Tien jaar nadat Napoleon op Sint-Helena was gestorven, waagde zijn stiefdochter Hortense de Beauharnais zich in het hart van Parijs. Sinds de val van Napoleon in 1815 waren alle Bonapartes op straffe des doods uit Frankrijk verbannen. Napoleons moeder had toen in Rome gevestigd en de meeste familieleden hadden dit voorbeeld gevolgd; zo ook Hortense. Haar zonen raakten in Italië betrokken bij de strijd voor de eenwording. Haar tweede zoon had er in maart 1831 de dood gevonden en Hortense vluchtte dat jaar met haar jongste zoon Charles Louis Napoleon vermomd als Engelse lady en bedienden naar Frankrijk, waar niemand hen zou zoeken.

Hortense medaille
Moedig vroeg ze in het diepste geheim een gesprek aan met Louis Philippe de Burgerkoning en eiste van hem de teruggave van het kapitaal dat ze had geërfd van haar moeder Joséphine de Beauharnais, Napoleons eerste vrouw. Geschrokken door haar plotselinge verschijning stemde de koning in alles toe. Voordat ze met haar zoon, de latere keizer Napoleon III, doorreisde naar Engeland, bezocht Hortense nog de voorstelling 'Le tombeau de Sainte- Hélène' van Jacques Daguerre. Om niet herkend te worden droeg ze een dichte voile.

Portretten

In haar memoires schrijft ze: 'In de drukke zaal had Daguerre dankzij een speciale belichting een levensecht beeld geschapen van het graf op het eiland.' Om haar heen werden kreten geslaakt van bewondering en afgrijzen, 'een enkeling moest zijn tranen drogen bij het zien van de afgelegen plek waar de grote man zijn einde had gevonden'.
In Parijs viel het haar op dat Napoleon weer overal werd geëerd: 'In de etalages stonden portretten van de keizer en zijn familieleden, ook van mij.' In vier theaters waren toneelstukken over Napoleon te zien, waarvan een was geschreven door de jonge Alexandre Dumas.
De bewondering voor de keizer nam toe. Hij zou in wezen een vreedzame republikein zijn geweest die alleen oorlogvoerde als hij zijn land moest verdedigen. De gewone man zag hem als een politiek genie én een glorieuze vorst. Op 5 mei, zijn sterfdag, werden er massa's bloemen gelegd bij de overwinningszuil op de Place Vendôme en er gingen steeds meer stemmen op om hem een laatste rustplaats in Parijs te geven. Na flinke discussies of dit eerbetoon wenselijk was sommige politici en schrijvers waren zijn despotische bestuur níet vergeten stemde Louis Philippe in met het plan van zijn parlement. In juli 1840 gaf hij zijn derde zoon François d'Orléans prins van Joinville opdracht om het stoffelijk overschot met toestemming van de Britten van Sint-Helena op te halen.

Luguber

Napoleon opgegraven

De 22-jarige avontuurlijke Joinville, admiraal van de Franse marine, doet in zijn Memoires levendig verslag van zijn soms tragikomische belevenissen tijdens de reis. Vanuit Brazilië voer hij met zijn vloot naar Sint Helena waar hij in oktober 1840 aankwam. 'We zagen een reusachtige zwarte rots [...]. Het leek of er een stuk Schotland in de oceaan was geplempt,' noteerde hij. In de steile rotswand was een trap van zeshonderd treden uitgehakt die naar de Britse forten leidde. Hij kwam bij Longwood, het huis waar Napoleon vast had gezeten. Het zag er in zijn verwaarloosde staat luguber uit: 'Longwood was net zo somber als de rest. Daar moest het vuur van de grote geest wel langzaam uitdoven.'
Het graf bevond zich in een vallei waar Napoleon ooit wandelde. De eigenaar van het terrein verkocht er verfrissingen aan de enkele pelgrim die hierheen kwam. De Britten waren verantwoordelijk voor de procedure tot de kist aan boord zou gaan. Britse soldaten sloopten de omheining en dekstenen van het graf en haalden de lijkkist naar boven, die in aanwezigheid van de Franse delegatie werd geopend, Volgens Joinville 'om ons ervan te verzekeren dat we niet met een broeinest van infectie of met een denkbeeldig lijk aan boord zouden gaan.' Het lichaam bleek vakkundig gebalsemd, de keizer was zeer herkenbaar. Het lichaam werd opnieuw gekist: in blik, mahonie, tweemaal in lood en ebbenhout. Alle aanwezigen waren hevig aangedaan toen het stoffelijk overschot langzaam van de berg werd gedragen, geëscorteerd door Britse infanteristen die ten teken van rouw hun geweren omgekeerd hielden.

Pompeuze katafalk

Aan de kust droeg gouverneur George Middlemore de stoffelijke resten officieel aan de Fransen over. Toen de kist aan boord van de sloep werd getild, bulderden er saluutschoten over zee.

