het beheer voor de moeilijke taak de immense ruimte aantrekkelijk te maken voor het publiek. Het budget was beperkt en dus begon men de holle zalen aarzelend in te richten met aankopen en bruiklenen. Wie vijf jaar geleden na een uur durende dwaaltocht door de aaneenschakeling van kale trappen en torenkamers buiten kwam, was soms teleurgesteld. Want behalve mooie uitzichten door grimmige lichtschachten en vensters viel er voor de gemiddelde bezoeker weinig te beleven. Dankzij de inventiviteit van het beheer, gevorderd bronnenonderzoek en de vondsten van aardewerk in de slotgracht, vormt een bezoek aan Kasteel Hoensbroek nu een evenement.

Rond 1250 was er al sprake van 'een stercke huysinghe' maar pas in de 14de eeuw liet Herman Hoen I van Hoensbroek een versterkte woontoren bouwen omringd door een gracht. Tot 1796 bleef het kasteel bewoond door graven uit het Huis van Hoensbroek. Maar ze namen geen genoegen met de middeleeuwse klamme woonruimten van hun voorouders. In de 16de, 17de en 18de eeuw vonden er uitbreidingen en verbouwingen plaats die steeds meer wooncomfort boden. In onze eeuw werd particuliere bewoning van de stenen kolos onbetaalbaar en begon het huis aan een periode van verval. Dat werd de plaatselijke pastoor Röselaers in 1927 te bar. Om Hoensbroek te kunen kopen richtte hij de vereniging Ave Rex Christe op en bracht de financiële middelen bijeen voor een grootscheepse restauratie. Daarmee heeft hij een stuk adellijke Limburgse wooncultuur gered. De Stichting Ave Rex Christe is nog steeds eigenaar van het kasteel en pastoor Röselaers kreeg terecht een bronzen borstbeeld. Vervolgens mocht de dichter en schrijver Bertus Aafjes het kasteel met vrouw en kinderen tussen 1951 en 1973 bewonen. De vierkante 'Aafjestoren' herinnert nog aan deze kunstenaarsperiode, die in het dorp Hoensbroek voor opwindende anecdotes zorgde.

Thans biedt Kasteel Hoensbroek vooral op woensdag- en zaterdagmiddagen een vrolijke aanblik. Kinderen krijgen de kans om gekleed als ridders, edelvrouwen en hofnarren in deze spannende omgeving hun verjaardagspartijtje te vieren. Ze bestormen de wenteltrap met getrokken plastic zwaarden en eten na afloop iets lekkers in de voormalige kasteelkeuken. Niet alleen kostuums zijn tegen betaling verkrijgbaar maar ook speurtochten en kleur- en bouwplaten waarbij educatie en spel samenvallen. Groepen volwassenen kunnen zich (na afspraak) eveneens op historische wijze amuseren met boogschieten, hoefijzerwerpen of stabillo en zich na afloop aan de schandpaal of 'kake' op de binnenplaats laten fotograferen. Het gebeurt allemaal op verantwoorde wijze; Hoensbroek is geen pretpark en de opbrengst wordt geïnvesteerd in het museumkasteel.

Kasteel Hoensbroek heeft ruim veertig vertrekken voor de bezoekers opengesteld en tijdens de rondgang blijkt dat er unieke vondsten gedaan zijn. Zo bleef in het 'groot salet' de voormalige eetzaal van Adriaan van Hoensbroek (1631-1675) een orgineel kotsgat bewaard. Het confronteert ons met de vaak beestachtige zwelgpartijen die hier plaatsvonden; wie zich had volgegeten en gedronken kon naast de tafel zijn maaginhoud legen in het kotsgat dat uitkomt boven het water van de slotgracht. De leuze van de familie indachtig 'Bene vivere et laetare' (=Goed leven en zich verheugen) liet men daarna de aardewerken kruik opnieuw rondgaan en begon van voren af aan met schransen en drinken. Andere details lichten ons in over de sanitaire gewoonten van de bewoners. Terwijl zelfs in koningspaleizen en luxe kastelen geen latrine is te vinden, heeft Kasteel Hoensbroek er twáalf. Ze bevinden zich in de dikke muur van het kasteel en de afvoer komt uit in de slotgracht. In de inventaris van 1653 worden bovendien zes 'tene (tinnen) pispotten' genoemd en nog vijf 'kopere pispotten', waarvan de inhoud tenslotte ook in het water belandde. In de ruime keukens werd de vis bereid die uit dezelfde slotgracht was opgevist.

kruikenraeren1 kruikenraeren2

In de duistere kerker van de donjon met zijn drie meter dikke muren kunnen bezoekers dankzij geluidseffecten nog meer huiveringwekkende ervaringen opdoen. De 57 meter hoge donjon is sinds kort tot de nok bereikbaar. Men moet er wel de smalle, steile muurtrappen voor durven beklimmen. Het prachtige uitzicht vormt een passende beloning. Imposant is het balkenwerk van de zolderverdiepingen. Op de grote zolder is de mooi belichte structuur goed te zien; er werden geen spijkers gebruikt om de zware overkapping in elkaar te zetten. In glazen vitrines worden de resten bewaard van schotels, kannen en kruiken die ooit argeloos in de slotgracht werden gegooid. De scherven geven ons een indruk van het servies op de grafelijke dis: van dof rood tot glanzend grijs of goudbruin keramiek. Je loopt er vrij makkelijk langs. Toch ligt hier het begin van een boeiend verhaal dat meer aandacht verdient. Want dit miskende aardewerk komt op veel beroemde 16de en 17de eeuwse schilderijen van Breughel, Bouts, Teniers en Jordaens voor. De mooiste stukken zijn zonder uitzondering afkomstig uit de plaats die wereldfaam verwierf op het gebied van de pottenbakkerskunst: Raeren.