François dOrléans Retour des cendres de Napoléon Sainte Hélène 1840

Met Joinville aan het roer voer de sloep statig naar zijn fregat La Belle Poule (De Mooie Kip). Na een mis en andere plechtigheden kwam de kist in een zwartfluwelen kapel te staan die speciaal voor deze gelegenheid aan boord was ingericht, en zo voeren ze in eenenveertig dagen naar Frankrijk.
Op 30 november 1840 gleed La Belle Poule de haven van Cherbourg in, waar de missie van Joinville eindigde. Hij trof er een en al wanorde aan en noteerde dat iedereen zich met het verdere transport bemoeide om 'om zelf met de eer te gaan strijken'. Joinville besloot Napoleons stoffelijke resten niet in de steek te laten en reisde via Le Havre naar La Bouille aan de Seine waar de flottielje lag die het rouwschip met Napoleon naar Parijs moest begeleiden.
Joinville schrijft dat hij terugdeinsde bij de aanblik van dit 'affreux bateau', waarop een pompeuze katafalk was gebouwd, opgesmukt met linten, draperieën en wuivende pluimen. 'Ik gaf meteen het bevel dit meesterwerk van wansmaak af te breken,' schrijft hij, 'ik wilde dat het schip ontdaan werd van de tierelantijnen en helemaal zwart werd geverfd. Op het dek mocht alleen de kist staan, overdekt met een rouwkleed van paars velours.'
Er kwam echter een in het zwart geklede heer op Joinville af die riep: 'Ík heb orders ontvangen van monsieur Cave, directeur van de Academie voor Schone Kunsten en van de minister.' Hoe de man heette, vermeldt Joinville niet. Het ontwerp van de versieringen was van hem en hij bleek vastbesloten de leiding van de uitvaart niet uit handen te geven. De prins antwoordde dat hij zelf de verantwoordelijkheid droeg. Zijn bemanning rukte al aan de pluimen en kwasten, waardoor er een vechtpartij ontstond bij de lijkkist en Joinville dreigde de man overboord te zetten als hij niet ophield. 'Maar dat kan niet,' schreeuwde deze, 'het is bijna middernacht en dit is een verlaten streek.' Daarop zetten vier matrozen hem aan wal.
Aan boord werkte men koortsachtig door, alle baldakijnen en prullaria werden in de Seine gegooid. Toen de zon opging, voer er een naar het idee van Joinville waardig rouwschip waarop alleen de sobere kist van de keizer stond richting Franse hoofdstad.

Huilende menigte

Joinville kon niet voorkomen dat het in Parijs weer een stuk megalomaner werd aangepakt. Kerkklokken luidden, saluutschoten weerklonken, een garde van duizenden militairen begeleidde de stoet die werd gadegeslagen door een huilende menigte. De kist reed over de Champs-Élysées naar de kerk van de Invalides in een gevaarte van tien meter hoog, bijna zes meter breed en dertien meter lang, voorzien van manshoge vergulde standbeelden, vlaggen en lauwerkransen met de namen van Napoleons grote overwinningen.

Retour des Cendres 6

Het was ijzig koud. 'Bij de kerk gekomen stapten veertig verkleumde onderofficieren naar voren om de zware kist uit de koets te tillen,' schrijft Joinville, 'maar hoe ze ook duwden en trokken, het lukte niet. Ik moest mijn eigen matrozen te hulp roepen.'
De koning stond zijn zoon in het middenschip van de kerk op te wachten voor de ceremoniële ontvangst van de lijkkist. 'Maar,' schrijft Joinville, 'ze waren vergeten me de tekst te geven van een toespraak die door de raad was opgesteld en die ik moest houden bij de ontmoeting met mijn vader. Ik wist ook niets van het antwoord dat door hem aan mij moest worden gericht.' De prins vond het 'assez comique'. Hij redde de situatie door in stilte een eresaluut met zijn sabel te brengen.
Deze staatsbegrafenis vond plaats op 15 december 1840. Pas twintig jaar later was de imposante sarcofaag van rode kwarts in de Dôme des Invalides gereed. In dit beroemde praalgraf vond Napoleon eindelijk zijn laatste rustplaats.

dome des invalides

Diorama

'Le tombeau de Sainte-Hélène', het graf van Napoleon in een vallei op Sint-Helena, was een van de dramatisch uitgelichte tableaus waarmee fotografiepionier en ondernemer Jacques Daguerre drommen toeschouwers trok. Met zijn immense doeken en wisselende verlichting die de sfeer ineens deden omslaan, mikte hij op het losmaken van heftige emoties bij het publiek. Onder de andere diorama's waren de kathedraal van Chartres, de haven van Brest en de ruïne van Holyrood Chapel in Edinburgh.

Memoires

De memoires van Hortense de Beauharnais zijn na haar dood uitgegeven door haar zoon en in 1927 verschenen. De memoires van François d'Orléans prince van Joinville zijn gepubliceerd in 1894. Beide geschriften zijn te lezen op Bnf Gallica www.Gallica.fr

 OmslagSuzanne


 johanna en margaretha klein  

  OmslagSuzanne   

 OmslagSophie    

 omslaghortense

E OmslagSuzanneHistorisch Toerisme Bureau

Kinderharnassen * Kuisheidsgordel * Napoleons laatste reis

zilverenkoets2

 Tromplaan 7A 3742 AA Baarn T. 035 5422091 E. This email address is being protected from spambots. You need JavaScript enabled to view it.

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Save

Go to top