Waterburcht Raeren

De weg van Hoensbroek naar het nabije Raeren, loopt door een glooiend landschap dat herinnert aan het groene decor op de schilderijen van Breughel. We passeren de grenzen van drie landen om uiteindelijk in het Belgische, duits-talige dorp te eindigen. Tot 1795 behoorde Raeren tot het hertogdom Limburg. De 14de-eeuwse Waterburcht Raeren is vergeleken bij Kasteel Hoensbroek bescheiden van omvang maar heeft een ridderlijke allure met zijn hoektorens en transen. Bij Raeren vloeien twee beken samen: daar vond men alle elementen om aardewerk te gaan maken. Zuivere, roodbakkende klei, stromend water en kaphout om de bakovens te stoken. In het Töpfereimuseum van de burcht zien we hoe vanaf de 15de eeuw steeds meer ambachtslieden zich in de pottenbakerskunst gingen bekwamen. Tot ca. 1560 draaiden ze eenvoudig gebruiksgoed, van schotels en kannen tot olielampjes en spintollen. Aan het glazuur en vooral de versieringen van de z.g. 'gezichtskruiken' en amusante 'baardmankruiken' herkent men dit Raerense aardewerk direct. Dan ontstaat er in het midden van de 16de eeuw een plotselinge bloei: meesterpottenbakkers als Baldem Menneken, Jan Emens, Evert Kalf, Engel Kran en Jan Baldems voorzien hun werken van een eigen keurmerk. Hun prachtig gedecoreerde kannen en kruiken zijn thans in de collecties van de belangrijkste musea ter wereld te vinden en hebben de passie van menig verzamelaar opgeroepen.


museumraeren

Wie geboeid raakt door de eenvoudige vormen en de sierlijke, vaak ook brutale versieringen van de kruiken, kan niet wegkomen bij de vitrines. Uit speksteen werd een holle matrijs gesneden met allerlei speelse afbeeldingen ontleend aan de mythologie, de Bijbel of het dagelijks leven. De matrijs werd met klei gevuld en gedroogd. Dan kon de afdruk met water op de buik van de kruik worden aangebracht. Na het bakken en glazuren lijken de figuurtjes die zich dansend, zuipend, vrijend en doedelzakspelend op de kruik bevinden, te leven. Deze kunstwerken kwamen op de dis van edelen, koningen en keizers terecht. Het Raerense aardewerk werd verpakt in stro op karakteristieke wagens geladen en over hobbelige landwegen naar de markten van de grote steden getransporteerd. Vandaar vond het zijn weg naar de Lage Landen, Engeland, het Duitse Rijk en Skandinavië. De bestellingen kwamen zelfs uit de verste uithoeken van oost Europa. Generaties Raereners kneedden, modelleerden, beschilderden, bakten en glazuurden de klei. De typische drie-orige kannetjes, die aan tafel zo makkelijk konden worden doorgegeven, bleven een begrip. Van van de tegeltjes, die tussen de voorwerpen in de bakovens werden geplaatst, legden de dorpelingen vloeren voor hun keukens en melkkelders zoals in de keuken van Waterburcht Raeren nog goed is te zien.
In de 17de eeuw kwam een keerpunt: door de Dertigjarige Oorlog nam de productie af. Het Raerens aardewerk liet zich tenslotte verdringen door het porselein. Aan het eind van de 19de eeuw overleed de laatste pottenbakker die het recept voor de samenstelling van het glanzend zoutglazuur kende. Hij nam het geheim mee in zijn graf. Tot op heden heeft niemand het meer na kunnen maken. We zijn aangewezen op de prachtige stukken die in de kasteelzalen en kelders van Burcht Raeren staan opgesteld en op de duizenden scherven die overal ter wereld worden opgegraven.

Maar het oude ambacht zet zich op moderne wijze voort. Dat is te zien op de jaarlijkse Euregio van Raeren die dit jaar op 7 en 8 september wordt gehouden. Deze keramiekmarkt waaraan ca. 60 pottenbakkers deelnemen en waar de Euregio-keramiekprijs wordt uitgereikt, wordt steeds drukker bezocht. Er vinden tentoonstelingen plaats van hedendaags keramiek en men kan in het pottenbakkersatelier van de burcht de pottenbakker aan het werk zien.
Op een bolle kruik glimlacht een replica van een traditionele baardman: het gaat er op lijken dat Raeren na twee eeuwen zijn befaamde rol in de keramiekwereld weer opneemt.

Copyright Thera Coppens

Verschenen in: Vitrine, nr 4. juli 1996

Kasteel Hoensbroek www.kasteelhoensbroek.nl
Klinkerstraat 118 6433 PB Hoensbroek tel: 045-5227272 fax: 045-5211427

Töpfereimuseum Burg Raeren www.toepfereimuseum.org
Burgstrasse 103 B-4730 Raeren tel: 0032 87 850903 fax: 0032-87 850932

 OmslagSuzanne

OmslagSuzanne      OmslagSophie      omslaghortense      OmslagMarieCornelie

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top